Steeds meer stalbranden, ondanks actieplan

Veehouderij

De veehouderij probeert al jaren het aantal stalbranden te verminderen. Strengere regels voor brandveiligheid gelden alleen voor nieuwe stallen. In oude stallen zijn de dieren kansloos.

Merlin Daleman

Vier grijparmen steken als mechanische doodgravers in de grijze, Betuwse lucht. Ze grijpen in hoog tempo in een enorme hoeveelheid staal, stenen, asbest en ander bouwmateriaal. Af en aanrijdende vrachtwagens zorgen voor de afvoer. Twee mannen in witte overalls staan onder een afdakje toe te kijken. Ondanks hun witte mondkapjes, tegen rondvliegend asbest, zijn ze druk met elkaar in gesprek.

Het ruikt hier weer gewoon naar mest. De stank van de grote brand die eind juli megastal de Knorhof in de as legde, is weg. „Toch kan het zijn dat u nog verbrande kadavers ruikt”, zegt de voorman van sloop- en asbestverwijderingsbedrijf Ervé. Hij is even uit zijn witte keet gekomen om in de druilerige regen de bezoeker te woord te staan. „De helft van de verbrande dieren ligt er nog. Het is geen doen om die te scheiden van het puin. Gelukkig hebben we goeie filters, zodat ons personeel er geen last van heeft.”

Als straks het laatste puin en de kadaverresten zijn verdwenen, is dit zoveelste drama in de veehouderij nog niet echt ten einde. De sector is in rep en roer door het groeiende aantal stalbranden. Eind juli stierven meer dan twintigduizend biggen en zeugen in Erichem. Maandag was het raak in het Twentse Agelo. Honderden biggen kwamen om door een brand in een megastal.

Kleinere branden waren er de voorbije maanden bij varkensboeren in het Brabantse Heeswijk-Dinther en het Zuid-Hollandse Langerak. Bij de eerste, door blikseminslag, vonden 4.000 zeugen de dood. Bij die in Langerak bleven de dieren gespaard.

De eigenaar van de Knorhof is een van de grootste, en meest gehate varkenshouders van Nederland. Een profiel.

Patroon

„Eén keer is een incident, twee keer is toeval. Daarna spreek je van een patroon”, aldus voorzitter Ingrid Jansen van varkenshoudersbond POV. Zij sloeg dinsdag alarm naar aanleiding van het groeiend aantal branden. De landelijke cijfers van stalbranden zijn onrustbarend. In 2014 brandden 29 stallen af, in 2015 31 en vorig jaar 47, zo blijkt uit cijfers van Brandweer Nederland. In die drie jaar kwamen in totaal 370.000 dieren om het leven.

De cijfers zijn pijnlijk, omdat de veehouderij in 2011 met een actieplan kwam om het aantal stalbranden te verminderen. Brandweer, overheden, verzekeraars en dierenrechtenorganisaties waren daar bij betrokken. Doel: het aantal branden flink terugdringen. Dat is niet gelukt. Halverwege 2017 staat de teller volgens Wakker Dier al op 18 branden, met 185.000 dode dieren.

De POV vindt het nog te vroeg om van een mislukking te spreken. „Dat is te kort door de bocht”, zegt een woordvoerder. „We willen eerst de evaluatie van het actieplan afwachten die binnenkort wordt gepubliceerd.”

Vooral het jaar 2014 had een positieve wending moeten brengen. Stallen die sindsdien gebouwd zijn, moeten aan nieuwe brandveiligheidseisen voldoen. Technische ruimtes dienen minimaal 60 minuten brandwerend te zijn. Stallen moeten worden onderverdeeld in brandwerende compartimenten en worden voorzien van sprinklerinstallaties. Ook moet er bluswater aanwezig zijn.

