Bij de buren mag al meer

Embryowet

In Nederland mag volgens de Embryowet minder dan elders, maar daar is volgens onderzoekers mee te leven.

De Nederlandse Embryowet is restrictief. In andere westerse landen, zoals de Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk en België mag al meer.

Toch valt er in de praktijk van het wetenschappelijke onderzoek goed mee te leven, zegt Christine Mummery, hoogleraar ontwikkelingsbiologie bij het LUMC in Leiden. „Ik denk niet dat er veel ontwikkelingsbiologen of stamcelonderzoekers zich genoodzaakt zien om hierom naar het buitenland uit te wijken.”

Bovendien slaan de beperkingen van de Embryowet op dit moment vooral op het wetenschappelijk onderzoek, en niet op nieuwe mogelijkheden om mensen te genezen van erfelijke ziektes. De meeste vindingen zijn nog lang niet rijp voor de praktijk, zegt Mummery. „Tegen de tijd dat we daarover moeten beslissen zijn we alweer toe aan een volgend kabinet. Het lijkt wel of de ontwikkelingen rond embryo-onderzoek heel hard gaan, door alle berichten over nieuwe doorbraken, maar zo hard loopt het nu ook weer niet.”

De enige uitzondering is de techniek van kerntransplantatie, waarbij een erfelijke ziekte in het mitochondriële DNA kan worden verholpen. Dat is in Nederland verboden, maar wordt in het Verenigd Koninkrijk al gedaan.

Dat het onderzoek in Nederland beperkt is tot restembryo’s (van ivf-procedures) ziet Mummery evenmin als een belemmering. „Het is een relatief lange procedure om experimenten ethisch te laten toetsen en om toestemming van de ouders te verkrijgen, maar in de praktijk is het zeker niet moeilijker dan een vergunning krijgen voor een dierproef.” Een tekort aan menselijke embryo’s voor onderzoek is er niet.

Stamcelonderzoek kan prima

Hoogleraar humane voortplantingsbiologie Sjoerd Repping van het AMC in Amsterdam ervaart echter wel belemmeringen. „Het gaat daarbij niet zozeer om stamcelonderzoek, dat kan inderdaad prima in Nederland, maar om onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van bestaande en nieuwe voortplantingstechnieken. Onderzoek mag nu alleen met restembryo’s van ivf-behandelingen en die zijn hiervoor niet bruikbaar omdat ze al een paar dagen oud zijn of niet levensvatbaar. Hiervoor zal je dus embryo’s specifiek voor onderzoek moeten creëren.”

In 2002 is bij de invoering van de Embryowet een tijdelijk verbod ingesteld op het maken van menselijke embryo’s voor onderzoek. De Gezondheidsraad concludeerde al dat het tijd is om dat verbod op te heffen. Dat vindt Repping ook: „De Embryowet was destijds best vooruitstrevend, maar inmiddels is Nederland op dit gebied medisch-ethisch achterop geraakt. En dat terwijl we historisch gezien vaak vooraan liepen.”