Interview

Driekoppig rockmonster met een zachte kant

Triggerfinger

Op het nieuwe album ‘Colossus’ laat het Belgische rocktrio Triggerfinger de muziek ademen en grooven.

Triggerfinger, zanger Ruben Block, drummer Mario Goossens en bassist Paul Van Bruystegem.

Een kolossaal geluid, monumentale grooves, galmende geluidseffecten en opgehitste emoties. Voor minder doet Triggerfinger het niet op Colossus, het vierde studio-album van de Vlaamse rockgroep. „Maar we kunnen gas terugnemen”, zegt zanger en gitarist Ruben Block in het keukentje van hun riante, goed geïsoleerde studio annex oefenruimte in een Antwerpse woonwijk. „Het mooie van onze band is dat we niet vastzitten aan een werkwijze. Als blijkt dat een nummer beter klinkt met twee bassen, zoals in het titelnummer ‘Colossus’, dan zetten we de gitaren aan de kant en bijten we ons vast in een nieuw geluid.”

Praten over belangrijke zaken als een nieuw album doen ze bijna twintig jaar na hun oprichting nog altijd het liefst met zijn drieën. Rond de tafel treffen we bassist Paul Van Bruystegem, de vriendelijke reus die met zijn liefde voor onversneden garagerock het geweten van de band vertegenwoordigt, drummer Mario Goossens die zijn drumsolo’s tot rituelen van publieksparticipatie kan verheffen en Ruben Block, de coole rocker met gedistingeerd grijze bakkenbaarden die de indruk wekt dat hij rond middernacht zomaar in een gevaarlijke weerwolf zou kunnen veranderen. Ze praten enthousiast over hun samenwerking met producer Mitchell Froom, wiens naam ze al jaren troffen op veel van hun favoriete langspeelplaten (Elvis Costello, Los Lobos, The Black Keys, Arctic Monkeys).

„Toen we voor het eerst bij zijn huis in Santa Monica aankwamen, was het geruststellend om te zien dat hij zijn studio in een omgebouwde garage had ingericht”, zegt Block laconiek. „Net als die van ons, hooguit een paar vierkante meter groter. Als je naar de wc wilde, moest je over zijn collectie gitaarversterkers heen klimmen.”

Het jaar 2012 had een sabbatical moeten worden voor het hardwerkende rocktrio. Dat liep anders, toen ze in het radioprogramma van Giel Beelen een akoestische versie speelden van Lykke Li’s ‘I Follow Rivers’. Ingetogener dan ze ooit geklonken hadden, met een theelepeltje op een koffiekop als percussie. Triggerfingers versie werd een gigantische hit op YouTube, met een miljoenenpubliek op de digitale media.

„Het heeft onze tournee met twee jaar verlengd”, zegt Block tevreden. „Opeens konden we al die zieltjes gaan winnen in heel Europa. Via internet is je muziek tegenwoordig direct bij iedereen op de hele wereld. Maar live spelen werkt toch het best, als je een onuitwisbare indruk bij de mensen wilt achterlaten. Voor een rockband als de onze kun je een slim doordacht meerjarenplan maken, maar uiteindelijk weet je nooit hoe de zaken zullen lopen. ‘I Follow Rivers’ was een poort om onze muziek naar veel meer mensen te brengen dan we ooit via de radio hadden kunnen bereiken.”

Peesontsteking

Een ‘triggerfinger’ is ook de populair-medische benaming voor een peesontsteking waarbij een vinger alleen met moeite gestrekt kan worden en dan met een schok recht komt. Daar had het trio nog geen rekening mee gehouden toen ze de bandnaam kozen. Van Bruystegem lacht: „Ik heb Google Alert erop ingesteld en ik krijg ongeveer fifty-fifty meldingen voor de kwaal en voor ons.”

Goossens vat de kwestie ernstiger op. „Tot een jaar of acht geleden hadden we nog nooit van die medische term gehoord. Pas toen ze trigger en finger aan elkaar zijn gaan schrijven voor internetgebruik, kwam er die verwarring. Er bestaat maar één echte Triggerfinger en dat zijn wij.”

Wat zou ik tegen zo’n man moeten zeggen? ‘Nice jacket, Mick!’

