Cultuur

Interview

Julie Hrudova

Aan de kermis geven de mensen hun geld niet meer uit

Kermissen

Het gaat niet goed met de kermis in Nederland. Minder bezoekers, minder omzet, minder exploitanten. Kan de kermis overleven?

Het is een grauwe vrijdagmorgen, de kermis bij de Rotterdamse Schiehaven gaat bijna open. Op een terrein naast een volkswijk staan felgekleurde attracties en zelfs een achtbaan. Een vuilnisman prikt rondwaaiend afval op.

Een man van 70, hij wil niet met zijn naam in NRC, poetst met Glassex de ramen van zijn attractie Point It, waar je telefoons kunt winnen. „Vroeger hoefde ik dat niet te doen. Dan hielpen kinderen uit de omgeving mee, in ruil voor een vrijkaartje.” Nu hoeft hij daar niet mee aan te komen. „Ze vragen meteen: oh, en wat verdien ik dan?”

Een uurtje later is de kermis open. Top-40-hitjes schallen over het terrein, aan de torenhoge arm van een attractie suist een bakje door de lucht. Bezoekers zijn er nauwelijks: enkele tientallen mensen, vooral ouders met kinderen.

Amsterdam westerpark Kermis
Julie Hrudova
Jan Vermolen op de kermis van Tilburg.
Julie Hrudova
kermis Tilburg attractie
Julie Hrudova

De kermis heeft het moeilijk. Steeds meer kermissen worden opgedoekt. Vooral in kleine gemeenten loont het niet meer. Het aantal exploitanten daalt: van 1.005 in 2009 naar 923 nu, meldt de Kamer van Koophandel. In 2012 deed bureau Respons onderzoek: toen waren er 1.370 kermissen in Nederland, 300 tot 400 minder dan twintig jaar eerder. Recentere cijfers zijn er niet: de twee kermisbonden geven geen geld meer uit aan branchecijfers. Deze zomer kwam de kermis tweemaal in het nieuws, en beide keren negatief: een peuter raakte gewond in een attractie op de Tilburgse kermis, en enkele attracties werden stilgezet na een dodelijk ongeluk in de VS.

In het hokje voor een speelhal op de kermis in Rotterdam roept een vrouw routineus in haar microfoon. „Nieuw nieuw, voor jong en oud, groot en klein, het glazen speelpaleis.”

Gijs van der Kolk (37) staat even verderop in zijn schietkraam, geweer op de schouder. Vanaf zijn 24ste werkt hij op de kermis. „Veertien uur per dag, zeven dagen per week.” En het wordt er niet makkelijker op. „Bij het zien van de prijzen die er te winnen zijn zeggen kinderen tegenwoordig: dat kan ik ook voor eentiende van de prijs kopen op AliExpress!” Toch zou hij niet anders willen. „Je moet het meer zien als een hobby. Het moet in je zitten.”

Buikslotermeerplein Amsterdam
Julie Hrudova

Het kermisseizoen loopt van midden april tot eind september. In de winter adverteren gemeenten met hun kermis in de vakbladen, zoals De Kermisgids. Exploitanten bieden op staanplaatsen als het gaat om een open verpachting, of schrijven zich in als de verpachting gesloten is en de gemeente ook kijkt naar de sfeer en reputatie van een attractie.

Zo krijgt iedere attractie gedurende het seizoen zijn eigen route. De kermisexploitanten, vaak vijfde of zesde generatie, kennen elkaar allemaal. Al volgen ze niet dezelfde route, ze staan vaak genoeg samen op een kermis, gaan uiteen en zien elkaar twee kermissen later weer.

Dit is Rowan van Vilsteren, ze is getrouwd met een exploitant. Dit was op de kermis van Tilburg.
Julie Hrudova

Oliebollen

Johnny van Dam (45) is een kermisexploitant pur sang. „Mijn opa z’n opa is begonnen met de draaimolen in achttienhonderdzoveel. Die is in de familie doorgegeven.” Hij zit rokend achter de kassa van de familieachtbaan die hij er acht jaar geleden bij kocht. „Het is een eigen bedrijf waar je vierentwintig uur per dag mee bezig bent. Wij nemen ons werk letterlijk altijd mee.” Hij exploiteert ook nog de Buggy’s, een kinderattractie met rondrijdende autootjes. „En ’s winters verkopen we oliebollen, in Leiden. Dat moet wel.”

Het is allemaal minder geworden, zegt Van Dam. „Wij zijn het eerste waar mensen op bezuinigen.” Maar de kermis blijft altijd bestaan, dat weet hij zeker. Daarvoor zijn wel nieuwe dingen nodig. „De lampjes blijven niet vanzelf branden.”

Dit is Johnny van Dam jr. De detailfoto’s zijn uit zijn attractie. Het interieur is van de ‘salonwagen’ van zijn vader Johnny van Dam sr. Zijn vrouw Annie Bakker staat op de foto in de keuken. Het lijstje naast de timer zijn kermisgeluiden die ze op de attractie afspelen zoals: Jaba Daba Doe
Julie Hrudova
salonwagen van Johnny van Dam jr.
Julie Hrudova
Het lijstje naast de timer zijn kermisgeluiden die ze op de attractie afspelen zoals: Jaba Daba Doe
Julie Hrudova
Het interieur is van de ‘salonwagen’ van de vader Johnny van Dam sr.
Julie Hrudova
De vrouw van Johnny Dam sr
Julie Hrudova

De economische crisis kostte klanten, maar die komen niet uit zichzelf terug. De concurrentie komt van steeds spectaculairdere pretparken, festivals, spelcomputers en smartphones.

Johnny’s vrouw Annie (35) geeft een rondleiding in de „salonwagen” waarin ze wonen, een appartement op wielen van 75 vierkante meter. Voor de wagen slaapt een hond, zoals er wel meer op de kermis zijn. „En die bak is voor het personeel.” Annie wijst naar een wagen zonder ramen, met vier kleine ruimtes waar een bed en misschien net een kast in passen. De vrouwen van de kermis zorgen voor de kinderen en het huishouden, de mannen voor de attractie.

Johnny van Dam junior komt net van rijles. Hij wil zijn groot rijbewijs halen, zodat ook hij de vrachtwagen kan besturen. Na zijn havo twijfelde Johnny over een studie rechten, maar hij is niet „van wal geraakt”: het kermisbestaan trok meer.

De kans dat oud-klasgenoten een tijdje op de kermis komen bijverdienen is klein. „Nederlandse jongeren zijn te duur geworden, daarom hebben we nu een Litouwer in dienst”, vertelt hij. „1.000 euro in de maand is voor Nederlanders niet rendabel. Voor hen wel.”

Eerst hadden ze een Pool, vertelt Johnny. „Gevonden via een dienst die ze gewoon met een busje daar ophaalt”, zegt hij grinnikend. „Een soort bol.com, maar dan met Polen. Pool.com.” Zijn vader heeft details. „Die Pool was niks”, zegt Van Dam senior. „Nu hebben we een Litouwer op proef. Meestal zijn het alcoholisten, en die kunnen we hier niet gebruiken. Je gaat toch met kinderen om.”

Kermis-mis

Van oorsprong werd de kermis in Nederland gehouden tijdens een feestdag van de parochiekerk: het woord kermis is een verbastering van het woord kerk-mis. In veel katholieke dorpen is die link nog zichtbaar. Hoorn had afgelopen zaterdag een speciale kermis-mis, die ieder jaar wordt gehouden in de botsautotent.

Niet de kermis, maar de samenleving is veranderd, stelt Atze Lubach, voorzitter van kermisvakbond Bovak. Er is veel meer aanbod in vrijetijdsbesteding, dorpen trekken leeg en de bevolking vergrijst. „De tijd dat iemand een kermis organiseerde, een paar borden ophing en er vanzelf mensen kwamen is voorbij.”

Toch willen gemeenten graag hun kermis behouden, omdat die voor cohesie en saamhorigheid zorgt. In sommige dorpen waar de kermis voor exploitanten niet meer rendabel is, zamelen mensen nu geld in om gratis staanplaatsen te kunnen aanbieden. Of de gemeente sponsort de kermis en biedt bijvoorbeeld gratis nutsvoorzieningen.

