Britten dromen van een ‘onzichtbare’ Brexit

Brexit-onderhandelingen

Londen wil na de Brexit een ‘zachte’ grens met Ierland. Maar Brussel wil eerst geld zien.

Brussel is leeg, de EU-ambtenaren zijn op vakantie. En wat doen de Britten? Plots vuren ze het ene na het andere Brexit-plan af op de dunbezette EU-gebouwen. Dinsdag was er het voorstel van de Britse regering om na de in maart 2019 geplande Brexit nog een tijdelijke douane-unie te vormen met de Europese Unie. Bedrijven zouden zich dan beter kunnen voorbereiden op douaneprocedures in de toekomst.

En woensdag lag er alweer een nieuw plan van dertig pagina’s, ditmaal over de grens tussen Ierland en Noord-Ierland. Moeten Noord-Ieren, die straks geen EU-burgers meer zijn, met een paspoort aan de grens wachten voordat ze op de thee kunnen bij Ierse familie? Die grens moet zo open mogelijk blijven, luidt nu het voorstel vanuit Londen.

„Nu ligt er eindelijk iets concreets op tafel”

Brits getreuzel

Maandenlang, tot de start van het zomerreces, werd Brussel getergd door het getreuzel van de Britten die in de onderhandelingen nauwelijks met voorstellen kwamen. „Nu ligt er eindelijk iets concreets op tafel”, zegt een Brusselse diplomaat vanuit zijn vakantieadres. Want tot nu toe „vochten we in het donker”, zegt hij.

Wie wél alweer op post is in Brussel reageert met scepsis. Een post-Brexit-scenario zonder handelsbelemmeringen en een onzichtbare grens met Ierland: „de Britten lijken te dromen van een onzichtbare Brexit.”

„Pure Britse fantasie”, reageerde Guy Verhofstadt die namens het Europees parlement betrokken is bij de Brexit-onderhandelingen. De plotselinge haast in Londen „moet de kloof tussen de harde en de zachte Brexiteers in de regering van Theresa May maskeren.” Londen probeert tijd te winnen met gammele voorstellen, zeggen andere critici in Brussel. „Gedurende hun gewenste overgangsperiode, met een ‘tijdelijke douane-unie’, willen de Britten tegen de afspraken in wel al met andere landen buiten de EU handelsverdragen gaan sluiten. Dat kan niet.”

Hoofd koel houden

Naast alle hoon en achterdocht hield de Europese Commissie het hoofd koel en toonde zich „verheugd” met beweging aan Britse kant. Maar Brussel heeft andere prioriteiten dan Londen. Eerst moet er „voldoende vooruitgang” worden geboekt in de gesprekken over de scheidingsvoorwaarden, zegt een woordvoerder van de Commissie. Anders gezegd: Brussel wil allereerst geld zien, naar schatting ruim 40 miljard euro, dat Londen de EU schuldig is op basis van lopende afspraken. Daarnaast wil Brussel duidelijkheid over de rechten van EU-burgers die na de Brexit blijven wonen en werken in het Verenigd Koninkrijk. Brussel wil dat het Europese Hof daarover het laatste woord heeft, Londen is daar fel tegen gekant en presenteert volgende week een alternatief plan.

Ook de Ierse grenskwestie weerhoudt Brussel ervan om al over toekomstige douane-afspraken en handelsrelaties te praten. Brussel wil harde toezeggingen dat de Brexit geen gevolgen heeft voor de Goede Vrijdag-vredesakkoorden die in de jaren negentig een einde maakten aan de Noord-Ierse ‘Troubles’.

Eerst geld, dan praten we verder

Eerst dus deze drie zaken – geld, burgerrechten, Ierse kwestie – regelen, en dan praten we wel weer verder. Dat is „de starre, maar onhoudbare positie van Brussel”, vindt Pieter Cleppe van de Britse conservatieve denktank Open Europe in Brussel. Volgens Cleppe moet de Commissie blij zijn met de nieuwe voorstellen uit Londen. „Die tonen aan dat er in Londen gelukkig meer eensgezindheid is ontstaan tussen de harde en de zachte Brexiteers.” Voor de harde Brexiteers waren zaken als een ‘overgangsperiode’ en een ‘tijdelijke douane-unie’ lange tijd onbespreekbaar. „Nu staat het zwart op wit.”

Cleppe verwacht dat de overgangsfase, totdat het Verenigd Koninkrijk volledig uit de douane-unie stapt, kan duren tot de volgende Britse verkiezingen in 2022. „Dat de Theresa May-regering bezig is tijd te kopen is goedkope kritiek. Beide partijen, EU en VK, zijn gebaat bij extra tijd waarin we allemaal kunnen wennen aan de nieuwe post-Brexit-situatie.”

Hij noemt het voorbeeld van niet-EU-lid Zwitserland dat in 1992 onderhandelingen met de EU startte over toegang voor Zwitserse ondernemers tot de EU-markt en de bijbehorende regels en voorschriften. „Pas in 2000 was er een deal. Acht jaar duurde die overgangsperiode. De EU en het VK zijn nog maar net begonnen met praten.”