Commentaar

De huidige economische voorspoed is geen luxe

Een betere start kan een nieuw kabinet zich nauwelijks wensen. Het Centraal Planbureau stelde woensdag dat er aan het einde van een volgende kabinetsperiode een overschot op de begroting prijkt van 1,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Het economische tij zit dan ook mee. Een gemiddelde economische groei van 1,8 procent over de eerstvolgende vier jaar is, zeker gezien de afgelopen tien jaar sinds het uitbreken van de financiële crisis, bijna onwennig.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek rapporteerde woensdag een economische groei van 1,5 procent van het eerste kwartaal op het tweede. Zo’n grote kwartaalgroei kwam sinds het begin van de euro slechts éénmaal voor, in 2006. Het CPB heeft zijn groeiraming voor heel 2017 inmiddels opgehoogd naar 3,3 procent.

Mocht informateur Zalm zijn klus succesvol voltooien en de formatie daarna soepel verlopen, dan baadt het nieuwe kabinet ogenschijnlijk in weelde. Maar er zijn grenzen aan wat er financieel kan.

Allereerst zijn er de toenemende internationale spanningen, in een wereld die onoverzichtelijker en beduidend minder veilig is dan voorheen. Een nieuw kabinet doet er goed aan de ophoging van de uitgaven aan defensie – nu 1,2 procent van het bbp – naar de NAVO-norm van 2 procent serieus te nemen.

Bovendien is een gezonde buffer in de overheidsfinanciën geen luxe. Zoals oud-topman van de Europese Centrale Bank, Jean-Claude Trichet vorige week zei: er is in Europa weinig munitie meer over om een volgende recessie te bestrijden. Het monetaire beleid is zo goed als uitgeput – als daar de grens van de prudentie al niet is overschreden.

Dat betekent dat het toekomstige zwaartepunt zal moeten liggen bij de begrotingspolitiek. Het aanhouden van een klein overschot op de begroting is in dit licht geen overdreven zuinigheid, maar een uitgangspunt dat getuigt van realisme.

Daarmee is niet gezegd dat er geen enkele ruimte is voor nieuwe plannen. Het zogenoemde houdbaarheidssaldo, waarmee wordt uitgedrukt in hoeverre de verzorgingsstaat structureel betaalbaar is, vertoont een klein overschot.

Dat is bemoedigend. Maar de financiële ruimte blijft zeer beperkt. Het betekent dat nieuwe plannen, welke dat ook worden, vrijwel volledig gefinancierd zullen moeten worden uit andere posten op de begroting. Politiek is een verdelingsvraagstuk. De daarvoor vereiste behendigheid en financiële discipline blijven nodig, ook in de vier voorspoedige jaren die de CPB-raming ons in het vooruitzicht stelt.