Waardoor plakken die naaktslakken toch zo sterk?

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Vandaag: Hoe kan het dat naakslakken zo kleven?

Foto Getty Images

Ben je net uit kamperen geweest, zijn je spullen na afloop voorzien van een glinsterend spoor: naaktslakkenslijm. Een souvenir dat alleen met veel moeite weg te schrobben is.

Waarom is dat slijm toch zo hardnekkig? Wat zit erin? En is het ook ergens goed voor?

Evolutiebioloog Menno Schilthuizen, onderzoeker bij Naturalis Biodiversity Center en hoogleraar aan de universiteit Leiden, was onlangs op de Balkan voor veldwerk. „Nadat ik naaktslakken had verzameld zaten mijn handen ónder het spul. Wassen met water helpt niet – dan zet het alleen maar uit. De enige remedie is om je handen af te vegen aan je broek.”

Het geheime ingrediënt van slakkenslijm? „Dat zijn de mucopolysacchariden. Of zoals ze ook heten: glycosaminoglycanen. Lange ketens van suikers die in elkaar haken. Ze vormen een belangrijk onderdeel van kraakbeen, botten en bindweefsel, en dus van slijm. Hoe sterker de verbindingen tussen de ketens, des te taaier het slijm.”

Droge korreltjes

Slakkenslijm wordt geproduceerd in de ‘voet’ van de slak, legt Schilthuizen uit. „Daar zit een klier met allemaal droge korreltjes. Zodra die worden vrijgegeven – als de slak wil kruipen, bijvoorbeeld – vermengen ze zich met water uit het slakkenlijf.”

Hoe de slijmsamenstelling precies verschilt per slakkensoort is nooit uitgebreid onderzocht, maar het slijm van naaktslakken is taaier dan dat van huisjesslakken, zegt Schilthuizen. „Dat is logisch, want ze hebben geen huisje als extra bescherming. Door de slijmproductie veranderen ze in een glibberig, onappetijtelijk hapje.”

De viscositeit van het slakkenslijm verandert afhankelijk van de druk. „Kruipt een slak over de grond, dan is het onderliggende slijmspoor aan een grotere druk onderhevig en daardoor wordt het vloeibaarder. Zo glijdt de naaktslak soepel voort. Maar op een muur, bijvoorbeeld, drukt de slak niet met zijn volle gewicht op het slijmspoor. Dat is daardoor stroperiger, en zo kan hij aan de muur blijven kleven.”

Een soort superlijm dus, dat naaktslakkenslijm. En daar zou de medische wetenschap van kunnen profiteren. Afgelopen maand nog verscheen in Science een stuk over Amerikaanse onderzoekers die ‘biopleisters’ hebben ontwikkeld, die zelfs aan nat weefsel kunnen binden. De pleisters zijn geïnspireerd op de naaktslak Arion subfuscus. Het slijm van deze soort is extra plakkerig dankzij de aanwezigheid van positief geladen eiwitten, en veel krachtiger dan andere soorten medische lijm: na 30 minuten is het net zo sterk als kraakbeen. Het zou kunnen worden gebruikt voor huidwonden, maar ook bij bijvoorbeeld hart- en longoperaties.

En er zijn meer medische toepassingen. Klaas van Rozen heeft voor de universiteit van Wageningen onderzoek gedaan naar slakkenplagen, en zich zodoende ook verdiept in de toepassingen van slijm. Al decennialang, vertelt hij, wordt onderzoek gedaan naar naaktslakkenslijm om inzicht te krijgen in de werking en behandeling van taaislijmziekte. Mensen met deze aangeboren ziekte hebben last van slijmophoping rond hun organen.

Al decennialang wordt onderzoek gedaan naar naaktslakkenslijm om inzicht te krijgen in taaislijmziekte.

Andere claims zijn dubieuzer: slakkenslijm zou helpen tegen jeugdpuistjes, rimpels, vlekjes op de huid… In de negentiende eeuw was het in sommige delen van Groot-Brittannië gebruikelijk om heimelijk op naaktslakkenjacht te gaan als je last van wratten had. Door de slak over je huid te wrijven en hem vervolgens aan een doorn te spietsen zouden je wratten verdwijnen. Ook nu nog geloven mensen in de cosmetische werking van slakkenslijm. Van Rozen: „Je hoeft maar een drogisterij binnen te lopen en je ziet allerhande dagcrèmes op basis van slakkenslijm. Voor zover ik weet is er geen wetenschappelijk bewijs voor de werking ervan. Wel heb ik voor mijn voormalige schoonmoeder eens hoestdrank op basis van slakkenslijm gekocht. Ze was er heel enthousiast over.”

Tot slot even terug naar Schilthuizen. Wat deed hij om het naaktslakkenslijm uit zijn broek te krijgen, nadat hij zijn handen had afgeveegd? Of zit het spoor er nog altijd? „Even kijken hoor, hij hangt net aan de waslijn te drogen… Niets meer te zien. Wasmiddel werkt blijkbaar prima.”