Tieners trainen op goed moederschap

Gezinshuis

Sommige jonge moeders kennen geen ‘gewoon’ gezinsleven. In een gezinshuis leren ze dat. „Ik wil een goede toekomst.”

Jenisy en dochter Kiyoni in de huiskamer van Con Amore. Tegenover hen hulpverlener Chaima El Idrissi. Foto Olivier Middendorp

Stress, véél stress. En depri. Zo voelde Jenisy (23) zich toen ze in maart verhuisde naar gezinshuis Con Amore in Aalsmeer. Ze bleef vooral op haar kamer met dochter Kiyoni (1,5). Ze had conflicten met begeleiders. Een gezinshuis, daar hoorde zij niet te zijn.

Vijf maanden later zit ze ontspannen aan de eettafel. „Je komt hier niet zonder problemen”, zegt ze nu. Ze heeft baat bij de structuur, rust en hulp. Komende week verhuist ze naar een woon-trainingscentrum in Amsterdam. De volgende stap op weg naar zelfstandigheid.

Con Amore is kleinschalige zorg waarbij de gezinshuisouders onder één dak wonen met cliënten. In Aalsmeer wonen Lodewijk de Kruijf en Bianca Egberts met hun twee dochters (12 en 9), twee zussen (15 en 16) over wie ze zich hebben ontfermd en drie jonge moeders met hun kinderen, van wie de jongste een baby van drie weken oud is.

Twaalf mensen op 280 vierkante meter van een voormalige huisartsenpraktijk. Dat kan wat chaotisch zijn, erkent De Kruijf. Hij wijst op roosters voor de wasmachine, de schoonmaak en afspraken met zorgverleners. Twee moeders zijn deze ochtend druk met hun kind en mobiele telefoon, de derde ligt nog te slapen.

De vrouwen in een gezinshuis als dit hebben te maken gehad met verwaarlozing, misbruik of mishandeling. Vaak hebben ze psychische klachten en gedragsproblemen. Sommigen hebben schulden, of zijn verslavingsgevoelig. Meestal staan ze er alleen voor in de zorg voor de baby.

Gezinsleven

Wat het gezinshuis biedt, is een ‘gewoon’ gezinsleven. De Kruijf: „Met z’n allen aan tafel eten, zonder de tv aan. Het zit in simpele dingen.”

Egberts: „We zeggen ze niet hoe het moet, maar laten moeders een normaal gezinsleven ervaren. Dat kennen de meesten niet.”

De moeders krijgen praktische hulp bij het orde scheppen in financiën, het aanvragen van een uitkering en het zoeken naar een dagbesteding, zoals school. „Ook hebben veel moeders een klein netwerk. We kijken hoe we dat kunnen verbreden”, zegt Egberts.

De Kruijf: „Het ultieme doel is zelfstandigheid van moeder. We nemen daarbij het kind als uitgangspunt.”

Ook belangrijk: niet veroordelen. Egberts: „Meiden die binnenkomen hebben bepaalde gewoontes. Van het roken van een sigaret tot pas om 4 uur ’s nachts naar bed. We respecteren elke keuze, maar alles wordt besproken.” De Kruijf: „We zagen dat iemand vorige week na middernacht eten had laten bezorgen. Dat is nou niet de bedoeling en daar praten we over.”

Jenisy, uit Amsterdam Zuid-Oost, zat nog op het ROC toen ze moeder werd. Ze had weeën in de klas. Ze zegt het met een lach, maar het was een zware zwangerschap. Ook omdat de relatie met de vader van Kiyoni geen stand hield.

Weer naar school

Na de bevalling kwam Jenisy in Aalsmeer terecht via een maatschappelijk werker, haar toegewezen door de gemeente. Ze vertelde hem over haar moeilijke situatie thuis, waarbij ze aanvaringen had met haar moeder en jongere broer. De maatschappelijk werker besloot dat uithuisplaatsing de beste oplossing was.

De gezinshuisouders en Jenisy herinneren zich haar komst in Aalsmeer. Ze vroegen wat haar doel was. Het antwoord: weer naar school, ze noemt het „mijn alles”.

Jenisy kreeg zoals elke moeder een eigen ambulant hulpverlener. Dat is in haar geval Chaima El Idrissi, van jeugdhulpinstelling Altra. „Ik richt me vooral op het contact tussen kind en ouder”, zegt zij. „We stellen samen een plan op met doelen over bijvoorbeeld opvoeding.”

El Idrissi maakt daarbij gebruik van video. „We nemen moeder en kind op in specifieke situaties, bijvoorbeeld als ze aan het spelen zijn. Dan kijken we: hoe is hun band, hoe is de interactie, lacht de moeder terug naar haar kind? Dat alleen zeggen, helpt niet. Door het te zien, begrijpen ze het zelf ook.”

Het vertrek uit Aalsmeer vindt Jenisy spannend. El Idrissi zal haar blijven bezoeken in het woon-trainingscentrum, waar ze met een andere oud-bewoner van Con Amore zal wonen.

Jenisy: „De structuur en het ritme van hier, met wassen en koken, houden we hetzelfde. Ik wil een goede toekomst. Naar school en werken. Een goede moeder zijn, zonder negatieve gedachten.”

Graphics door Arlen Poort

Correctie 16 augustus 2017: In een eerdere versie van dit stuk stond dat de moeders in het gezinshuis vaak “ernstige psychische klachten en gedragsproblemen hebben”. Dat moet “psychische klachten en gedragsproblemen” zijn.