Groeispurt helpt nieuw kabinet

Kabinetsformatie Voor het volgende kabinet ontwikkelen de overheidsfinanciën zich uitermate gunstig: nagenoeg alle cijfers zijn positief.

Premier Mark Rutte bij aankomst bij het Johan de Witthuis voor de formatiegesprekken met informateur Gerrit Zalm. Foto Bart Maat/ANP

Zo veel goede economische cijfers in één keer, dat is sinds de crisis eigenlijk niet meer voorgekomen. De Nederlandse economische groei versnelt. Daarvan zal een nieuw kabinet profiteren – en nu al profiteren de meeste burgers. Het blijkt allemaal uit een reeks ramingen die het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Centraal Planbureau woensdag presenteerden.

Het bruto binnenlands product (bbp) is in het tweede kwartaal van dit jaar met 1,5 procent gegroeid ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Dat is een uitzonderlijk hoog cijfer. Het groeicijfer in het eerste kwartaal van 2017 was met 0,4 procent nog geen derde daarvan. Het bbp van de eurozone als geheel nam in het tweede kwartaal met 0,6 procent toe.

De Nederlandse economie groeit nu dertien kwartalen achter elkaar. De export blijft een groeimotor: bedrijven voerden vooral meer chemische producten, machines en apparaten uit. Het volume van de goederenexport was in juni 11 procent hoger dan in juni 2016, de grootste stijging in ruim zes jaar.

Ook consumenten dragen bij aan de bbp-groei door meer te besteden aan kleding, elektronica, woninginrichting, eten en horeca. Daarbij helpt het dat de werkloosheid, nu 5 procent, daalt. Vergeleken met een jaar eerder kwamen er 199.000 banen bij, de sterkste groei sinds de periode van hoogconjunctuur in 2007-2008.

Miljarden meer beschikbaar

Het CPB presenteerde zijn concept-Macro Economische Verkenning, een bouwsteen voor de Miljoenennota die op Prinsjesdag verschijnt. Volgende week begint het demissionaire kabinet van VVD en PvdA het begrotingsoverleg voor volgend jaar. De ramingen zijn bepalend bij de onderhandelingen over een nieuw kabinet. Het CPB actualiseerde ze op verzoek van informateur Gerrit Zalm.

Het CPB voorspelt dat de economische groei in het jaar 2017 uitkomt op 3,3 procent en in 2018 op 2,5 procent. In de vorige prognose van juni, ging het CPB nog uit van 2,4 procent groei in 2017 en 2 procent groei in 2018. In 2007, het jaar waarin de financiële crisis uitbrak, kwam de groei voor het laatst boven de 3 procent uit.

Politiek gezien een heikel onderdeel van de CPB-ramingen is de verwachte ontwikkeling van het begrotingsoverschot. Ook dat komt volgens het CPB hoger uit dan in juni voorspeld: 0,6 procent dit jaar en 0,9 procent in 2018. Omgerekend levert dat voor de begroting van volgend jaar een financiële ruimte op van bijna 7 miljard euro. Ook voor het volgende kabinet ontwikkelen de overheidsfinanciën zich zodoende uitermate gunstig. Bij ongewijzigd beleid zal het begrotingsoverschot in 2021 1,6 procent bedragen. Dat komt neer op 13,5 miljard euro. Bij een vorige raming, in maart, schatte het CPB het overschot in op 1,3 procent in 2021.

Lees ook deze column van economieredacteur Maarten Schinkel:
Nieuw kabinet moet rekening houden met een recessie

Toch bevat het CPB niet alleen maar goed nieuws. Als de vier partijen aan de formatietafel behoedzamer willen zijn, zouden ze strikter dan het huidige kabinet moeten letten op het zogeheten houdbaarheidssaldo. Dit drukt de betaalbaarheid uit van de sociale voorzieningen (uitkeringen, zorg) voor toekomstige generaties. Daarin zijn factoren als vergrijzing meegenomen. Dit saldo is niet verbeterd, maar juist verslechterd. Ging het CPB in maart nog uit van een positief houdbaarheidssaldo van 0,5 procent in 2021, nu verwacht het CPB in dit jaar nog 0,2 procent. Dat is vooral veroorzaakt door de vermoedelijk laatste grote beslissing van het huidige kabinet: de miljardeninvesteringen in de verpleeghuiszorg. Als het nieuwe kabinet het houdbaarheidssaldo in 2021 niet negatief wil laten worden is er uiteindelijk maar 1,7 miljard euro beschikbaar voor nieuwe uitgaven.

Koopkracht: niemand achteruit

Bij de begrotingsonderhandelingen zullen de twee scheidende coalitiepartners VVD en PvdA traditioneel botsen over een eerlijke koopkrachtverdeling. Vorig jaar trok het kabinet nog ruim 1 miljard uit om groepen die er op achteruit zouden gaan te compenseren. Dit jaar lijkt de noodzaak daarvoor minder groot, want uit de CPB-cijfers blijkt dat vrijwel alle inkomensgroepen profiteren van de economische groei. Alleen uitkeringsgerechtigden blijven op nul staan.