Commentaar

Eierkwestie brengt weer zwakke kanten NVWA naar voren

De kwestie met de besmette eieren ontwikkelt zich in snel tempo van drama naar treurspel annex farce, met in de hoofdrol een struikelende Voedsel- en Warenautoriteit.

Naarmate de kwestie in omvang groeit – in aantallen besmette bedrijven, in betrokken landen en in aantallen tut-tut-ho-ho roepende voedselexperts en toxicologen – groeit de twijfel of de forse maatregelen in de kippensector wel gerechtvaardigd waren.

Was veel eerder en beperkter ingrijpen misschien mogelijk geweest? Zijn de veiligheidsstandaarden die in Nederland gelden in vergelijking met België en Duitsland niet overdreven streng? Deelde de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wel actief, dienstbaar en op tijd informatie met België? Is de consument niet nodeloos bang gemaakt, dan wel is de kippensector niet ten onrechte op te hoge kosten gejaagd?

De kritiek op de NVWA neemt in ieder geval weer toe. Pieter van Vollenhoven, oud-voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), vindt dat de NVWA zich te veel laat leiden door economische belangen en te weinig door de volksgezondheid. Van het toezicht wordt volgens hem ‘een potje’ gemaakt. De OVV heeft inmiddels een onderzoek aangekondigd naar het voedselveiligheidssysteem – de overheid is dus al een onderzoek naar zichzelf begonnen. Dat is vermoedelijk nodig, maar het stemt ook moedeloos. Zou die energie (en dat geld) niet beter naar het toezicht op het voedsel zelf moeten gaan?

Rob van Lint, de nieuwe inspecteur-generaal, op 1 juli overgestapt als topman van de IND, mag nu overal verklaren dat ‘zijn’ NVWA steeds met alle partijen open kaart speelde en tijdig alle nodige onderzoeken deed. Dat willen we eventueel wel aannemen, maar na zes weken aan het roer heeft niemand nog veel gezag. En uit eigen waarneming kan de nieuwe man dat zeker niet hebben vastgesteld.

Een tip uit november vorig jaar over het gebruik van het verboden biologische bestrijdingsmiddel fipronil in stallen van pluimveehouders werd destijds door de NVWA intern afgedaan. Het zou geen voldoende aanwijzing zijn geweest om te controleren of fipronil aldaar ook de eieren of de kippen had bereikt. De tip was er ‘één uit vele honderden’. Een ‘acuut risico’ was er niet.

Tja. Met kennis achteraf is iedereen een wijs man, maar wat kan hiervan de logica zijn geweest? Is het geen kwestie van boerenverstand om kippen en eieren juist wel te controleren als een stal kennelijk met het zeer ongewenste fipronil werd besmet? Al was het maar voor de zekerheid? Waarom deze hands-off-benadering? De NVWA kwam in juni in opspraak toen een dierenarts in NRC onthulde intern geen enkel gehoor te krijgen voor de al jaren geconstateerde tonnen vervuilde kipfilets, het negeren van salmonellawetgeving en slechte verdoving in de slachthuizen.

Het toezicht op met name de vleessector faalt structureel, zo lijkt het. Wat aangeboden wordt als ‘lamsvlees of lamsgehakt’ blijkt vaak gemengd met kalkoen- of varkensvlees of verwisseld met schapenvlees. Voor consumentenprogramma’s is vleesveiligheid bijna een evergreen. In 2013 bleek het goedkope paardenvlees te worden verkocht als, duurder, rundvlees. In 2014 constateerde de OVV zonder reserve dat bedrijfsleven en overheid er niet in slagen om de veiligheid van het vlees in de schappen te garanderen.

Van Lint en zijn politieke bazen staan dus voor een stevige opdracht. Bescherm de consument en de volksgezondheid – en daarmee dus de belangen van de sector. Niet andersom. En graag beter dan nu.


In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.