Een verkeerd spandoek en de isoleercel dreigt

In Turkije dragen politici voetbalsjaals, terwijl supporters die activistische spandoeken ophangen in de cel belanden. Voetbal is politiek in Turkije.

In 2013 protesteerden supporters van rivaliserende clubs als Fenerbahçe, Besiktas en Galatasaray gezamenlijk tegen de regering. Sindsdien zijn politieke uitingen in voetbalstadions verboden. Foto Ozan Kose/AFP

Een spandoek in een voetbalstadion is tegenwoordig genoeg om in Turkije in de cel te belanden. Daar is de Turks-Nederlandse activist Volkan Çaliskan vorige week achtergekomen. Tijdens het duel om de Turkse Supercup tussen Besiktas en Konyaspor had de 24-jarige Harderwijker samen met andere supporters spandoeken uitgerold, uit solidariteit met twee hongerstakers die al maanden in de gevangenis zitten.

Toen Çaliskan een paar dagen later naar Nederland wilde vliegen, werd hij opgepakt op de luchthaven van Ankara, waar hij een deel van het jaar woont. Inmiddels zit hij in een isoleercel. Volgens Turkse media wordt hij beschuldigd van propaganda voor de extreem-linkse terreurorganisatie DHKP-C. De twee hongerstakers zouden lid zijn van de DHKP-C.

Çaliskan heeft vaker meegedaan aan protestacties tegen de arrestatie van de hongerstakers, zo vertelde hij vlak voor zijn arrestatie aan NRC. De docenten Nuriye Gülmen en Semih Özakca eten al ruim 160 dagen geen vast voedsel uit protest tegen hun ontslag, onderdeel van de massale zuivering sinds de mislukte coup. Ze werden opgepakt omdat de autoriteiten vreesden dat hun hongerstaking een massaprotest zou ontketenen.

Het was opmerkelijk dat de solidariteitsactie werd gehouden in een voetbalstadion. Want politieke uitingen zijn sinds de Gezi-protesten in 2013 verboden in stadions. Daarnaast is er een elektronisch ticketsysteem ingevoerd, waarbij de naam van bezoekers is gekoppeld aan hun stoelnummer. Sindsdien blijven veel supporters thuis. Ze vinden dat stadions openluchtgevangenissen zijn geworden. Çaliskan kon makkelijk herkend worden via de vele camera’s in het stadion. In totaal zijn zeventien supporters opgepakt.

De actie was georganiseerd door Belestepe, een supportersgroep van Besiktas die eerder van zich liet horen. Voor het referendum over het presidentiële systeem stuurde Belestepe een brief naar FC Barcelona, nadat de Turkse Barça-speler Arda Turan campagne had gevoerd voor een ja-stem bij het referendum. „Kinderen van degenen die vochten tegen de fascist Franco”, begon de brief, waarin de club werd opgeroepen om Turan te ontslaan.

Voetbal is politiek in Turkije. Tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog (1919-1920), toen Istanbul bezet was door de Britten, groeide de topclub Fenerbahçe uit tot een symbool van verzet. Spelers smokkelden wapens van Istanbul naar het verzetsleger van Mustafa Kemal Atatürk in Anatolië. Ook speelde de club veel wedstrijden tegen leden van de Britse marine, waarvan de meeste werden gewonnen.

Voorzitter Trabzonspor

Nadat voetbal in de jaren vijftig een professioneel karakter had gekregen, nam de populariteit snel toe. Dit trok de aandacht van politici, die gebruik wilden maken van de aantrekkingskracht van voetbal. Als politici op campagne gaan, doen ze in elke stad de sjaal van het lokale team om. Het voorzitterschap van een grote club kan het begin zijn van een succesvolle politieke carrière. Want dan verwelkomen alle politici en grote bedrijven je met open armen.

Hoe dat in de praktijk gaat, bleek uit de ambtsberichten van Amerikaanse diplomaten die in 2010 door WikiLeaks werden gepubliceerd. Toen de AK-partij in 2004 de burgemeestersverkiezingen verloor in Trabzon, een belangrijk machtsbolwerk van de AKP aan de Zwarte Zee, zou Erdogan er volgens de ambtsberichten in zijn geslaagd om zijn minister van Publieke Zaken voorzitter van Trabzonspor te maken. Tegelijkertijd zou Erdogan heimelijk miljoenen dollars hebben overgemaakt zodat Trabzonspor onder leiding van de minister betere spelers kon kopen.

Onder het bewind van de AKP is voetbal in Turkije steeds politieker geworden. Dat begon in 2011, toen er een groot matchfixingschandaal aan het licht kwam. Bestuurders van twaalf clubs belandden achter de tralies, waaronder die van Besiktas en Fenerbahçe. Aanvankelijk leek het er inderdaad op dat ze schuldig waren. Nog voordat de rechter uitspraak had gedaan, besloot de Turkse voetbalfederatie Fenerbahçe uit de competitie en de Champions League te zetten.

Later rezen er twijfels over het bewijsmateriaal, dat voornamelijk bestond uit afgeluisterde telefoongesprekken. Het bleek dat er nogal selectief uit was geciteerd. De supporters van Fenerbahçe waren ervan overtuigd dat de beweging van Fethullah Gülen achter de zaak zat om de club over te nemen. De rechtszaak deed denken aan eerdere omstreden processen, waarbij honderden tegenstanders van de Gülenbeweging onterecht in de gevangenis belandden.

Lees ook dit interview met de Turkse CHP-leider Kemal Kiliçdaroglu: ‘Turken worstelen zich met deze mars uit een dwangbuis’

Halflege stadions

Als gevolg van het proces groeide Fenerbahçe uit tot een symbool van verzet tegen de regering. Supporters organiseerden een demonstratie van honderdduizenden mensen tegen de detentie van hun voorzitter, die uiteindelijk werd vrijgesproken. De animositeit bleek opnieuw tijdens de Gezi-protesten waarbij de supporters van Fenerbahçe een grote rol speelden. Samen met hun rivalen van Besiktas vochten ze straatgevechten uit tegen de politie.

Na Gezi probeerden de autoriteiten het verzet te breken door politieke leuzen en spandoeken in stadions te verbieden. Het elektronische ticketsysteem was het laatste zetje om geweld in stadions te voorkomen. Veel fans willen niet hun persoonlijke informatie delen. Tot op de dag van vandaag zijn veel stadions halfleeg.

Daarnaast heeft de regering clubs aan zich weten te binden door de bouw van nieuwe stadions te betalen of clubs belastingverlichting te geven. Want de schulden van Turkse clubs zijn groter dan hun bezittingen. Neem Galatasaray en Besiktas, die de afgelopen jaren met geld van de overheid een nieuw stadion hebben laten bouwen. Zij zullen de regering niet snel voor het hoofd stoten – ook al worden hun financiële problemen vergroot door de halflege stadions.

Het regeringsbeleid werkt ook andersom. Mede dankzij overheidssteun heeft de kleine club Istanbul Basaksehir de voorbije jaren grote successen behaald. Het nieuwe stadion is grotendeels met overheidsgeld gebouwd en de voorzitter is familie van Erdogans vrouw. Vorig jaar werd de club tweede in de Turkse competitie. Historie heeft de club amper, veel fans evenmin. Bij wedstrijden zit er een paar duizend man op de tribune, vaak leden van de AKP-jeugdbeweging. „Erdogan is onze leider”, zingen ze. Dat mag natuurlijk wel.