Soms kan een kindertraan de harde regels breken

Uitzetting

Uitzetting van in Nederland gewortelde buitenlandse kinderen is al jaren een probleem – ook voor de politiek. Wat gebeurt er straks met Howick en Lili?

Een blond meisje van basisschool ’t Anker in Amersfoort vertelt aan een verslaggever van het Jeugdjournaal wat de uitzetting van haar schoolgenoten Howick en Lili naar Armenië voor haar zou betekenen: „Dan zie ik op school een tafeltje dat leeg is. Van iemand die er hoort te zijn.”

De Armeense Armina Hambartsjumian, moeder van Howick (12) en Lili (11), is maandag uitgezet naar Armenië. Ze woonde met haar kinderen in het asielzoekerscentrum in Amersfoort. Het gezin was sinds 2009 uitgeprocedeerd. Haar kinderen waren uit logeren op het moment dat de moeder werd opgepakt en vastgezet met oog op de uitzetting. Ze wilde niet vertellen waar haar kinderen verbleven. De moeder werd zonder hen uitgezet.

Dat veroorzaakte protest van vrienden, klasgenoten, de burgemeester van Amersfoort, hulporganisaties. Kinderombudsman Margrite Kalverboer noemde de uitzetting en het splitsen van het gezin „gruwelijk”. „Een enigszins beschaafd land doet dit niet.”

Uitzetting van kinderen die al jaren in Nederland wonen, de taal goed spreken, Nederlandse vriendjes hebben, pindakaas op brood smeren, patatje Joppie lekker vinden – het is een terugkerend fenomeen. Wie herinnert zich niet Mauro Manuel, die eind 2011 op zijn achttiende terug moest naar Angola omdat hij meerderjarig werd? En het 14-jarige Afghaanse meisje Sahar Hibrahim Ghel dat hetzelfde jaar terug moest naar Afghanistan? Het zijn er velen.

Protest van buurtbewoners en schoolgenootjes hoort erbij. Bij Mauro gebeurde dat, bij Sahar ook. Leerlingen van ’t Anker protesteerden afgelopen weken in oranje shirts met de tekst: „Vergeet u mij niet?” Ze gingen naar Den Haag waar VVD, CDA, GroenLinks en ChristenUnie druk onderhandelen over een regeerakkoord, waarbij het kinderpardon een heikel punt is.

Met een beroep op het kinderpardon kunnen kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland wonen en „geworteld” zijn soms een verblijfsvergunning krijgen. PvdA en VVD spraken dat in 2012 af. Zo’n vijftienhonderd kinderen en hun ouders kregen daardoor een verblijfsvergunning. Daarna werden de regels zo streng, dat de meeste kinderen buiten het pardon vielen.

Het was Kamerlid Joël Voordewind van de ChristenUnie die begin dit jaar een motie indiende om de regels van het kinderpardon te versoepelen. De motie werd aangenomen, maar het kabinet wilde haar niet uitvoeren. Volgens staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD) zou illegaal verblijf in Nederland „onnodig gestimuleerd” worden. Hij schoof de kwestie door naar het volgende kabinet.

Maar de partijen die onderhandelen over de vorming van dit nieuwe kabinet liggen met hun opvattingen over het kinderpardon ver uit elkaar. VVD en CDA zijn tegen verruiming omdat het mensen zou verleiden zich zo lang mogelijk tegen uitzetting te verzetten. D66 en ChristenUnie zijn juist voor. De onderhandelaars van D66 en ChristenUnie weten wat er gebeurde toen PvdA-leider Diederik Samsom in de formatie van 2012 toegaf aan de VVD-eisen. De PvdA-achterban voerde jarenlang verzet en de kwestie droeg bij aan de impopulariteit van het kabinet onder linkse kiezers.

Ook zonder formatie-akkoord is de zaak van Howick en Lili al beladen voor D66 en ChristenUnie. Joël Voordewind van de ChristenUnie had gevraagd om een „uitzetstop” tot er een nieuw kabinet is. Die stop kwam er niet. Martin Vegter van Defence for Children, de organisatie die zich al jaren hard maakt voor kinderen in een dergelijke situatie: „We hadden de hoop dat er even een pas op de plaats zou worden gemaakt.”

Goed verkopen

De vraag is wat er met de kinderen gebeurt op het moment dat ze opduiken. Staatssecretaris Dijkhoff kan zijn discretionaire bevoegdheid gebruiken om hen te laten blijven, maar die kans lijkt gering.

Soms kan een hoop ophef en media-aandacht helpen. Zeker als de kinderen voor wie uitzetting dreigt mediageniek zijn en zichzelf goed kunnen ‘verkopen’. De traan van Mauro, die bij een Nederlands pleeggezin woonde, is beroemd. Toenmalig minister Gerd Leers van Immigratie en Asiel (CDA) besloot destijds dat hij voorlopig met een studievisum mocht blijven. Later werd zijn verblijfsvergunning definitief.

Dat gebeurde ook bij Sahar, die op het gymnasium zat en haar situatie uitstekend zelf kon verwoorden. Na maatschappelijk protest besloot minister Leers begin 2011 dat het voor verwesterde meisjes onveilig is in Afghanistan. Sahar mocht blijven.

In 2015 mochten na protestbijeenkomsten voor het uitzetcentrum Gláucio (13) en Márcia (18) Ventura Tiago blijven. Dat was op het nippertje, de tickets lagen al klaar. Zij zouden worden uitgezet naar Angola.

Leven in armoede

Breed protest heeft niet altijd zin. Er worden ook veel „gewortelde” kinderen uitgezet. Hoeveel precies is niet bekend, dat wordt niet apart bijgehouden. Maar het zijn er de afgelopen tien jaar vele duizenden geweest.

Verslaggever Sinan Can zocht enkelen van hen op in Irak, Afghanistan, Angola, Armenië en Kosovo en maakte de documentaireserie Uitgezet. Het beeld dat daaruit naar voren kwam, was tamelijk desastreus: vernederlandste kinderen die de taal van hun nieuwe land niet spraken, niet konden aarden en in armoede moesten leven.

Lili en Howick hebben de afgelopen tijd bij het Jeugdjournaal en andere programma’s laten zien hoe Nederlands ze zijn. Ze hebben klasgenoten die in oranje shirtjes protesteren. Waarom het niet heeft geholpen, blijft gissen.

Martin Vegter van Defence voor Children: „Je weet nooit wat zich achter de schermen en buiten het zicht van de media afspeelt.”

Correctie 16 augustus 2017: In een eerdere versie van dit stuk stond dat CU-politica Simone Kennedy-Doornbos in een opiniestuk in het Nederlands Dagblad schreef dat ze met het protest de formatie wilde beïnvloeden. Dat zei ze in een persoonlijk interview.