Column

Licht in het hoofd, zwaar in de lendenen

Joyce Roodnat

De verhouding tussen schijn en wezen maakt goede kunst. Je denkt het ene, maar het kan net zo goed het andere zijn.

Het is heel erg zomer en dat betekent het jaarlijkse theater-pretpark De Parade. Dit keer met tomaten gooien naar een danser van Club Guy & Roni. Raak gooien is confronterend moeilijk, en dat stoomt publiek klaar voor de dansperformance die erop aansluit.

Naar Peter Handke: Self accusation. (Handke? Dans? Ja. Dat kan. Heel goed zelfs.) Ik wankel de zon weer in en beland in een oude tent, bij Laszlo Brinkhoff. Gewapend met berenmuts, vet accent en een wiebelend diascherm speelt hij KGB Sekret, een post-Koude-Oorlog-lezing met lichtbeelden. Allemaal flauwiteiten en tegelijk intimiderend serieus, net als die gedanste Handke. En dat moet je hebben, dat doet goeie kunst: je denkt het ene en beseft dat het net zo goed het ándere kan zijn. Intussen vliegt je geest de vrije ruimte in.

Het gebeurt me ook in het Stedelijk Museum in Amsterdam, bij het werk van Edward Krasinski. Hij is een prins, hoorde ik. Ik ga dat niet checken, ik neem het graag aan, omdat het een mooi idee is: een Poolse avant-gardeprins, paraderend door de jaren zestig en tuk op lijnen. De lijn van blauwe tape waarmee hij zijn kunstenaarsleven lang op 130 cm hoogte de werkelijkheid afbakende, zet ook hier de zalen op stelten. Maar nog liever is mij de draad die hij uit zo’n ouderwetse telefoon (inmiddels een archeologisch geval uit definitief vervlogen tijden, wie had dat ooit gedacht) laat krullen en die over het museumparket kriebelt. De lijn oogt als een handschrift. Aha, hij is een zichtbaar telefoongesprek. Hallo, eeuwigheid? Bent u daar? Eh… Elvis? Sorry, verkeerd verbonden!

Krasinski’s werk zet de verhouding tussen schijn en wezen op scherp. Oorzaak en effect worden inwisselbaar, ineens zijn de mogelijkheden nog eindelozer dan ze al waren. Het maakt licht in het hoofd en zwaar in de lendenen en dat is precies de gemoedstoestand om ten volle te profiteren van Atomic Blonde, een ideale Koude-Oorlog-spionagefilm.

Probeer niet de plot te begrijpen, die is John le Carré-achtig, dus daar is geen beginnen aan. Denk aan Krasinski’s telefoon: wat je ziet is bijna te lezen. De werkelijkheid ontsnapt je, daar is het de werkelijkheid voor. Hup! Versnel je pas en versmelt met de hoofdpersoon. Een spion, machtig gespeeld door Charlize Theron. Haar blauwe plekken zijn echt, lees ik overal, maar dat doet niet ter zake, hoor. Het gaat erom dat haar personage blauwe plekken heeft, en dat zag ik Bruce Willis of Sylvester Stallone nog nooit toegeven. Ze vecht fantastisch en ze belazert iedereen. Ze belichaamt de rehabilitatie van de blondine. Blondjes dom? Dat namen die bonkebinken in Atomic Blonde ook aan – en die liggen allemaal als dooie kabels in de hoek.