Opinie

Trumps holle woorden tonen moreel vacuüm

Wat te doen met een president die op momenten van nationale tragedie niet tot bezieling in staat is, vraagt zich af.

foto afp

Een van de moeilijke maar belangrijkste taken van een hedendaagse president is dat hij op momenten van tragedie spreekt namens het volk. Een Space Shuttle ontploft. Er is een aanslag op een basisschool. De Twin Towers storten in en er rest alleen nog een hoop as en verwrongen staal. Dan is het aan de president om uiting te geven aan de ziel van de natie – verdriet om de slachtoffers, medeleven met de getroffenen, morele helderheid te midden van de verwarring, vertrouwen in de onkenbare bedoelingen van God.

Niet elke president doet dit even goed. Maar nog nooit is iemand hier niet toe in staat geweest. Tot Donald Trump.

Charlottesville toont de volle werking van het gif dat Trump in kleine doses zelf heeft toegediend.

Trumps reactie op de gebeurtenissen in Charlottesville was afwisselend banaal („eendrachtig zijn”), infantiel („echt heel erg”) en wezenloos („dit zal bestudeerd moeten worden”). „Er gebeuren zoveel geweldige dingen in ons land”, zei hij op een dag dat rassengeweld een leven kostte.

In zekere zin is dit het natuurlijke gevolg wanneer authenticiteit als spontaniteit gedefinieerd wordt. Trump en zijn mensen vonden het moment niet de moeite waard om retorisch werk van te maken, om serieus bij stil te staan. De president is ervan overtuigd dat zijn loze praat synoniem is met de geschiedenis. Dat is niet zo. Het is gewauwel over een tragedie. Het is beschamend en schadelijk voor het land.

De uitspraken van de president tekenen ook een gebrek aan historische verbeeldingskracht. De steekvlam in Charlottesville was de geschiedenis van de Burgeroorlog. Overal in het land worstelen steden met de in steen gehouwen erfenis van vervlogen veldslagen en leiders. De onderdrukking en het trauma die tot de Burgeroorlog leidden, eindigden niet met de overgave van de Zuidelijke generaal Robert Lee na zijn laatste slag bij Appomattox. Nog altijd stellen zich op die slagvelden spoken in slagorde op. En blijven er slachtoffers vallen.

Maar Trump wist dit laatste conflict niet in een context te plaatsen. Geen bezielende idealen van de schrijver van de Declaration of Independence [Thomas Jefferson], die Charlottesville zijn thuis noemde. Geen helende woorden van Abraham Lincoln, de president die door een blanke racist werd vermoord. Door zijn platte, domme uitspraken bewees Trump eens te meer dat hij niet tussen deze leiders thuishoort.

Als verheven woorden kunnen genezen en bezielen, kunnen laaghartige woorden tot bederf leiden.

Ontbrekend moreel oordeel

Uiteindelijk ging dit niet alleen om een gebrek aan retoriek of context, maar ook om een ontbrekend moreel oordeel. De president kon het niet meteen opbrengen om ruiterlijk de slachtoffers te erkennen of onderscheid tussen de aanstichters en de dode te maken.

Hij kon zich niet richten op de provocaties van het kamp dat onder een nazivlag marcheerde. Wilde hij geen afstand nemen van een aantal van zijn felste aanhangers? Dat zou betekenen dat Trump trouw aan hemzelf als verzachtende omstandigheid voor bijna elke misdaad of elk vooroordeel beschouwt. Of is de president werkelijk overtuigd van de morele gelijkwaardigheid van de kampen in Charlottesville? In dat geval luidt de diagnose: een ethische ziekte waarvoor geen genezing is.

Het valt niet te ontkennen dat Trump als politiek instrument ontmenselijking heeft gebruikt – vluchtelingen zijn „beesten”, Mexicaanse migranten zijn „verkrachters”, moslims zijn een bedreiging. En niemand kan ontkennen dat haatdragende politieke retoriek een vrijbrief voor vooroordelen kan verschaffen. Volgens David Livingstone Smith „fungeert deze als psychologisch smeermiddel dat onze remmingen wegneemt en destructieve hartstochten aanwakkert. Als zodanig stelt het ons in staat daden te verrichten die onder normale omstandigheden ondenkbaar zouden zijn.”

Lees ook: beluister ook de podcast van Amerika correspondent Guus Valk: Presidential Podcast #36: Wie zwijgt stemt toe?

Als verheven woorden kunnen genezen en bezielen, kunnen laaghartige woorden tot bederf leiden. Trump heeft het gif van het vooroordeel in kleine maar steeds groeiende doses toegediend. In Charlottesville is de werking ten volle duidelijk geworden. En de president was niet van plan zich ondubbelzinnig van zijn werk te distantiëren.

Wat doen we met een president die niet in staat of bereid is zijn basistaken uit te voeren? Wat doen we als hij niet in staat is tot verontwaardiging over wandaden? Wat doen we met een president die zijn nauwelijks verhulde zegen geeft aan de duisterste instincten van het menselijk hart? Deze vragen lopen dood in het politieke realisme – een wanhopige erkenning van de beperkte mogelijkheden. Maar de vragen worden prangender.