NVWA: stukbezuinigd en te veel naar binnen gekeerd

NVWA

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit krijgt veel kritiek in het fipronilschandaal. Wéér reageerde zij niet goed op een voedselcrisis. Betrokkenen zijn niet verbaasd. „Ze steken erg veel energie in interne processen, waardoor ze hun werk minder goed doen.”

Foto Tengku Bahar/AFP

Paardenvlees dat wordt verkocht als runderbiefstuk. Poepbacteriën die via slachthuizen met het vlees mee op het bord belanden. Doden door salmonella in zalm. Uitbraken van dierziektes waardoor miljoenen gezonde dieren afgemaakt moeten worden, bedrijven grote schade lijden en soms omwonenden of consumenten ziek worden. En nu het giftige fipronil, dat illegaal gebruikt werd om kippenstallen te reinigen en zo in eieren terechtkwam.

Elke keer als er in Nederland iets vreselijk misgaat in de veeteelt of voedselverwerking wordt dat niet alleen de sector maar vooral de toezichthouder verweten. Waarom heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) de misstand niet op tijd gesignaleerd en sneller ingegrepen? Hoe kan iets wat begint met een incident steeds opnieuw escaleren tot een crisis? Wat is er bij die organisatie aan de hand, vragen consumenten, boeren en politici zich af. De NVWA wordt zelfs aansprakelijk gesteld door pluimveehouders.

Meer taken, minder mensen

De NVWA heeft de afgelopen jaren steeds meer taken gekregen. Van toezicht op plantenziektes tot controles op roken in cafés. En elk schandaal brengt nieuwe wetgeving of strengere protocollen met zich mee. Maar ondertussen werd de organisatie keer op keer gefuseerd, gereorganiseerd en ingekrompen.

De vraag is in hoeverre de schandalen de NVWA te verwijten zijn. Is de organisatie niet in staat voedsel- en veeschandalen te voorkomen omdat er door de politiek te veel op het toezicht bezuinigd is? Of zijn het interne perikelen die maken dat de waakhond onvoldoende functioneert? Volgens betrokkenen allebei. De bezuinigingen en fusies zijn door de politiek opgelegd, maar door de organisatie zelf matig verwerkt.

In 2002 werd besloten de Keuringsdienst van Waren en de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees samen te voegen. De voedselveiligheidstaken werden weggehaald bij het ministerie van Volksgezondheid en ondergebracht bij Landbouw. Tien jaar later werden daar nog kleinere diensten aan toegevoegd: de Algemene Inspectiedienst en de Plantenziektenkundige Dienst.

De NVWA zit al die jaren in een permanente reorganisatie. Eerder gingen al duizend banen verloren. De komende jaren moeten nog zo’n 200 van de bijna 2.600 arbeidsplaatsen verdwijnen.

Elk opeenvolgend kabinet heeft opnieuw bezuinigd op de dienst. „De NVWA is door de politiek niet goed toegerust op haar taken”, zegt Henk Bleker, die van 2010 tot 2012 als staatssecretaris van Landbouw verantwoordelijk was voor het instituut – en een bezuiniging daarop.

Politiek Den Haag had bovendien besloten dat het bedrijfsleven voor keuringen moet betalen. Toezicht „wordt door politici van links tot rechts” gezien als een probleem van het bedrijfsleven „niet als een publiek belang”, zegt Bleker.

Volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid, die onderzoek deed naar aanleiding van het paardenvleesschandaal, is die beslissing naïef geweest. De overheid is er „ten onrechte van uitgegaan dat het bedrijfsleven meer verantwoordelijkheid voor voedselveiligheid zou nemen”.

Bleker is tegenwoordig voorzitter van Vee en Logistiek Nederland, de belangenorganisatie van veehandel, -vervoer en -export. In die rol noemt hij het systeem van toezicht „kafka-achtig”, omdat het „star, bureaucratisch en onvoorspelbaar functioneert”.

Volgens betrokkenen kampt de organisatie met structurele personeelsproblemen als gevolg van de opeenvolgende reorganisaties. Volgens een oud-directielid van de NVWA – dat vanwege andere werkzaamheden voor de overheid anoniem wil blijven – „behoorden de specialisten van de voorlopers van de NVWA tot de besten van de wereld”. Maar ervaren of getalenteerde inspecteurs, toxicologen en dierenartsen zijn wegbezuinigd en vervangen door goedkopere mensen.

