Een kantoor om hoofdpijn van te krijgen

De kantoortuin

Al decennialang blijkt uit onderzoeken dat werknemers niet blij van worden van open kantoren. Toch stikt het nieuwe Apple-gebouw ervan.

Het nieuwe hoofdkwartier van Apple in Cupertino, Californië. Het gebouw wordt ook wel The Mothership genoemd. Foto Noah Berger/ Reuters

Wie dacht dat de kantoortuin passé was, heeft het mis. In april is het concept nieuw leven ingeblazen door techgigant Apple. De gloednieuwe campus voor werknemers in Californië genaamd Apple Park is een cirkelvormig gebouw met, zo bleek uit een fotoreportage in zakenkrant The Wall Street Journal, voornamelijk grote open ruimtes.

In de Amerikaanse techcommunity gingen de wenkbrauwen omhoog na publicatie van de foto’s. Afgelopen week liet de Amerikaan John Gruber, host van de gerenommeerde tech-praatprogramma The Talk Show, zich er kritisch over uit. „Shocked”, was hij. In het vorige Apple-gebouw hadden medewerkers volgens hem vaak een eigen kamer. Logisch, aangezien het werk van codeurs en programmeurs „voornamelijk bestaat uit een relatie met je scherm”.

Waarom Apple heeft gekozen voor grote open ruimtes is onduidelijk. Er verschijnen namelijk al decennialang onderzoeken die aantonen dat werknemers er niet blij van worden. Al sinds de introductie van de kantoortuin in Nederland in de jaren zestig worden de effecten onderzocht, vertelt Arjen Raue, adviseur voor BBA Binnenmilieu. Als werknemers klachten hebben over hun werkomgeving, wordt Raue ingeschakeld voor advies.

„In zeker driekwart van de gevallen hebben die klachten te maken met een kantoortuin”, vertelt Raue. Mensen ervaren er allerlei klachten door: concentratieverlies, hoofdpijn, vermoeidheid. Bovendien worden werknemers over de hele linie kritischer, is zijn ervaring. „Dat komt doordat ze zelf geen controle uitoefenen over temperatuur of licht. Ze worden betutteld door het gebouw.” Vaak adviseert hij dan ook: hef de kantoortuin op. Maar dat gebeurt zelden.

Iris de Been doet voor het Center for People and Buildings onderzoek naar werknemerstevredenheid in verschillende kantoorruimtes. Uit haar onderzoek blijkt dat werknemers in een open, flexibele ruimte tevredener zijn over het uiterlijk en de sfeer van het kantoor, maar negatiever over privacy en concentratiemogelijkheden. „30 procent vindt het niet ondersteunend voor hun individuele productiviteit, tegenover 19 procent in traditionele kantoren. Ook voor teamproductiviteit geldt dat; daar is het 26 procent versus 17 procent.”

Gelikte plaatjes

Waarom kiest een bedrijf als Apple dan toch voor een open inrichting? Dat blijft speculeren. In het algemeen ziet Raue veel managers die vallen voor ‘hip’. „Managers zien gelikte plaatjes en denken: dat wil ik ook. Zelf werken ze vaak niet in die open ruimtes, of hebben meer autonomie en keuzemogelijkheden.”

Ook heeft het volgens Raue te maken met een mantra dat je nu vaak hoort: ‘We zijn een open en transparante organisatie, dus hebben we een open en transparant gebouw.’ Terwijl mensen zich daardoor niet per se opener gaan gedragen. „Het eerste wat men doet is posters ophangen op de glazen muren om privacy te creëren.”

Geluidsoverlast is vanzelfsprekend de grootste storende factor, bevestigen Raue en De Been. Er zijn allerlei methoden bedacht om dat tegen te gaan. Er is ooit zelfs ‘maskerend geluid’ getest, vertelt Raue: „Een soort ruis waardoor je anderen minder goed verstaat. Maar dat had wisselende resultaten.”

Zitten er dan helemaal geen voordelen aan een kantoortuin? Toch wel. „Het bevordert de collegialiteit”, zegt Raue. „Mensen geven aan dat ze meer collega’s spreken dan ze van nature zouden doen”, vertelt De Been. Persoonlijke eigenschappen en het type werk zijn wel belangrijke factoren. „Op universiteiten en rechtbanken, waar mensen zich moeten concentreren, zouden de reacties erg negatief zijn. Maar groepen die samenwerken aan een project, reageren soms wel positief.”