De beeldentuin die toch geen snelweg werd

Reportage

De Anningahof is weer open. Eigenaar Hib Anninga (76) wist zijn zes hectares te redden van de plannen van de provincie, die er een vierbaansweg doorheen wilde leggen.

Kunstwerken op Landgoed Anningahof Foto Steven van Welie

Hoe oud bent u, vroegen ze hem op het provinciehuis. Maar wat had dat ermee te maken? Hib Anninga (1940) zou de helft van zijn beeldentuin kwijtraken aan de komst van een snelweg: drie van de bijna zes hectares. „En dat wilde ik niet. Wat ik wilde was: een mooi park nalaten.”

Zes jaar later is het nu, Hib Anninga is 76. En de Anningahof bij Zwolle is onlangs opnieuw geopend – door de Commissaris van de Koning in Overijssel. De zes hectares zijn geen drie geworden, maar opnieuw zes. „Het is weer precies vijfdriekwart hectare, ik heb evenveel teruggekregen als ik kwijt was geraakt.” Omdat Anninga ooit de status van ‘landgoed’ had aangevraagd voor de Anningahof, bleek de provincie het verlies met aangrenzende grond te moeten compenseren.

Die grond is er aan de oostkant bijgekomen. Langs de nieuwe buitenrand loopt vijfhonderd meter lang een geluidswal, daarachter komt straks de vierbaansweg. In het park: tweehonderd verschillende soorten bomen en struiken, tachtig beelden in de buitenlucht, nog eens zeventig in binnenruimtes. Net zoveel als altijd.

En weer even overtuigend: zie je in de eerder gemaakte catalogus nog foto’s van kunstwerken op kale grond, nu is alles weer zoals het was: een imposante verzameling kunst in een weelderig park, waarin je al rondlopend ervaart hoe ontwerp en beplanting de beelden op hun best laten uitkomen.

Beelden sjouwen

Hib Anninga heeft vanmorgen meegeholpen met het sjouwen van beelden. Als je met hem door het park loopt, wijst hij waar nog wat extra gemaaid moet worden: „Dan komt dat kunstwerk beter tot zijn recht.” Dat maaien zal hij morgen gaan doen. Even verderop klimt hij het krappe, houten trappetje op van A Structure – an exercise to be an optimist van Sachi Miyachi (1978), om een paar maten te slaan op een drumstel van roestige oude blikken en een melkbus.

Anninga is een boerenzoon, de Anningahof was de boerderij van zijn ouders. Zelf woonde en werkte hij bijna twintig jaar in Amsterdam, „bij een grote bank”. Toen zijn ouders hulpbehoevend waren geworden, kwam hij terug. Van de verkoop van zijn huis nam hij de boerderij over, waarna hij van de weilanden een park maakte. Anninga plantte bomen, struiken en hagen, zaaide wilde bloemen, legde waterpartijen aan en plaatste beelden. Dat het een boerderij is geweest, zie je meteen bij de ingang: de entree is gevestigd in de oude hooischuur.

De Anningahof opende in 2004. Zonder subsidie, die heeft Hib Anninga nooit aangevraagd. Veel beelden zijn ‘in consignatie’: hij verkoopt ze voor de kunstenaars door. Kopers zijn particulieren, maar ook gemeentes, provincies of het rijk. Soms ook zijn het musea. Een enkele keer koopt Anninga zelf een beeld. Dit jaar staat op de omslag van de catalogus een twaalf meter hoog, roestvrijstalen beeld van André Volten, waarvoor geen plek meer was bij het Europees Octrooi Bureau in Den Haag. Dat was een gift. Elk jaar wordt ongeveer eenderde van de beelden vernieuwd.

„Het best bewaarde zomerse kunstgeheim in Nederland” noemde NRC de Anningahof eerder. Er komen tussen mei en oktober enkele duizenden bezoekers („we zaten een tijd in een overgangsperiode, nu stromen de mensen weer toe”) die als ze een kaartje kopen, ook meteen de catalogus krijgen. Ze zien werk van ‘oude meesters’ (Klaas Gubbels, Cornelius Rogge, Armando, Shinkichi Tajiri, André Volten), van hedendaagse, bekende en minder bekende kunstenaars (Tanja Smeets, Tom Claassen) en van jong talent.

Van Maze de Boer (1976) staat een ‘folly’ in het park, het lijkt een tuinhuis maar dat is een optische illusie. In de even verderop georganiseerde IJsselbiënnale, een kunstroute van honderd kilometer langs de IJssel, is van hem Hoog en Droog te zien, een vervreemdende zeilboot op het droge. Ook van andere kunstenaars worden deze zomer op beide plekken beelden vertoond.

Anninga zoekt alle beelden zelf uit, zoals hij ook zelf bepaalt waar ze komen. De Olifant van Kevin van Braak (1975) is komen te liggen aan de voet van de geluidswal, waar ook Welcome van Stefan Gross (1964) staat opgesteld, een opzettelijk vervallen, campingachtig geheel dat doet denken aan een vluchtelingenkamp. Outplacement, een veld waar elf kunstenaars voor het eerst in hun carrière een buitenbeeld ontwikkelden, bereik je via The Exchange van Rob Voerman (1964), een ruimteschip-achtig bouwwerk waar je in kunt verblijven.

Toen het park indertijd openging, was er drie jaar aan gewerkt. Deze verbouwing kostte anderhalf jaar: opnieuw aanleggen, planten, zaaien. Was dat niet moeilijk? „Eerst wel. Maar toen het ontwerp van het nieuwe park er eenmaal lag, heb ik de knop omgezet. Sindsdien kijk ik weer vooruit.”

De Anningahof, Hessenweg 9, Zwolle. Open t/m 29 oktober, woensdag t/m zondag van 13.00 tot 18.00 uur. I nl: anningahof.nl