Zo exotisch zijn die donuts echt niet

Elke nieuwe vestiging van Dunkin’ Donuts in Nederland is groot nieuws, maar de donut hadden we hier dertig jaar geleden ook gewoon al.

Eind maart wachtte David Glotzbach vijftien uur lang op een donut. Op de Nieuwendijk in het centrum van Amsterdam werd de eerste Dunkin’ Donuts-vestiging van Nederland geopend. David (16, „de beste leeftijd om je lichaam vol te stouwen met suikerige donuts”) stond samen met een vriend vooraan in de rij. Ze waren er een dag voor de opening, om vier uur ’s middags. Slaapzak en campingstoel mee, maar van slapen kwam het niet. De volgende ochtend waren ze als eerste binnen. Hun beloning: een jaar lang gratis donuts.

In de weken daarna openden nog vier vestigingen van de Amerikaanse donutketen, allemaal in Amsterdam. De reacties onder elke socialemediapost van Dunkin’ Donuts lieten zich daarom het beste zo samenvatten: Wanneer komen jullie nu naar Utrecht/Rotterdam/Maastricht/Roelofarendsveen?

„We openen er snel meer”, was telkens de reactie van Dunkin’, dat wereldwijd meer dan 12.200 zaken in 45 landen heeft. De aankondigen van die nieuwe vestigingen volgden elkaar de afgelopen weken in hoog tempo op. In september opent er een vestiging in Zoetermeer, daarna twee vestigingen in Utrecht, in Tilburg en Breda, Den Haag. Op termijn ziet de Dunkin’ zelfs ruimte voor 160 filialen in Nederland.

Al die fastfood is niet normaal, vindt Walt van der Linden: De stad is een lopend buffet van zout, vet en suiker

De aankondigingen worden in elke stad consequent groots ontvangen. Alleen in Den Haag stuitte Dunkin’ op een klein beetje verzet. „Ongeveer 20 procent van de Hagenaars heeft overgewicht”, zei de lokale PvdA-fractievoorzitter daar. „Een zorgelijke ontwikkeling die sterk negatief wordt beïnvloed door het aanbod van fastfoodketens.” Hij stelde voor de keten te verbieden. Een korte en eenzame strijd. De VVD noemde het voorstel ‘bizar en onzinnig’ en de lokale PVV zei dat de PvdA ‘nu echt de weg kwijt is’.

Dunkin’ Donuts wil ook vestigingen in ziekenhuizen en scholen. Deze voedingswetenschappers vinden dat gemeentes de invasie van fastfoodketens moet stoppen

Misschien is het voor sommigen het onweerstaanbare Amerikaanse. Maar de Amsterdamse Dunkin’ voelt net zo Amerikaans als de McDonald’s in Winschoten: helemaal niet. De rijen met klanten zijn verdwenen. In de vitrines liggen roze donuts met gekleurde sprinkels en glitters, met chocolade op de bovenkant, pindakaasvulling, gele smileys. Het personeel lacht niet.

Je zou door al die recente aandacht kunnen denken dat de donut in Nederland iets exotisch is. Maar dertig jaar geleden reed Hannie, toen nog bakkersvrouw, al met een met donuts beschilderd Volkswagenbusje (ook heel modern) door de Rotterdamse straten. „Met een belletje uit het raam. Verse donuts, schreeuwde ik.” Ze verkocht ze voor 1 gulden 20, of 30, ze weet het niet eens meer. Het geld lag destijds op straat, zegt ze.

De Amsterdamse Dunkin’ voelt net zo Amerikaans als de McDonald’s in Winschoten: helemaal niet

Tegenwoordig heeft ze een donutwinkel in de Rotterdamse metrohalte Beurs. Daar verkopen ze onder meer Feyenoorddonuts en op bestelling ook geboortedonuts, in het roze of blauw, met muisjes erop. De zaken gaan goed, zegt Hannie, al merkt ze wel dat er nu een hype is. In Rotterdam is er nog geen Dunkin’ aangekondigd. Een paar jaar geleden was ze er eens, in Berlijn. Ze heeft ze wel even geproefd, om te vergelijken. Natuurlijk vindt ze haar eigen donuts veel lekkerder.

Soms wordt Hannie herkend van haar tijd van het busje. Laatst noemde iemand haar jeugdsentiment. Ze was de eerste in Nederland, zegt ze. „Ik heb er nooit zo mee in the picture gestaan.”

David haalt nog elke week zijn zes donuts op. Van zijn vijftien uur in de kou heeft hij geen spijt. Als hij een favoriete donut moet kiezen: de stroopwafeldonut. „De meest innovatieve donut die ik ooit heb gegeten.”