Een man op de groep, dat is hard nodig

Vrouwendominantie

In de kinderopvang werken nauwelijks mannen. Terwijl ze dat werk even goed kunnen als vrouwen, zegt de hoogleraar. Maar vind zo’n man maar eens.

Foto Sabine Joosten/ Hollandse Hoogte

In de tien jaar dat Frank van Wijk (31) in de kinderopvang werkt, heeft hij twee keer meegemaakt dat ouders moeite met hem hadden. Omdat hij man is.

Eén keer hoorde hij het pas achteraf, toen het gezin al was verhuisd. „Dat vond ik jammer, want anders was ik meteen het gesprek met ze aangegaan.” In het andere geval waren de ouders terughoudend met een man op de groep, omdat zij zelf iets vervelends hadden meegemaakt in de familie. „Omdat ik dat wist, ben ik ’s ochtends meteen op ze afgestapt en heb ik gezegd waar ik voor sta. Als je laat zien wie je bent en je stelt je open, dan haal je al snel veel twijfels weg. Zij hebben nu totaal geen bezwaren meer.”

Op de kindervang waar Van Wijk werkt, Het Tuinhuis in Boskoop, is hij de enige man op zeventig medewerkers. Dat is weinig, en het past in het landelijke beeld. Van de 79.000 mensen die werken in de kinderopvangbranche is 4,5 procent man, tegen 95,5 procent vrouwen.

Pensioenfonds Zorg en Welzijn registreert al tien jaar lang een gemiddeld aandeel van 4 procent mannen in de kinderopvang. En slechts de helft van hen werkt als pedagogisch medewerker op een groep, laat Martijn Groenewold van Brancheorganisatie Kinderopvang weten. De andere helft werkt in beleids-, staf- of ondersteunende functies. „We weten niet waar die 2 procent mannen precies werken, maar vanuit organisaties horen wij dat ze vaak werken op de (sport-)bso, met kinderen van 5 tot 12 jaar, en niet op de dagopvang”, aldus Groenewold.

Het weren van mannen uit de kinderopvang is niet de oplossing

Lees hier meer over de veiligheid in de kinderopvang: De kinderopvang moet geen politiestaatje worden

Veilig hechten

„Nederland trilt nog na van Robert M.”, zegt Ruben Fukkink, bijzonder hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam. Daar komt nu De Bilt bij. „De heersende opinie onder ouders is helaas nog steeds: ‘ik vind het toch gek, die man op de groep.’ Dat helpt niet in een cultuur waar het toch al niet vanzelfsprekend is om als man de opvang in te gaan.”

Tegelijkertijd ziet hij ook ouders die juist wel graag een man in de kinderopvang en in het basisonderwijs zien. En die zijn ook hard nodig, aldus Fukkink.

Uit zijn onderzoek blijkt dat mannen even goed zijn als vrouwen. „Kinderen blijken zich net zo veilig aan mannelijke als vrouwelijke pedagogisch medewerkers te hechten. Wij dachten dat mannen en vrouwen allebei iets unieks in te brengen hadden; bijvoorbeeld wilder spel met mannen en meer troost vinden bij vrouwen. Maar ze blijken compleet gelijkwaardig aan elkaar en zijn allebei nodig in de opvoeding.”

Door wat in De Bilt is gebeurd ligt de roep om meer mannen in de kinderopvang nu extra gevoelig. „Wij vinden dat natuurlijk afschuwelijk voor kinderen, ouders en medewerkers”, zegt Pauline van Schie, adjunct-directeur van Zo Kinderopvang, een organisatie met 300 werknemers en 2.000 kinderen, verspreid over veertig locaties. „Tegelijkertijd geloven wij niet dat het weren van mannen uit de kinderopvang de oplossing is. Wij geloven als organisatie in de toegevoegde waarde van mannen in de kinderopvang en staan volledig achter de mannen die op onze locaties werken.”

In 2014 tekende de directie van Zo een intentieverklaring om meer mannen op de werkvloer én in de top van de onderneming te krijgen. „Inmiddels werken bij ons elf mannen, op ruim 300 mensen. Dat is wel verbeterd sinds 2014, al zijn het vooral mannen op de bso’s. Bij de babygroep hebben we geen mannen. Daar ligt vaak hun voorkeur niet.”

Volgens Van Schie komen er maar weinig mannen van de opleidingen. Dat is het grootste probleem. „Het is kennelijk niet sexy om als jongen een opleiding te doen tot pedagogisch medewerker. Wij spreken een wens uit, maar daarmee is die nog niet vervuld.”

Kinderopvang Humanitas liet vorige maand weten betaald vaderschapsverlof in te voeren en door deze regeling meer mannen te kunnen werven. Of ook andere organisaties ijveren voor meer mannen op de werkvloer, is bij Brancheorganisatie Kinderopvang niet bekend, zegt een woordvoerder. „Iedereen zou hiermee bezig móéten zijn.”

Mijn taak is me volledig openstellen naar ouders met twijfels, om te laten zien dat ik te vertrouwen ben.

Nog steeds discussie

Dat de positie van de man nog altijd gevoelig ligt, hoort Van Schie terug tijdens gesprekken met oudercommissies. „Er zitten zeker ouders tussen, niet de meerderheid, die geen man op de groep willen. Dat hoor je vooral op locaties waar geen mannen werken. Terwijl het op locaties waar wel mannen werken geen issue is. Daar wordt juist hun toegevoegde waarde gezien, omdat zij wel degelijk iets anders brengen dan vrouwen.”

Ergens snapt Frank van Wijk, die op de bso-groep staat en één dag voor de peuters zorgt, dat de discussie sinds Robert M. nog steeds gevoerd wordt. Zeker na incidenten als die in De Bilt. „Voor dit soort gebeurtenissen schieten woorden tekort. Mijn taak is me volledig open te stellen naar ouders die twijfels hebben, om te laten zien dat ik te vertrouwen ben. Dat is ook heel dubbel; dat ik me moet bewijzen. Ik doe mijn werk gewoon, vind mijn werk heel leuk, maar ik ben toevallig man.”

Als we het blijven hebben over wat er misgaat, komen we er nooit, zegt hoogleraar Fukkink. „Mannen en opvoeding, die horen bij elkaar. De jongens en meisjes op de kinderopvang zijn er wel uit. Die vinden mannen en vrouwen even goed. Nu de rest van het land nog.”