Cultuur

Interview

Interview

De Nederlandse Marcella Kraay werkt als coördinator voor AzG aan boord van de Aquarius.

Foto Angelos Tzortzinis/AFP

Als een van de weinigen blijft zij bootmigranten redden

Marcella Kraay van Artsen zonder Grenzen is met haar team een der laatsten die momenteel actief is op de Middellandse Zee. Andere NGO’s hebben hun schip voorlopig aan de ketting gelegd.

Na drie weken op zee ligt een van de drie laatste reddingsschepen dat momenteel nog migranten oppikt voor de kust van Libië weer voor anker. Donderdagochtend meerde de Aquarius, het schip van de NGO SOS Méditerranée, weer aan in de haven van Pozzallo, een stadje van ongeveer 19.000 inwoners in het zuidoosten van Sicilië. Het schip heeft een medisch team van Artsen zonder Grenzen (AzG) aan boord, Marcella Kraay is daar de coördinator van. “We meren een paar dagen aan om van personeel te wisselen, brandstof te tanken en eten in te slaan. Daarna gaan we weer de zee op.”

Ondanks een onstuimige periode waarin veel NGO’s hun reddingsschepen voorlopig aan de ketting hebben gelegd, gaat Kraay met haar team door. “Woensdag hebben we nog 112 mensen overgedragen aan de Italiaanse diensten in Pozzallo, die hadden we eerder opgepikt op zee van andere NGO-schepen.”

De Belgische afdeling van haar organisatie besloot eerder deze week voorlopig niet meer voor de kust te varen van Libië om migranten te redden. AzG zegt daartoe te hebben besloten omdat de Libische kustwacht zelf een search & rescue-zone wil creëren. Binnen die zone is geen plek voor de NGO’s. De Libische kustwacht zou vijandig staan tegenover humanitaire organisaties die voor de kust van Libië varen. Het zou tot gevaarlijke situaties kunnen leiden. Op dit moment varen er nog twee andere NGO-schepen rond, samen met marineschepen en de Italiaanse kustwacht. Ook die voeren reddingsacties uit.

Waarom varen jullie nog wel?

“Elke organisatie moet zijn eigen risico-analyse maken. Wij werken vaker in gebieden met een verhoogd risicoprofiel. De wateren bij Libië zijn daarop geen uitzondering. Dat was twee maanden geleden ook al zo en zal de komende maanden ook zo blijven. Onze analyse was dat de situatie niet dermate veranderd is dat we stoppen met varen.”

“Ook is de noodzaak er nog steeds. We hebben de afgelopen week nog mensen uit een rubberboot op zee gered. Nadat we mannen, vrouwen en kinderen hadden gered, bleven er vijf mannen en drie vrouwen, allemaal niet ouder dan een jaar of 30, op de bodem van het rubberbootje liggen. Ze waren in de verdrukking gekomen en verdronken in het laagje water onderin de boot. We hebben ook hen aan boord getild met ons team.”

“Dat regeringen zich nadrukkelijker willen mengen in deze crisis, is goed. Maar de capaciteit die nodig is om niemand te laten verdrinken is er nog lang niet.”

Hebben jullie daar al iets gemerkt van extra inzet van de Libische kustwacht?

“De Libische overheid heeft de intentie om een zone te creëren waar de eigen kustwacht patrouilleert. Maar, dat is de intentie en het plan is dus nog niet operationeel. De vraag is wanneer dat gaat gebeuren. Toch zijn ze de afgelopen weken actiever geworden.”

Mensen die ik sprak nadat we die van zee hadden gehaald zeiden: ik sterf liever op zee dan in Libië te blijven.

“We houden de Libische kustwacht erg scherp in de gaten, zodat het niet tot een treffen komt. Normaal zagen we sporadisch een boot van de kustwacht, nu zo af en toe. Het is vaak echter de vraag óf het wel de kustwacht is. Sommige boten blijken omgebouwde Libische vissersboten te zijn. Ook zijn we speedboten tegengekomen waarop een machinegeweer gemonteerd zit. Of op een boot is met wat verf kustwacht op de zijkant van een boot geschilderd. Je weet gewoon niet wie wie is. Dat maakt de situatie wel gevaarlijker.”

“Er is daarom extra contact met het Maritieme Reddingscoördinatiecentrum (MRCC) in Rome en zijn we in contact met woordvoerders van de Libische kustwacht.”

Afgelopen maand waagden een stuk minder mensen de overtocht vanuit Libië.

“Wat we zien is dat het de afgelopen maanden redelijk wat bootjes vanuit de kust van Libië zijn vertrokken, maar de laatste paar weken is het een stuk rustiger geworden. We moesten kijken hoe dat precies kan. De Libische kustwacht is wat actiever en onderschept meer boten. Dat is geen goede ontwikkeling. Het maakt het lot van de migranten nog ongewisser. Mensen die ik sprak nadat we die van zee hadden gehaald zeiden: ik sterf liever op zee dan in Libië te blijven. Volgens getuigen mishandelt de Libische kustwacht vaak bootmigranten. Bovendien worden de migranten tegen hun zin teruggebracht naar Libië. Ik krijg gruwelijke verhalen te horen over marteling, verkrachting, dwangarbeid en mishandeling.”

“Ook op het land is de situatie veranderd. Er is geen sterke, duidelijke centrale overheid. Er zijn heel veel milities actief. Daardoor is het soms heel onduidelijk wat er aan de hand is op het land. Of met wie je van doen hebt.”

“Er komen wel wat bootjes doorheen, door de chaos, maar echt een stuk minder. De situatie in Libië is heel dynamisch, gewelddadig en wetteloos. Volgende week kan het weer helemaal anders zijn.”

Ook is er een gedragscode voor NGO-reddingsschepen opgesteld. Daar is veel verzet tegen onder NGO’s. Verandert dat de zaak nog voor jullie?

“De meeste elementen uit die gedragscode doen wij toch al. Dat verandert onze werkzaamheden relatief weinig en is dus geen probleem.”

“Wij blijven vooralsnog doorgaan totdat het te gevaarlijk wordt.”