Column

Hoe Theo verliefd werd op Netty’s ogen

Zij zegt: „Jij zat bij de Pot au Feu te ontbijten, want dat deed je elke ochtend, en ik kwam binnen met een vriend voor een kop koffie. Weet je dat nog?” Hij knikt. „Ja, ja.” „Toen zei jij tegen die vriend: wat een charmante vriendin heb jij. Jullie kenden elkaar uit de handel, hè. Die vriend en jij. Of nee, jullie vaders kenden elkaar.”

„Ja, ja.”

„En die vriend zei: ze is een vriendin, hoor. Een week later nam je me mee uit eten bij Humphrey’s in de Spuistraat. En de week daarna, Theo? Weet je dat nog? ”

Ze draait zich naar mij toe en vertelt dat ze in die tijd nog bij C&A werkte, verderop op het Damrak, waar nu de Primark zit. En Theo had zijn winkel nog, op nummer 11, vlak bij het Centraal Station. Tweedehands horloges en antiquiteiten. Zij was 58 en weduwe. Hij was 72 en al heel lang gescheiden. Nu is zij 72 en hij 86.

„We gingen dansen in Beverwijk”, zegt ze tegen hem. „Want jij zat daar op salsa. Dat weet je nog wel, hè? Theo?”

„Ja, ja.” Stralende lach. „Salsa.”

Weer tegen mij: „Een paar maanden later vraagt mijn zoon aan me hoe het met die antieke hanger van me is. Ik zeg: je moeder is he-le-maal hoteldebotel.”

Toen kreeg ze borstkanker. God, wat was ze bang. Haar eerste man – hij was onderhoudsmonteur bij De Telegraaf – had ze verloren aan leukemie. Maar ze herstelde en zo kwam het moment waarop Theo zei: het roer gaat om. Spullen naar de veiling, winkel verhuurd en zij samen voor vijf maanden naar de Dordogne, waar hij een tweede huis had. „We hebben zulke goede jaren gehad”, zegt ze. „En nog hoor. Theo kan niet alles meer, maar we hebben het zo goed samen. In juli zaten we in Benidorm, daarvoor waren we in Lissabon en vrijdag gaan we voor een weekje naar vrienden in Frankrijk. En gisteren? Wat hebben we gisteren gedaan, Theo?”

„Toen zijn we naar ’t Jordaantje geweest.”

„Zie je nou wel! Je weet alles nog.” Tegen mij: „Café ’t Jordaantje, vlak bij waar ik geboren ben. We hebben gedanst en Theo heeft ook nog gezongen.”

Ik vraag wat ze in elkaar zagen, die eerste keer in Le Pot au Feu. Zij gaat midden in de kamer staan, veegt met een elegant gevaar een lok roodgeverfd haar uit haar gezicht en lacht naar hem. Hij lacht terug en zegt: „Je ogen.”

„Mijn ogen”, zegt ze tegen mij.

Le Pot au Feu is nu een Tours&Tickets, de winkel van Theo Kroon is een pasta- en wafeltent geworden. Theo Kroon zelf – ik vroeg me een paar weken geleden op deze plek af waar hij was gebleven – woont bij zijn Netty in een doorzonwoning in Middenbeemster. Waar je ook kijkt: koeien en gras.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus