Limburgse heilige is voortaan van plastic

Diefstal en vernieling

Bisdom Roermond adviseert heiligenbeelden door kunststof kopieën te vervangen. Alles wat van waarde is, wordt gestolen.

Een kapot Christusbeeld in de werkplaats van Koos Swinkels. Hij maakt er kunststof replica’s die ogen als brons of hout. Foto John van Hamond

Vijftien- à twintigduizend kaarsen worden elk jaar aangestoken bij de kapel voor Theresia van Lisieux even buiten het Limburgse Tegelen. Om de heilige tot zegenrijk werk te bewegen bij ziektes, echtelijke spanningen, examens – of zomaar. Ook bij inbrekers en vernielers is de devotieplek in trek.

„De geschiedenis van de kapel is ervan doortrokken”, zegt Hugo Verweij van de beherende stichting. In de jaren zeventig en tachtig, na de leegloop van de katholieke kerken, werd zo’n beetje alles van waarde uit het afgelegen kapelletje uit 1926 gesloopt. Daarna werd het twee keer verplaatst.

Loet Kusters is de replica aan het voorzien van een Acryll coating, de 1e laag over de plastic replica. Foto John van Hamond

Het hek rondom en tralies op en in de kapel mochten niet baten. „Alleen al op de nieuwe plek is acht keer ingebroken”, vertelt Verweij. „Vorig voorjaar werden vernielingen aangericht en Arabische leuzen op muren gekalkt. Vol taalfouten. Alle andere keren waren het dieven, uit op buit.”

Niet dat er iets te halen is. Het kunsthistorisch waardevolle Theresiabeeld staat in een museum en is vervangen door een souvenirwinkelexemplaar. „De koperen klokkentoren en klok zijn al gejat. Het offerblok is in beton gegoten. Niet dat er ooit meer dan een paar tientjes in zitten.”

Koos Swinkels laat een mal zien in de werkplaats.
Foto John van Hamond
Koos Swinkels laat een heiligbeeld, replica brons, zien in Venray. Het is twee jaar geleden vervangen en dat was niet de eerste keer.
Foto John van Hamond
De werkplaats.
Foto John van Hamond

Stof zijt gij en tot kunststof zult gij wederkeren. Dat is het lot van de rijkelijk door Limburg verstrooide heiligenbeelden. „Laat een kopie in plastic maken”, adviseert Matheu Bemelmans, woordvoerder van het bisdom en voorzitter van de Stichting Kruisen en Kapellen in Limburg, nu altijd bij meldingen van diefstal of vernieling. „Het echte exemplaar kan dan op een veilige plaats blijven.”

Volgens Bemelmans lijkt het elke week wel ergens in Limburg raak. „Maar dat kan ook een indruk zijn. Door social media is tegenwoordig alles meteen zichtbaar.” De politie registreert deze categorie misdrijven niet apart, zodat harde cijfers ontbreken.

Het whiteboard op kantoor met daarop o.a. een krantenartikel aangaande het vervangen van een heiligbeeld. Foto John van Hamond

De meeste kunststofkopieën in Limburg worden gemaakt in een atelier in Venray. Koos Swinkels, ooit begonnen als pottenbakker, maakt ze. Loet Kusters, vroeger huisschilder, brengt ze op kleur of zorgt dat ze niet van brons of terracotta te onderscheiden zijn. „Niet echt moeilijk, als je weet welke materialen je moet gebruiken.” Er werken nog tien anderen aan de afgietsels, in totaal 2.000 à 2.500 uur per jaar.

In eerste instantie werkten de Venrayse vrijwilligers bij het maken van hun replica’s met beton. Vooral omdat het goedkoop is, bekent Swinkels. „Maar het was ook breekbaar materiaal. Als je een Christus met zijn hand aan het kruis nagelde, begon het bij zijn oksel al te scheuren.”

Kunststof is duur. „30 euro per liter. Bij grote beeldengroepen ben je snel grote bedragen aan materiaal kwijt. Maar het is lastig kapot te krijgen.”

Swinkels slaat met een plastic Jacobus op een werkbank. Die geeft geen krimp. „Nauwelijks kapot te krijgen en vervangbaar. We bewaren de mallen.”