We rukken met een brandweerwagen uit voor elke kat in een boom, maar moeten hulpeloos toezien hoe een stal met 20.000 kippen in rook opgaat

Drone-foto van de schade na de grote brand op een varkensfokkerij in het Twentse Agelo. Honderden varkens kwamen om het leven. Foto Eric Brinkhorst/ANP

Oude stallen

Met de brandveiligheid van nieuwe stallen is een slag gemaakt, maar het overgrote deel van de stallen in Nederland is van vóór 2014. Volgens cijfers van de Universiteit van Wageningen dateren 15.500 van de ongeveer 16.550 varkensstallen in Nederland van voor 2014. Verreweg de meeste stalbranden betroffen dan ook oude stallen, ook die in Erichem. Vaak zijn ze voorzien van brandbaar isolatiemateriaal als purschuim. Daardoor brandden ze als fakkels, tot frustratie van brandweer en andere hulpdienst. „We rukken met een brandweerwagen uit voor elke kat in een boom, maar moeten hulpeloos toezien hoe een stal met 20.000 kippen in rook opgaat”, aldus de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding in 2010.

De dierenorganisaties waren extra teleurgesteld over de magere maatregelen omdat dieren eigenlijk kansloos zijn bij brand. Dieren die nooit buiten zijn geweest, zoals veel kippen, varkens en kalveren, durven niet naar buiten te vluchten, schreef Wakker Dier december 2016 in een brochure over stalbranden. „Van dieren die wel gewend zijn buiten te komen, zoals melkkoeien, vrije uitloopkippen en scharrelvarkens, is bekend dat ze wel succesvol kunnen vluchten.” Maar dan moet er wel een vluchtroute zijn. Die ontbreekt in veruit de meeste stallen.

Merlin Daleman
De uitgebrande varkensboerderij Knorhof in het Gelderse Erichem staat naast de geitenfokkerij van Martin Nigten. Hij is kritisch over de uitgebreide apparatuur in megastallen zoals die van zijn buurman.
Merlin Daleman
Merlin Daleman

Ingewikkelde apparaten

De (export)belangen van de intensieve veehouderij zijn gigantisch. Martin Nigten, houder van zo’n 850 geiten, bevestigt dat. Hij is buurman van de afgebrande Knorhof in Erichem. De website van zijn bedrijf prijst de diervriendelijke aanpak van de onderneming aan. „Onze stal is een zogenaamde potstal. Dit houdt in dat de geiten in grote hokken met ruim stro komen.”

Volgens Nigten zit het probleem in de ingewikkelde apparatuur die de intensieve veehouderij overeind houdt. Zelf heeft voor zijn geiten maar een paar brandblusapparaten nodig. „Er hangen hier niet van die mechanische installaties die de stank moeten afvoeren of de verwarming op peil moeten houden, zoals in de megastallen”, zegt hij. „Het is juist de kortsluiting in zulke installaties in de industriële veehouderij die vaak zulke branden veroorzaakt.”

Sommige boeren en dierenbeschermers geloven niet dat er snel iets verandert.

Andere ingewikkelde apparaten, zoals luchtwassers tegen de stankoverlast, hebben het probleem verergerd. „Die zuigen de lucht naar één plek, wat een brand aanjaagt.”

De cijfers geven Nissen grotendeels gelijk. Rapporten van de brandweer over stalbranden wijzen kortsluiting in systemen als belangrijkste boosdoener aan. Daarna komen verwarming met open systemen, brandgevaarlijke werkzaamheden als lassen en slijpen, en domme pech zoals blikseminslag.

De golf stalbranden heeft met name dierenrechtenorganisaties ongeduldig gemaakt. Niels Dorland, woordvoerder van de Dierenbescherming”: „Er moet nu iets gebeuren aan die oude stallen. Saneren, de boel platgooien en weer opbouwen, is niet realistisch. Maar je kunt wel bliksemafleiders, sprinklerinstallaties en hittedetectiesystemen verplicht stellen. Staatssecretaris Van Dam [Landbouw, PvdA] is nu aan zet.”