Hard werken in Koeweit, maar na je pensioen moet je opkrassen

Arbeidsmigranten

In Koeweit bestaat de bevolking voor 70 procent uit immigranten, maar de Koeweiti’s blijven de dienst uitmaken. Een smeltkroes is het nooit geworden.

Een vrouw uit Koeweit wordt samen met haar kinderen bijgestaan door hun huishoudelijke hulp in een winkelcentrum in Koeweit Stad. Foto Moises Saman/The New York Times

Yang uit Bhutan begint haar werkdag bij de Starbucks om 6 uur ’s morgens. Altijd vrolijk. Bhutan mag dan hoog scoren op de lijst van ‘gelukkigste landen op aarde’, Yang vond er geen werk. In Koeweit wel. Net als Cathy van de nagelsalon, Filipijnse en ook altijd vrolijk. Of Mahmoud bij het ministerie van landbouw, Egyptenaar en minder vrolijk. Hij geeft export- en importdocumenten af voor dieren.

Koeweit is – net als de rest van de Golf – een migrantenmagneet. Migranten vormen de meerderheid: zo’n 70 procent van ongeveer vier miljoen inwoners. Dat begon eind jaren ’40, toen de pas ontdekte olie uit de grond gehaald moest worden. Er was geen kennis, geen geld en te weinig mankracht. De Amerikanen en Engelsen kwamen, kregen concessies en betaalden royalties aan de oliestaat. Die werd rijk en begon aan de bouw van het land. Met bouwvakkers, artsen, onderwijzers, koks, ingenieurs van buiten. Die migrantenstroom hield nooit meer op.

De Indiërs vormen de grootste groep (ruim 800.000), gevolgd door Egyptenaren (ruim 500.000). Daarnaast zijn er van elk meer dan honderdduizend Filippino’s, Sri Lankanen, Pakistanen en Syriërs.

Vriendjespolitiek

Wie welk werk doet, is meestal nationaliteit-gerelateerd. Dat heeft te maken met opleidingsniveau, maar ook met vriendjespolitiek. Een Egyptische ambtenaar vult een vacature met een neef of vriend. Een Indiër op de financiële afdeling van een bedrijf idem dito. Het leidt soms tot kinnesinne onder de migranten.

Mohammed, een Libanese IT-specialist: „De Indiërs doen mijn werk voor een laag salaris, waardoor ik ook een laag salaris moet accepteren. Dat salaris is in India heel veel waard, maar in Libanon niet.” Het voordeel van de Indiërs, aldus Mohammed, is hoogstens dat ze niet corrupt zijn. Daarvoor moet je bij de Egyptenaren zijn. Dat vinden de Koeweiti’s ook, die ‘Egyptenaar’ onderling als scheldwoord gebruiken. Wel met enige zelfspot, want ze haalden ze zelf hierheen na de invasie van Irak in 1990, ter vervanging van de Palestijnen, die eruit werden gezet wegens Arafats steun aan Saddam Hussein.

Niemand komt namelijk op de bonnefooi binnen. Daarvoor heb je een werkvergunning nodig, en die krijg je alleen via een sponsor, wat meestal de werkgever is en soms een louche agentschap dat migranten onder valse voorwendselen hierheen haalt.

Het land is klein, de landsgrenzen goed bewaakt door het leger en de buurlanden (Saoedi-Arabië en Irak) zijn ook geen landen waar migranten zomaar doorheen reizen. Hoogstens worden migranten in de loop der tijd illegaal omdat ze hun baan verliezen, of weglopen bij hun sponsor. Af en toe zijn er ‘opschoonacties’ in arme migrantenbuurten, waarbij illegalen worden opgepakt en uitgezet, maar erg actief is de illegalenjacht niet. Gezinshereniging wordt soms toegestaan, soms niet; dat verschilt per nationaliteit en salaris. Vooral voor Zuid-Aziatische lage-lonenwerkers is dit moeilijk. Westerse expats mogen doorgaans hun man/vrouw en kinderen meenemen.

Geen melting pot

Migranten zijn niet weg te denken in Koeweit, en het straatbeeld van kleurrijke Indiase sari’s, hippe Filippino’s, hooggehakte Libanezen, hardlopende Amerikanen en witgejurkte Koeweiti’s is normaal. Maar het is geen melting pot. Eerder een hoge mate van tolereren. Soms slaat de ergernis bij de Koeweiti’s toe. Dat heeft bijna altijd te maken met overvolle wegen met slechte chauffeurs. Dan wordt er een nieuwe wet bedacht: alleen degenen met een universiteitsdiploma hebben recht op een rijbewijs. Als blijkt dat zo’n wet geen zoden aan de dijk zet, wordt hij weer afgeschaft of houdt niemand zich eraan. Het leidt tot een rommeltje.

Migranten hebben vaak geen wij-gevoel met hun gastland. Dat is ook wel begrijpelijk. Ze zijn welkom, maar niet echt. Uiteindelijk moeten ze weg, al is het soms tientallen jaren later. Niemand heeft recht op naturalisatie – tenzij de emir op individuele basis anders beslist. Na pensioen of ontslag vervalt de verblijfsvergunning. Dat wordt door sommigen als zuur ervaren; anderen zien het als een zakelijke overeenkomst: Koeweit is als een bedrijf. Het leidt in elk geval niet tot veel loyaliteit.

Het aantal arbeidsmigranten stijgt wereldwijd. Ondanks hun bijdrage aan groei, komen er steeds meer regels, schrijft Marc Leijendekker.

Toch blijven de meesten graag. Dat zegt vooral iets over de thuislanden, want vooral voor lagelonenwerkers zijn de arbeids- en woonomstandigheden slecht. Huishoudelijk personeel had tot voor kort al helemaal geen rechten. Vrije dagen, werktijden, minimumloon; de arbeidswet gold voor hen niet. Het idee: als onderdeel van het gezin worden ze sowieso goed behandeld. Dat bleek tegen te vallen, dus werd onlangs een nieuwe wet aangenomen met minimum arbeidsvoorwaarden voor de maids en de nannies. Er is nu een verplichte vrije dag in de week en een minimumsalaris van 60 Koeweiti Dinar (ongeveer 180 euro) per maand. Kost en inwoning zijn voor rekening van de sponsor.

Toch is het niet alleen de armoede thuis die migranten doet komen. Ook belangrijk: belastingvrije salarissen, een hoog dienstenniveau (geleverd door elkaar aan elkaar) en gratis gezondheidszorg voor iedereen. Migrantengroepen vormen hechte gemeenschappen, lokale kerken houden elke vrijdag druk bezochte diensten in allerlei talen en supermarkten hebben afdelingen met producten uit eigen land. De Lulu-supermarktketen werd er groot mee. Opgezet in de Emiraten door een – inmiddels schatrijke – Indiër, wemelt het in de regio nu van de Lulu’s. Onlangs opende het bedrijf zijn eerste vestiging in India. Het in Koeweit verdiende geld wordt er uitgegeven.