Abdij Rolduc tijdelijk kamermuziek-bijenkorf

Festival Orlando

Veelzijdige muziek tijdens het Orlando Festival bij Kerkrade, met Nederlandse premières van de Britse operacomponist Jonathan Dove.

Onder meer muziek van opera The Beautifull Cassandra van Dove is te horen op het Orlando Festival in de abdij Rolduc Foto Orlando Festival

Nederland telt vele pittoreske kamermuziekfestivals, maar het Orlando Festival bij Kerkrade is het mooist behuisd van allemaal. In de heuvels van Zuid-Limburg ligt de voormalige abdij Rolduc, een rijksmonument van nederig stemmende proporties waarvan sommige delen meer dan 900 jaar oud zijn. Tien dagen lang zijn Rolduc en omstreken het decor van masterclasses, lezingen, een strijkkwartettenconcours en bijna vijftig concerten.

De bijzondere locatie is de crux van Orlando’s unieke formule. Dit is geen verzameling losse concerten, maar een habitat waar topmusici, studenten én toehoorders ongedwongen naast elkaar aan het buffet staan, muziek luisteren, aan de bar hangen en ’s avonds hun kloostercel opzoeken.

„Een bijenkorf”, noemt directeur en dirigent Henk Guittart (1953) zijn festival, „er zoemt van alles in en uit.” Van musici hoort hij hoe leuk ze het vinden om zich eens midden in hun publiek te bevinden. En omgekeerd treden de toehoorders gretig in dialoog met de aanwezige musici en componisten. Amateurs kunnen zich zelfs door Orlando-docenten laten coachen.

De operacomponist

Een van de mensen die je veel tegenkomt op Rolduc is de Brit Jonathan Dove (1959), dit jaar composer-in-residence. Dove is in Engeland een populair en gevierd componist, vooral van opera’s – hij maakte er ook een naar Arthur Japins roman De zwarte met het witte hart. In tien dagen worden tien stukken van Dove uitgevoerd, veelal Nederlandse premières, voor zeer uiteenlopende kamerbezettingen. Zijn liederencyclus Five Am’rous Sighs en het oergeestige melodrama The Beautifull Cassandra – op tekst van de tiener Jane Austen – verraden niettemin de operacomponist: het zijn stukken met een theatrale inslag, toegankelijk, to the point én verrassend.

Dove werkt met alle musici intensief samen. Hij is enthousiast over het niveau en over de diversiteit van de programmering, vertelt hij in de festivalbus naar een avondconcert in Heerlen: „Ik ben zelf artistiek leider geweest van het Spitalfields Festival in Londen en ik weet hoe lastig het is om afwijkende dingen voor elkaar te krijgen. Hier heb je een concert met vijf composities in vijf verschillende bezettingen – dat is normaliter onmogelijk.”

Dat is precies de „festivalgedachte”, aldus directeur Guittart: muziek van alle tijden in heel verschillende bezettingen, met veel kleine, zelden gehoorde meesterwerken en ruimschoots aandacht voor hedendaagse en voor Nederlandse muziek. Er zit bovendien een masterplan achter. De musici die gaandeweg het festival in allerlei formaties optreden, repeteren ondertussen aan het afsluitende programma dat ze zullen uitvoeren als de veertienkoppige Gruppo Montebello. Dit ensemble, met Guittart als dirigent en geestelijk vader, speelt in Kerkrade en Maastricht kamerbewerkingen van orkestrale meesterwerken van Bruckner, Debussy en Mahler.

De avonturist

Guittart, die mede aan de wieg stond van het Schönberg Ensemble, heeft een groot hart voor muzikaal avontuur. Precies de diversiteit en afwisseling die Jonathan Dove prijst maken Orlando zo bijzonder. Na een hartverscheurende blues voor klarinet en sopraan, een harmoniumsarabande van Louis Andriessen, een strijkkwartet van Tsjaikovski én een flamboyante pianopremière van huiscomponist Dove ben je als luisteraar op een prettige manier door elkaar geschud.

Tussen de caleidoscopische programma’s zat trouwens één geweldig ‘monochroom’ concert, zoals Guittart het noemt: Stockhausens avondvullende meesterwerk Mantra voor twee piano’s en elektronica, door specialisten Ellen Corver en Sepp Grotenhuis, die het werk jarenlang samen met Stockhausen zelf hebben uitgevoerd. Dankzij Corvers heldere en diepgravende lezing vooraf luisterde je bovendien met nieuwe oren naar de bezwerende muziek.

Het festival bruist, maar er is wel een zwart randje. Enkele jaren geleden verloor Orlando zijn rijkssubsidie – „volgens mij zijn wij het enige kamermuziekfestival in Nederland dat geen rijkssubsidie krijgt”, zegt Guittart. De provincie Limburg legt nu het financiële fundament, en de gemeente Kerkrade verhoogde haar bijdrage recentelijk met maar liefst ruim 100 procent. Een zeldzaam genereuze daad en volgens Guittart erkenning voor het belang van het Orlando Festival voor de regio: „Bij ons hoor je in tien dagen meer kamermuziek dan in Heerlen en Maastricht in een heel jaar.”