Column

Broederliefde doet het goed in parodie op klusprogramma’s

Zap

De proefuitzending van ‘Broederliefde helpt’ op NPO 3 was geslaagd dankzij de oprechtheid de rapformatie. De documentaire over Elvis op NPO 1 viel wel tegen.

Leden van Broederliefde in de bouwmarkt (AVRO-TROS)

Het leek wel een thema-avond. Terwijl woensdag op NPO 1 televisie werd gemaakt over een muzikant, gingen muzikanten op NPO 3 zelf televisie maken. Op het eerste net werd Elvis Presley tot leven gebracht, precies veertig jaar na zijn dood. Art Rooijakkers had flink reclame lopen maken voor zijn programma Elvis Lives (NTR).

Wie zijn optredens bij Jinek of RTL Boulevard had gezien, wist al wat er zou komen: een bedevaart. Rooijakkers wilde dichter bij de mens en muzikant Elvis komen, weg van alle clichés en merchandise van zijn idool.

Een begrijpelijke wens, maar dat hij twee andere presentatoren naar respectievelijk Tokio (waar het wemelt van de impersonators) en Las Vegas (waar jaarlijks 9000 stellen worden getrouwd door een nep-Elvis) stuurt, is vanuit dat oogpunt een dubieuze keuze. Rooijakkers is een échte fan, inclusief tatoeage en al. Voor hem kan er geen grotere muzikant bestaan. Misschien was minder in dit geval meer geweest en had hij het bij zijn eigen fascinatie moeten houden. Dat er overal op de wereld Elvis memorabilia te koop zijn, is immers weinig verrassend.

Bij een bedevaart hoort uiteraard religie en geloof. De spirituele kant van Elvis komt dan ook uitgebreid aan bod. Zijn vroege fascinatie voor gospel, maar ook zijn religieuze overtuiging dat het zijn missie was mensen gelukkig te maken met zijn muziek. De schaduwkanten van deze missie blijven echter onderbelicht.

Dat de zanger overleed aan een overdosis medicijnen wordt maar zijdelings genoemd. Door deze aspecten te negeren doet Rooijakkers onbedoeld wat hij niet wilde, hij bevestigt het beeld van het icoon Elvis en vergeet de mens erachter.

Ook de jongens van het rapcollectief Broederliefde willen mensen gelukkig maken. Deze keer niet met hun muziek, maar met een klusprogramma in de stijl van Welcome Home, waarin het huis van een hulpbehoevende een opknapbeurt krijgt. In deze proefaflevering van Broederliefde helpt is dat het gezin van de Rotterdamse Natalia.

Er dienen zich echter verschillende problemen aan. Het behang uitkiezen is een zware opgave, er blijkt een verschil te bestaan tussen opdek- en stompe deuren en de gekochte deur is uiteindelijk niet alleen te breed maar ook te kort („die maat die jij wou hadden ze niet!”).

Gelukkig weet het clubje voor elk probleem wel iemand te bellen. De wassalon neemt de vuile was over en een bevriende schilder onderbreekt zijn vakantie om de jongens uit de brand te helpen, want „we hebben je echt nodig, man!”

Zoals altijd bij dit soort programma’s is de spontaniteit ver te zoeken. Schilders, stylisten en de wasserette staan ‘toevallig’ klaar om het klusje te klaren. Of het gezin echt niet doorhad dat hun huis werd opgeknapt is ook twijfelachtig, maar dat doet er niet toe. Ze waren er niet minder blij om. Het programma volgt de wetten van dit format. Met één uitzondering: de jongens zijn zo echt als het maar kan. Tussen het klussen door een dansje, elkaar aftroeven en in de zeik nemen en ondertussen veel slap geouwehoer – „Mooi man, love man!”

Onbedoeld is het programma een parodie op alle klusprogramma’s. Onbedoeld, want de jongens menen het wel degelijk serieus. Ze willen goed doen en het gezin helpen. Alleen zijn zij geen klussers. En juist dat feit maakt het programma geslaagd. Ze zijn gewoon zichzelf. Een groter verschil met de nep-Elvis in Las Vegas is nauwelijks denkbaar.