Tjeerd de Groot, sinds maart Tweede Kamerlid voor D66 en voorheen directeur van de Nederlandse Zuivel Organisatie, onderschrijft dit. „Los van het probleem met capaciteit is er ook de kwestie van effectiviteit van de NVWA.” De Groot twijfelt aan de manier waarop de organisatie prioriteiten stelt. „Ze steken erg veel energie in interne processen, waardoor ze hun werk minder goed doen.”

Een punt van kritiek is dat de NVWA traag en zeer beperkt met de buitenwereld communiceert. Zo ook in de huidige crisis. Boeren en bedrijven klagen dat zij niet weten waar ze aan toe zijn. De Tweede Kamer voelt zich onvoldoende geïnformeerd over wat er aan de hand is. De Belgische tegenhanger van de NVWA zou een maand en vijf pogingen gewacht hebben op informatie over het stalontsmettingsbedrijf Chickfriend, dat wordt verdacht van het verspreiden van fipronil. En als consumenten rechtstreeks aangesproken worden gaat het mis.

Er is alom verbijstering over de wijze waarop plaatsvervangend NVWA-inspecteur-generaal Freek van Zoeren begin deze maand in actualiteitenprogramma Nieuwsuur mensen aanraadde maar even helemaal geen eieren te eten. Een advies dat daags erop weer werd tegengesproken.

Luiken dicht

Er is in de fipronilkwestie meer misgegaan dan alleen communicatie. Toen de voedselwaakhond in november een anonieme tip kreeg over mogelijk illegaal gebruik van fipronil bij het schoonmaken van stallen werd op het hoofdkantoor in Utrecht met alle relevante afdelingen overlegd. Ook werd de expertise ingeschakeld van andere overheidsinstanties: het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

De NVWA kwam tot de conclusie dat er geen risico leek voor de voedselveiligheid, maar wel dat de wet was overtreden. Niemand van de NVWA werd er in zijn kaplaarzen op uit gestuurd om te kijken of de tip op waarheid berustte en er fipronil in eieren kon worden aangetroffen. En niemand informeerde brancheorganisaties in de pluimveehouderij.

Het verboden gebruik van fipronil was zo ongebruikelijk, dat er niet standaard op gecontroleerd werd. „Het is net als doping in de sport”, zegt Ben Dellaert. „Als je niet weet welke stoffen er gebruikt worden, kun je er ook niet naar zoeken.” Dellaert is de secretaris van Avined, het overlegorgaan tussen de overheid en pluimveeboeren, eierhandelaren en slachterijen. „Ook ik had tot vorige maand nooit van fipronil gehoord”, zegt hij. Terwijl vorige maand bleek dat het in één op de vijf legkipbedrijven gebruikt is.

Er gaat ook veel goed bij de NVWA, zegt iedereen die met de organisatie gewerkt heeft. Epidemieën van dierziektes worden doorgaans snel en adequaat opgelost. „Daar is de NVWA in getraind, dan treedt de machine in werking”, zegt het oud-directielid. „Maar voor een crisis als die met fipronil is geen draaiboek en daar gaat ze slecht mee om. Niet zozeer in de uitvoering, maar in de besluitvorming in de top.”

Een groot verschil is dat het bij dierziektes niet om fraude gaat. Zodra er een strafrechtelijk onderzoek loopt, mag de NVWA daar niet over communiceren.

De reden dat de NVWA, nadat het grootschalige gebruik van fipronil vorige maand aan het licht was gekomen, niets wilde zeggen over de tip uit november, was ook het lopende strafrechtelijke onderzoek. „Dat is iets waar de NVWA niets aan kan doen”, zegt het oud-directielid. „Op het moment dat het mogelijk om een strafbaar feit gaat, gaan om het onderzoek niet te bemoeilijken de luiken dicht.”

Correctie (25 augustus): in dit artikel stond eerst dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in november 2016 gezamenlijk met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) tot de conclusie kwam dat er geen risico leek te zijn voor de voedselveiligheid, maar wel besloot tot strafrechtelijk onderzoek naar het mogelijk gebruik van fipronil in kippenstallen. De RIVM en de Ctgb zijn door de NVWA geconsulteerd voor deze afweging, maar waren niet bij de beslissing betrokken.