Opinie

Geen satire in ons cabaret? Laat me niet lachen!

Engagement betekent niet dat je het publiek een in grapjes verpakte progressieve mening moet voorhouden, betoogt .

Katinka Polderman zingt een smartlap over vluchtelingen: „Ze slaat haar engagement er niet in met een heipaal.” Foto Michel van Bergen

Volgens Ruud Gortzak gaat het slecht met het cabaret (Het Nederlandse cabaret is alleen nog maar comedy, 14/8). Het is verworden tot „verbale slapstick en kolder in het kwadraat”. Het is een verwijt dat al klinkt sinds Freek de Jonge zijn grote zalen in moest ruilen voor de voor cabaret veel geschiktere midden- en kleine zalen.

Net als altijd gaat het verwijt daarom ook nu samen met de constatering dat het in de tijd van Freek allemaal beter was. Je zou er je schouders over op kunnen halen als het niet even kwaadaardig als potsierlijk was.

Kwaadaardig omdat er altijd intelligent, geëngageerd, origineel en grappig cabaret geweest is. De smartlap over vluchtelingen in de laatste voorstelling van Katinka Polderman is het eerste wat me te binnen schiet. Maar Polderman slaat haar engagement er niet in met een heipaal. Ze schrijft met hetzelfde gemak liedjes over de liefde, wetenschap, onzin of populaire cultuur. Wat Freek en Bram Vermeulen trouwens ook deden. In hun tijd was het Max Tailleur die bitter constateerde dat hun humor niet zou deugen.

Het vermogen een voorstelling niet te expliciet en dus plat te maken geldt gelukkig voor de meeste makers die ik aan het werk zie. Wim Helsen mag dan vaak worden weggezet als absurdist, wie een beetje kan kijken, ziet iedere voorstelling weer hoe hij een literaire parabel vertelt over de verloren strijd van de mens met het leven zelf.

Wie een kaartje had voor Hans Teeuwen zag vorig seizoen een voorstelling die overliep van engagement. Dat hij op het podium het tegendeel beweerde, betekende hooguit dat hij zijn publiek serieus genoeg nam om ervan uit te gaan dat het zelf in staat is een moraal in zijn werk te zoeken. En Paulien Cornelisse laat voortdurend zien dat er in de gemiddelde zin meer tegenstrijdigheden en aannames zitten dan welke populist dan ook zou kunnen accepteren.

Gortzak haalt Freek de Jonge aan, die afgelopen week op Radio 1 verkondigde dat satire dood was. Niet omdat de cabaretiers hun werk niet doen, maar omdat alles wat in het tijdperk-Trump gebeurt oneindig veel grotesker is dan wat een komiek kan verzinnen. Dat is een theorie die doet denken aan de Amerikaanse comedian (sorry, geen cabaretier) Tom Lehrer. Die verklaarde, toen Henry Kissinger in 1973 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, dat satire verder overbodig was. Gelukkig heeft De Jonge daar zelf geen gehoor aan gegeven.

Natuurlijk is het waar dat de populisten van nu in hun stijl erg lijken op comedians. Ze gebruiken oneliners, overdrijving en nemen een loopje met de werkelijkheid om hun punt te maken. Ze zien er zelfs uit als een parodie van zichzelf.

Ook dat is niets nieuws. Journalist George Nypels zag een jonge Hitler spreken en beschreef in het Algemeen Handelsblad hoe die in alles deed denken aan een cabaretier die zijn zaal op commando kon laten lachen.

Het misverstand zit hem erin dat engagement keer op keer wordt teruggebracht tot de gedachte dat een cabaretier het publiek een met grapjes gelardeerde progressieve mening voor moet houden. Zodra dat recept wordt overgenomen door rechtse populisten schrikt iedereen van het resultaat.

Geen wonder dat veel cabaretiers satire daarom definiëren als in verzet komen tegen de menselijke conditie. Tegen de onverdraaglijkheid van de realiteit. Satire als protest tegen dat wat zich niet laat veranderen.

Ik zou Gortzak aanraden eens te gaan kijken bij de van ironie en sarcasme gespeende observator Patrick Laureij. Of in de zaal te gaan zitten bij Wim Helsen of een kijkje te nemen bij de Comedytrain, waar Kasper van der Laan laat zien hoe hol de meeste retoriek is die we dagelijks over ons heen krijgen.

Of neem een kijkje bij Eric van Sauers, die al jaren even hilarisch als boeiend vertelt over hoeveel moeite het hem kost zijn eigen leven op de rails te houden. En zo zijn er veel meer.

Je hoeft de krant niet gelezen te hebben en op de hoogte te zijn van het nieuws om bij cabaretiers in de zaal te kunnen zitten, schrijft Gortzak. Maar wie de krant wel leest, snapt dat hun voorstellingen juist een antwoord zijn op het banale en populistische Twitter-geschreeuw, zoals we dat gewoon zijn gaan vinden. Op hun manier hebben zij precies het satirische tegengif gevonden waar behoefte aan is.

Als Gortzak liever iemand van zijn eigen leeftijd aan het werk ziet, moet hij misschien eens naar Freek zelf gaan. Want ondanks de teleurstellende en vaak banale manier waarop hij zich in de media manifesteert, is Freek op het podium nog steeds in staat een veel verfijnder register aan te slaan dan hij daarbuiten doet geloven.