Er is absoluut kans op overleven, zegt Lubach, maar dat vraagt om samenwerking. „We hebben elkaar nodig, de gemeenten, de kermis en de horeca.” Succesvol is het koppelen van de kermis aan een regionale festiviteit. „De corso’s in het Westland, schuttersfeesten in het oosten en het fierljeppen in Friesland.”

Frans Stuy, kermisorganisator uit Landsmeer, heeft zeven grote kermissen. Hij organiseert ze in samenwerking met de gemeente. „Ze noemen me de kermiskoning.” Stuy werd geboren in een kermisgeslacht. „Als baby sliep ik in een mandje onder de kassa. Mijn vader had twee botsautoattracties. Later kwamen daar poffertjeskramen bij.”

Zelf is hij kermissen gaan organiseren toen hij zag hoe slecht het in Amsterdam geregeld was. „De kermis liep daar rond die tijd helemaal mis, veel gevechten met politie, zoveel dat er op een gegeven moment helemaal geen kermis meer was.”

Stuy zette in Osdorp weer de eerste Amsterdamse kermis op, wat de politie niet zag zitten – ME-busjes en honden stonden al klaar. En volgens Stuy kwamen er eerst ook „alleen maar raddraaiers die dachten dat alles gratis was”. Om de problemen met hangjongeren op te lossen, ging hij „eerder dan Job Cohen” naar de moskee. „Ik was de allereerste met het opleiden van Marokkaanse jongeren. Daarna kwamen pas de straatcoaches en zo.” Volgens hem kunnen meer kermissen problemen zo oplossen. „Op plekken waar veel ellende is, moet je die jongens paaien.”

Zijn dochter staat in België met speelhallen op de kermis. Stuy: „Als ik de baas zou zijn, zou ik overal grote kermissen neerzetten zoals daar. Die in Brussel is tien keer zo groot als die in het [Amsterdamse] Westerpark en staat op een vaste plek.”

Atze Lubach van de Bovak denkt dat zoiets niet haalbaar is: in Nederland is de kermis vaak in een historisch centrum. „Wij hebben hier gewoon veel minder ruimte.”

Volgens Stuy is er een groot verschil tussen kermissen onder en boven de rivieren. „In Brabant trekt de kermis veel meer mensen aan. In het noorden heb je dat alleen in Volendam. Daar is nog een echte volkskermis, zoals vroeger.”

Stuy ziet de bezoekersaantallen van zijn kermissen en zijn inkomsten teruglopen, maar het werk is nog rendabel. „Vroeger was sowieso alles beter, is het niet? De mensen waren veel liever. Het is nu alleen maar geld, geld, geld.”

Buikslotermeerplein Amsterdam
Julie Hrudova
Buikslotermeerplein Amsterdam
Julie Hrudova
kermis Bussum
Julie Hrudova
Utrecht Griftpark
Julie Hrudova

Ook op de Tilburgse kermis, de grootste van de Benelux, merkten ze achteruitgang. Minder bezoekers, lagere biedingen op staanplaatsen en minder omzet. „De landelijke tendens was dalende, we moesten acties ondernemen,” zegt Jet van Baast, al 21 jaar betrokken bij de organisatie. De gemeente stopte daarom met het openbare pachtsysteem, waarbij de hoogste bieder de plek krijgt. Nu bepaalt ook de uitstraling van een attractie wie welke plaats krijgt. Van Baast: „Er wordt gestreefd naar een completere beleving en meer afwisseling.”

Op de kermis zelf is daar weinig van te merken. Ja, er is een Tiroler dorp, zoals beschreven in het plan van de gemeente. Maar verder is de kermis toch gewoon een kermis, met dezelfde muziek, hetzelfde eten, en dezelfde attracties, al dan niet een beetje aangepast en gemoderniseerd. En het is hier in Tilburg enorm druk.

Gijs van der Kolk staat er ook met zijn schietkraam. Zijn tijd zal het wel duren. „Eer de kermis stopt, ben ik de pijp wel uit.”

Fotografie: Julie Hrudova