Geldgolf is niet zo vrij te besteden

Economische groei

De staatskas loopt vol, wat het begrotings- en formatieoverleg kan vergemakkelijken. Maar er zijn volop knelpunten.

Premier Mark Rutte en Halbe Zijlstra (VVD) arriveren bij het Johan de Witthuis voor het vervolg van de formatiegesprekken met informateur Gerrit Zalm. Foto Bart Maat/ANP

Premier Rutte zal volgende week vaker dan gebruikelijk het Binnenhof oversteken. In de Trêveszaal begint zijn demissionaire kabinet dinsdag aan de onderhandelingen over de begroting voor volgend jaar. Schuin aan de overkant in de Stadhouderskamer gaan de formatiebesprekingen voor het nieuwe kabinet door.

Belangrijke bouwstenen voor beide onderhandelingen zijn woensdag aangereikt. Het CBS kwam met de jongste economische groeicijfers, het Centraal Planbureau met prognoses voor de nabije toekomst. Die zien er uitzonderlijk goed uit.

Tien jaar na het begin van de financiële crisis lijkt de Nederlandse economie definitief hersteld. De economie groeit dit jaar 3,3 procent. De werkloosheid daalt naar 4,3 procent van de beroepsbevolking. Omdat de belastinginkomsten stijgen en de uitkeringen dalen, verbeteren de overheidsfinanciën. Al die positieve cijfers zouden de politieke onderhandelingsprocessen moeten versoepelen. Toch zijn er knelpunten.

Koopkrachtplaatjes ongelijk

Voor de begroting van volgend jaar, de laatste van het huidige demissionaire kabinet-Rutte II, telt vooral hoe de recente economische ontwikkelingen doorwerken in de portemonnee van burgers. De zogeheten koopkrachtplaatjes vertonen nu voor het eerst sinds jaren geen minnetjes. Dat zou de druk op de begrotingsonderhandelingen tussen de scheidende coalitiepartners moeten verlagen. Elk jaar voerden VVD en PvdA hier fel debat over; beide partijen denken totaal verschillend over nivelleren. Vorig jaar om deze tijd was er nog 1,1 miljard euro nodig om de dreigende verarming van gepensioneerden en uitkeringsgerechtigde te compenseren.

NRC vroeg aan zeven opiniemakers en columnisten: wat zou u doen met tien miljard?

Toch zal de PvdA opnieuw aandringen op koopkrachtreparatie. Eén motto van het kabinet-Rutte-Asscher was immers ‘eerlijk delen’. Uit de cijfers van het planbureau blijkt de koopkrachtgroei niet voor alle soorten huishoudens gelijk. Waar de laagste inkomens er 0,2 procent op vooruit gaan, is dat bij de hoogste 0,8 procent. Hetzelfde verschil is er tussen gepensioneerden en werkenden. En mensen met een uitkering blijven op nul staan. Los daarvan heeft vicepremier Asscher (PvdA) vorige maand gedreigd met opstappen van zijn bewindslieden als in de Miljoenennota geen extra geld voor lerarensalarissen wordt uitgetrokken. De VVD is daar niet eens op tegen, maar wil dit regelen met het nieuwe kabinet.

Investeringsruimte slinkt

Bij de coalitiebesprekingen tussen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie zijn vooral de CPB-ramingen op de middellange termijn relevant. Hamvraag: hoeveel geld is beschikbaar voor nieuw beleid? Tot voor kort keken politici altijd naar het percentage dat de financiële ruimte op de begroting aangeeft. Dit EMU-saldo loopt volgens het CPB de komende jaren flink op, van 0,6 procent dit jaar tot 1,6 procent aan het eind van de volgende kabinetsperiode in 2021.

Hamvraag: hoeveel geld is beschikbaar voor nieuw beleid?

Omgerekend betekent dit structureel 13,5 miljard euro meer overheidsinkomsten dan -uitgaven. Veel politieke wensen, geuit in de verkiezingscampagne of recentelijk geopperd door lobbygroepen, zijn daarmee te betalen. Van extra geld voor defensie en onderwijs tot het verlagen van belastingen, van investeren in de dichtslibbende infrastructuur in de Randstad tot afschaffen van STER-reclames.

Maar sinds de begroting op orde is – eind vorig jaar werd het tekort al een overschot – en Nederland ook aan andere Europese begrotingsnormen voldoet, is in Den Haag met het oog op een minder zwalkend begrotingsbeleid een andere financieel criterium in zwang: het houdbaarheidssaldo. Dat is de mate waarin voorzieningen als werkloosheidsuitkeringen en zorgfaciliteiten op lange termijn betaalbaar zijn. Ook dat saldo is positief (0,2 procent), maar volgens het CPB de afgelopen maanden wel flink gedaald. In maart bedroeg het nog 0,5 procent. De door het kabinet aangekondigde investering in verpleeghuiszorg van ruim 2 miljard heeft er een flinke hap uit genomen.

Wil het nieuwe kabinet de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op peil houden, dan is de mogelijkheid kostbare plannen door te voeren aanzienlijk beperkter dan het begrotingsoverschot van 13,5 miljard suggereert. Het CPB komt op een concreet houdbaarheidssaldo van 1 miljard euro. Informateur Gerrit Zalm kan als oud-directeur van het Planbureau de logica erachter goed aan de formerende partijen uitleggen.