De hoes van Colossus toont een sculptuur van een driekoppig monster; een duivelse reuzenkop die angst wekt en rumoer zaait. Ruben Block: „In de wereld om ons heen zien we steeds meer zaken die overweldigend zijn en die angst aanjagen, of ze nu van politieke of van persoonlijke aard zijn. In het nummer ‘Colossus’ zijn al die dingen samengebald. Je kunt platgeslagen worden door de liefde, of geïntimideerd zijn door de toestand in de wereld. Al die dingen klinken door in onze muziek. Het is nooit onze bedoeling geweest om de luidste band van België te worden. We hebben beslist een zachtere, gevoelige kant. Maar een rockconcert mag geen theekransje worden, waar je gezellig bij een biertje kunt gaan staan babbelen met je vrienden. Bij een concert van Slayer wil je toch ook niet dat het gekwek om je heen harder klinkt dan het geluid uit de speakers? We vormen een drie-eenheid: het is onze gezamenlijke missie om de aandacht van het publiek vast te houden. Ook als er zachtere passages in de muziek zitten, zorgen we dat het geen achtergrondmuziek bij een gezellig samenzijn wordt.”

Speeltuin

In de songs ‘Breathlessness’ en ‘That’ll Be the Day’ en de romantische ballade ‘Afterglow’ treedt de stoere rockband Triggerfinger buiten zichzelf in lichtere, psychedelische popsferen. Mitchell Froom leerde hun anders naar hun eigen muziek luisteren, vertelt Van Bruystegem. „In zijn studio omringde hij ons met een complete speeltuin aan apparatuur en keyboards. Zelf speelde hij mee en deed hij suggesties voor verandering van nummers die we hier thuis als demo hadden opgenomen. In de rock-’n-roll heb je altijd een zeker tribal-gevoel, van mensen die samenkomen rond de fysieke kracht van een drumbeat. Daar in Californië kwamen we erachter hoe we onze muziek konden laten ademen. Er zit meer lucht in, meer ruimte. Live geeft het ons nieuwe mogelijkheden, die we sinds kort benutten met gastmuzikanten. Gitarist Geoffery Burton en toetsenman David Poltrock doen niet altijd mee, maar als een van hen erbij is, merk je meteen dat we er nieuwe uitdagingen bij hebben gekregen. Ik ben een fan van die jongens.”

Er staan flink wat festivaloptredens voor ze op stapel, met Tuckerville in Enschede (2 september), Appelpop in Tiel (9 september) en Helldorado in Eindhoven (19 november) als Nederlandse expedities. Is het festival hun natuurlijke habitat, nu ze in heel Europa tot de favorieten op de grote publieksevenementen behoren?

„Vergeet niet dat we de komende maanden ook nog vijftig clubshows doen”, zegt Ruben Block. „Na anderhalf jaar niet gespeeld te hebben vergt dat enige voorbereiding. Een rockband wordt niet zo snel roestig, maar als zanger merk ik dat ik er weer even in moet komen. Nu de songs van de nieuwe plaat er zijn, betekent dat nog niet meteen dat ik ze live zo maar even uit mijn mouw schud. De performance, de projectie van de teksten is belangrijk. Op de automatische piloot zou ik mijn verhaal niet kunnen vertellen. Het was fijn om efkes niet te spelen, want daarna is die honger er weer om op het podium te staan.”

Ze speelden met de Rolling Stones in Hyde Park („Op een zijpodiumpje”, zegt Ruben Block er bescheiden bij) en later op het grote podium in Werchter. „Op zeker moment liep Mick Jagger vlak langs me”, zegt Mario Goossens, „zogenaamd incognito met zijn hoofd onder een capuchon. Wat zou ik tegen zo’n man moeten zeggen? Nice jacket, Mick! Ik heb hem met rust gelaten en gewoon zijn werk laten doen.”

Zelf voelen de mannen van Triggerfinger zich alles behalve rocksterren. In Antwerpen kunnen ze zonder probleem over straat. „Soms word ik herkend”, zegt Paul Van Bruystegem. „Dan steekt zo iemand een duim omhoog en zegt: Hey, Triggerfinger! Dat is genoeg voor mij.”