Poetsen in Singapore: elk half jaar een zwangerschapstest

Arbeidsmigratie

Voor buitenlandse werknemers gelden strenge regels. Er zijn zelfs bedrijfjes die migranten zonder vergunning helpen uitzetten.

Een van de steegjes in Klein India, Singapore. Foto Hollands Hoogte

Elke zes maanden moeten buitenlandse dienstmeisjes in Singapore naar een arts voor een zwangerschapstest. Ze krijgen dan ook meteen een check op de geslachtsziekte syfilis. Een hiv-test is elke twee jaar verplicht. Zwanger of ziek? Dat betekent het land verlaten, zo snel mogelijk. Terug naar de Filippijnen, Indonesië of Birma.

Ondanks dit soort strenge regels is stadstaat Singapore een aantrekkelijke bestemming voor inwoners uit de rest van Zuidoost-Azië. Ze krijgen er een hoger salaris dan in hun eigen land. En in Singapore is de werkgever verantwoordelijk voor huisvesting, levensonderhoud en ziektekosten van de migranten. Al komt dat laatste soms neer op een papieren werkelijkheid.

Singapore op zijn beurt heeft migranten nodig om de economische groei op peil te houden. Zonder hen zou het land handen tekort komen, vooral waar het om laaggeschoold werk gaat. Buitenlanders doen het werk dat de ‘gewone’ inwoners van Singapore niet willen doen. Ze noemen het ‘banen met de drie D’s’: dirty, dangerous en demeaning: vies, gevaarlijk en vernederend. Vrouwen werken vooral als hulp in het huishouden en oppas voor de kinderen. Mannen werken in de bouw, in fabrieken of in de haven.

Ongeveer één op de vijf inwoners van Singapore woont er op tijdelijke basis. Al is dat een relatief begrip. Voor het laaggeschoolde werk krijgen migranten een werkvergunning voor maximaal twee jaar. Die kan daarna telkens worden verlengd en dat gebeurt ook vaak. De meeste migranten komen uit Maleisië, China, Bangladesh, India, de Filippijnen en Indonesië.

Het aantal arbeidsmigranten stijgt wereldwijd. Ondanks hun bijdrage aan groei, komen er steeds meer regels, schrijft Marc Leijendekker.

Lucky Plaza

Uit elk van die landen komen duizenden werknemers naar Singapore waardoor van onderlinge integratie bijna geen sprake is. Op zondag – vaak de enige vrije dag – klieken Filippijnse dienstmeiden samen in en rond winkelcentrum Lucky Plaza. Ook de Thai hebben hun eigen plek: het Golden Mile Complex aan de andere kant van het centrum. De Indiërs spelen in het weekend cricket op een veldje in Little India, waar ook de migranten uit Bangladesh en Sri Lanka zich thuis voelen.

Het publieke debat in Singapore gaat amper over integratie . „Het gesprek gaat bijna alleen over de problemen die ze veroorzaken en hoe die te voorkomen”, vertelt John Gee. Hij is één van de oprichters van Transient Workers Count Too (TWC2), een non-profitorganisatie die opkomt voor de tijdelijke werkkrachten in Singapore. „De meeste inwoners zien migranten als noodzakelijk kwaad. Ze zijn nodig, maar moeten vooral zoveel mogelijk onder controle gehouden worden.” De complexen met slaapzalen waar vooral mannen uit de bouw wonen, staan expres ver buiten het stadscentrum. „Uit het zicht, wel zo prettig.”

Incidenten met migranten worden uitvergroot en dat heeft een negatieve invloed op de publieke opinie, zegt Gee. In december 2013 vielen tientallen gewonden bij rellen in Little India, ontstaan nadat een Indiër was aangereden door een bus. Het was de eerste en enige uitbarsting van spanningen in jaren en toch wordt dáár nog steeds over gepraat. En dat terwijl criminaliteit onder permanente inwoners van Singapore hoger ligt dan onder migranten. Zij hebben immers iets te verliezen: hun werkvergunning.

De meeste inwoners zien migranten als noodzakelijk kwaad. Ze zijn nodig, maar moeten vooral zoveel mogelijk onder controle gehouden worden.

John Gee gebruikt het woord slavernij liever niet, maar hij vindt wel dat migranten in Singapore „extreem afhankelijk” zijn van hun bazen. Werkgevers zijn van aankomst tot vertrek verantwoordelijk voor hun werknemers wat zorgt voor scheve verhoudingen. Migranten mogen alleen werken voor de werkgever die hen naar Singapore heeft gehaald. Tussentijds wisselen van werkgever mag niet, laat staan een eigen bedrijfje beginnen. Klagen over je salaris kan zomaar leiden tot ontslag.

Er is volgens TWC2 de afgelopen jaren wel verbetering gekomen in de afhandeling van klachten van migranten. Het ministerie van Werkgelegenheid luistert niet meer automatisch alleen naar de werkgever. En sinds 2013 hebben dienstmeisjes ook recht op één vrije dag per week, al mogen werkgevers die afkopen.

Gehoorzaam en vriendelijk

Migranten uit Bangladesh en Birma zijn volgens Gee het slechtste af. Zij krijgen ook amper ondersteuning uit hun thuisland. Filippino’s en Indonesiërs zijn assertiever en hebben daarom iets betere leefomstandigheden. Gee: „Wervingsbureaus bevelen meisjes uit Birma aan als gehoorzaam en vriendelijk. Dat is een open uitnodiging om ze uit te buiten.”

Singapore heeft al sinds de jaren tachtig, toen de industrialisatie begon, allerlei regels om ervoor te zorgen dat er niet te veel migranten binnenkomen. Bedrijven moeten voor elke buitenlandse werknemer een heffing betalen en er geldt een maximum voor het aantal buitenlandse werknemers per bedrijf.

Cijfers over illegale werknemers ontbreken. Ze zijn er wel, maar de overheid heeft de werkvergunningen zo nauwkeurig aan bedrijven en huishoudens gekoppeld, dat het weinig zin heeft om op goed geluk naar het eiland te komen.

Zelfs het terugsturen van de migranten is de taak van de werkgever. Als de migrant Singapore niet op tijd verlaat, houdt de overheid bij zijn werkgever een soort borg in van 5.000 Singaporese dollar, ongeveer 3.100 euro.

Er bestaan allerlei bedrijfjes die de terugtocht van de migranten voor werkgevers regelen. John Gee heeft het wel eens zien gebeuren op het vliegveld. „Zo’n stevige, intimiderende vent die een meisje nogal dwingend naar de incheckbalie begeleidt.”