Japan groeit weer, maar wel op krediet

Abenomics

Na een paar jaar agressief stimuleringsbeleid laat Japan goede economische cijfers zien. Maar hoe houdbaar is de opleving?

Japanners sparen veel en dat is een reden dat de markten zich nog rustig houden over de enorme staatsschuld. Foto Kim Kyung-Hoon / Reuters

Japan als groeiland – het is even wennen. Het Aziatische land is de laatste jaren niet echt het toonbeeld van dynamiek. Vergrijzing, stagnatie, deflatie: nogal eens wordt Japan genoemd als schrikbeeld voor Europa. En toch: maandag presenteerde de derde economie van de wereld (na de Verenigde Staten en China) goede cijfers. Het Japanse bruto binnenlands product (bbp) groeide in het tweede kwartaal met 1 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor. Een stuk meer dan de 0,6 procent waarvan professionele voorspellers gemiddeld waren uitgegaan. Japan groeide zelfs het snelst van de G7-groep van industrielanden.

Het bbp nam voornamelijk toe door particuliere consumptie, door bedrijfsinvesteringen en door uitgaven van de overheid. Tot voor kort was vooral de export de motor achter het prille herstel in Japan. Economische groei is er nu zes kwartalen onafgebroken op rij. Dat is niet erg lang, bijvoorbeeld in vergelijking met de eurozone, waar het bbp al zeventien kwartalen in de plus zit.

Verreikend programma

Je zou bijna zeggen: het wordt ook tijd dat in Japan de groei aantrekt. Vierenhalf jaar geleden, begin 2013, kondigde de toen net aangetreden premier Shinzo Abe een verreikend programma aan dat een eind moest maken aan twee decennia stagnatie. Het programma kreeg van economen de naam ‘Abenomics’, een term die de regering inmiddels heeft omarmd omdat ze meent dat het programma zijn vruchten begint af te werpen.

Het beleid bestaat uit drie zogenoemde ‘pijlen’ die allemaal wijzen naar een einddoel: een bbp van 600.000 miljard yen (4.680 miljard euro). Nu is het bbp nog 537.000 miljard yen, bij Abes aantreden 495.000 miljard. De eerste pijl is, zegt de Japanse regering zelf, een „agressief” monetair beleid. De tweede een „flexibel” begrotingsbeleid en de derde een reeks structurele hervormingen. Westerse economen soebatten nogal eens welk van die drie instrumenten het beste werkt, Abe doet het gewoon allemaal tegelijk, en plakt er ook nog eens een meetbaar bbp-doel aan vast, zonder daarvoor overigens een moment te noemen.

Effect van Abenomics is er zeker, maar dan vooral op de balans van de Japanse centrale bank. Die is sinds 2012 meer dan verdrievoudigd. Van een onafhankelijke centrale bank is in Tokio eigenlijk geen sprake meer, sinds Abe de bank voor zijn beleidsdoelen heeft gewonnen. 85 procent van de uitgedijde balans van de bank bestaat uit schuldpapier van de staat. De staatsschuld bedraagt inmiddels 239 procent van het bbp (ter vergelijking: Griekenland komt niet verder dan 179 procent). De schuld leidt (nog) niet tot onrust op de financiële markten, omdat deze goeddeels in binnenlandse handen is en omdat Japanners tegelijkertijd veel sparen.

Zorg en pensioenen

Organisaties als het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de OESO, de club van industrielanden, zijn gematigd positief over Abenomics. De economische „omstandigheden” zijn erdoor verbeterd, schreef het IMF in juli in een rapport. Er is meer binnenlandse vraag, de bedrijfswinsten nemen toe en de werkloosheid is zeer laag (3,1 procent). Aan hervormingen heeft Abe nog veel te weinig gedaan, meent het IMF, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt, waar grote groepen geen contracten hebben, weinig verdienen en weinig productief zijn. Het schuldniveau noemt het IMF „onhoudbaar”.

De OESO waarschuwt dat de staatsschuld verder kan gaan stijgen door extra overheidsuitgaven aan zorg en pensioenen. Japan vergrijst verder, ook in tijden van Abenomics. Onlangs nog werd bekend dat de Japanse bevolking, nu bijna 127 miljoen, vorig jaar is gekrompen met een recordaantal van ruim 300.000 mensen.