De kinderopvang moet geen politiestaatje worden

Kindermisbruik in de kinderopvang is niet te voorkomen. Vooral mannen liggen onder vuur, maar dat is geen reden om ze te weren.

foto iStock

Twee zusjes moesten „onzedelijke handelingen” verrichten bij een 27-jarige pedagogisch medewerker op de buitenschoolse opvang (bso) van Partou kinderopvang, locatie Weltevreden in De Bilt. Gisteren werden ook de andere ouders met kinderen op die bso op een besloten bijeenkomst geïnformeerd. De schok was groot, vooral omdat het gaat om een man die populair was bij kinderen en ouders. En die volgens Partou „op handen werd gedragen”. Voor ouders is Slachtofferhulp beschikbaar.

De medewerker zit nu in de cel. Hij is op staande voet ontslagen, aldus Katinka Reuling, bestuursvoorzitter van Partou. Hij werd ontboden op het hoofdkantoor en „heeft bevestigend geantwoord” op vragen over misbruik.

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft geen aanwijzingen dat de verdachte, die al vijf jaar bij Partou werkte, nog met andere kinderen ontucht heeft gepleegd. Die mogelijkheid wordt wel onderzocht. Zijn telefoon en computer worden daarvoor uitgelezen.

De vraag is nu: is dit te voorkomen?

Gjalt Jellesma, voorzitter van Boink, organisatie van ouders met kinderen in de opvang, kan daar kort over zijn: nee. Een incident als in De Bilt kan altijd gebeuren. „Een 100 procent veilige omgeving bestaat niet.” Of beter: Die moeten we niet willen, „want dan heb je het over een buitenschoolse opvang als klein politiestaatje. Kinderen moeten zich ook nog in zekere vrijheid kunnen ontwikkelen.”

Jellesma begrijpt heel goed hoe ingrijpend incidenten van seksueel misbruik zijn. „Je geeft je kind in vertrouwen uit handen en dat vertrouwen wordt beschaamd.

Tegelijkertijd vindt hij het belangrijk het iets te nuanceren. „Wekelijks gaan een half miljoen kinderen naar de bso. En we hebben het de laatste jaren over een handvol incidenten. Dit komt echt heel weinig voor.”

’t Hofnarretje

Vooral mannen die werkzaam zijn in de kinderopvang liggen onder vuur. Zeker na de affaire-Robert M. is dat vaste prik. Eind 2010 werd bekend dat deze man ruim tachtig kinderen had misbruikt, onder meer op de Amsterdamse crèche ’t Hofnarretje, waar hij werkzaam was. Robert M. werd veroordeeld tot 19 jaar cel en tbs. Dit was een extreem geval, in de verste verte niet te vergelijken met het incident bij Partou, maar toch. De zaak was zó groot en wekte zóveel afschuw dat die diepe sporen achterliet in de kinderopvang.

Begrijpelijk, vindt Jellesma, maar we kunnen niet opeens mannen gaan weren. „Seksueel misbruik is verschrikkelijk en wordt voor 80 procent door mannen gepleegd. Maar kindermishandeling is net zo traumatisch en dat wordt voor 80 procent door vrouwen gepleegd. We gaan ook niet opeens vrouwen weren.”

Overigens, voegt hij eraan toe: „De kans dat kinderen in de huiselijke omgeving mishandeld of misbruikt worden, is vele malen groter dan op de opvang.”

Aangescherpte regels

Hoe het ook zij, na ‘Robert M.’ werden de regels fiks aangescherpt. Een onafhankelijke commissie onder leiding van hoogleraar Louise Gunning deed aanbevelingen die de sector voor een groot deel overnam. Zo kwam er de regel van ‘twee paar ogen per luier’: op de jongste kinderen (van 0 tot 4 jaar) moesten altijd twee mensen een oogje kunnen houden. Om die reden werden er in kinderdagverblijven heel wat extra ramen in muren geplaatst en deuren verwijderd. Er werden camera’s opgehangen en babyfoons geïnstalleerd.

Voor de oudere kinderen (4-12 jaar) die naar de buitenschoolse opvang gaan, geldt die regel niet. „Het is eenvoudig onmogelijk”, zegt Jellesma: „Je moet er toch niet aandenken dat er achter elke kind twee volwassenen aanhollen.”

Er kwam een meldcode: elk incident moet verplicht worden gemeld. Medewerkers moeten een Verklaring Omtrent het Gedrag overleggen. Dat moest al, maar nu moet de VOG elk jaar vernieuwd worden, zodat ook misstappen tijdens dienstverband boven komen drijven.

De belangrijkste regel, vindt Jellesma, is dat medewerkers worden getraind om vreemde gedragingen van collega’s te zien en hen daarop aan te spreken. „Dat vergt echt een cultuurverandering”, zegt hij. Volgens hem zijn medewerkers in de kinderopvang vaak zo gemotiveerd dat twijfel uiten aan goede bedoelingen not done is. Maar als er nog een slag in de veiligheid te maken is, zegt hij, dan ligt die daar.