Economie in groeispurt, volgend kabinet profiteert

Cijfers De economische groei in het tweede kwartaal was uitzonderlijk hoog: 1,5 procent. Op jaarbasis komt de geraamde groei zelfs boven de 3 procent uit. Het begrotingsoverschot loopt op.

Foto ANP

De Nederlandse economische groei versnelt en daarvan zal een nieuw kabinet profiteren. Dat valt op te maken uit een reeks cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Centraal Planbureau woensdagochtend afzonderlijk presenteerden.

Het bruto binnenlands product (bbp) is in het tweede kwartaal van dit jaar met 1,5 procent gegroeid ten opzichte van het voorgaande kwartaal, zo meldde het CBS in een eerste raming. Het CBS noemt dit cijfer „uitzonderlijk hoog”. Het groeicijfer in het eerste kwartaal was nog geen derde daarvan, 0,4 procent. Ter vergelijking: het bbp van de eurozone als geheel groeide in het tweede kwartaal met 0,6 procent.

De Nederlandse economie groeit nu dertien kwartalen achter elkaar. De economische groei, vooral gedreven door export en consumptie, leverde veel banen op. Vergeleken met een jaar eerder kwamen er 199 duizend banen bij, de sterkste groei sinds de periode van hoogconjunctuur in 2007-2008.

Begrotingsoverschot

Het CPB presenteerde gelijktijdig de zogeheten concept-Macro Economische Verkenning, bedoeld als bouwsteen voor de Miljoenennota en Rijksbegroting die het (demissionaire) kabinet op Prinsjesdag presenteert. De CPB-ramingen zijn bepalend voor de onderhandelingen aan de formatietafel.

Het CPB voorspelt dat de economische groei in het gehele jaar 2017 uitkomt op 3,3 procent en in 2018 op 2,5 procent. Dat is een forse opwaartse bijstelling van de vorige prognose van juni, waarin het CPB nog uitging van 2,4 procent groei in 2017 en 2 procent groei in 2018. In 2007 kwam de groei het laatst uit boven de 3 procent.

Politiek het meest heikel in de concept-Macro Economische Verkenning is de verwachte ontwikkeling van het begrotingsoverschot. Dat komt volgens het CPB uit op 0,6 procent dit jaar en op 0,9 procent volgend jaar, hoger dan het CPB in juni nog verwachtte (0,5 respectievelijk 0,7 procent).

Een volgend kabinet profiteert daarvan. Bij ongewijzigd beleid zal het overschot in 2021 1,6 procent bedragen. Bij de vorige middellange termijnraming, in maart, schatte het CPB het overschot in op 1,3 procent in 2021. Dat betekende, omgerekend, 10,7 miljard euro aan financiële ruimte op de begroting.

Toch heeft het CPB niet alleen maar goed nieuws. Als de partijen aan de formatietafel behoedzamer willen zijn, zullen ze strikt letten op het zogeheten houdbaarheidssaldo. Daarin zijn factoren als vergrijzing en de conjuncturele ontwikkeling meegenomen. Dit saldo is niet verbeterd, maar juist verslechterd. Ging het CPB in maart nog uit van een positief houdbaarheidssaldo van 0,5 procent in 2021, nu verwacht het CPB in dit jaar nog slechts 0,2 procent als houdbaar overschot.