Column

Sedoc werd ook kampioen

Voor ze met vakantie gaan, vertellen sommige Bekende Nederlanders ons in krantenrubriekjes welke boeken ze aan het strand of op safari gaan lezen. Meestal gaat het om klassieke boeken die ze in een erudiete bevlieging hebben aangeschaft, maar waar ze daarna met een grote boog omheen zijn blijven lopen. Schuld en boete, Oorlog en vrede, Moby Dick – dat werk.

Naderhand krijgen we nooit te horen of het nu wél gelukt is; ik verdenk ze ervan dat ze niet veel verder zijn gekomen dan de nieuwe Gijp of Esther Verhoef.

Deze zomer heb ik het er zelf niet veel beter vanaf gebracht, moet ik er berouwvol aan toevoegen. De belangrijkste oorzaak: ik bleef in Nederland en had daardoor meer tijd en gelegenheid om vooral op sportgebied allerlei opmerkelijke gebeurtenissen te volgen. De tragedie rond Nouri liet me niet los, Ajax speelde twee bloedstollende wedstrijden tegen OGC Nice en de Nederlandse vrouwen werden, zoals u misschien al weet, Europees voetbalkampioen.

Juist toen ik me daarna plichtsgetrouw op Onder de vulkaan van het drankorgel Malcolm Lowry wilde storten – een jaarlijks koppig terugkerend voornemen – barstten de wereldkampioenschappen atletiek los. Ik ben nooit zo’n atletiekfan geweest, maar raakte nu snel verslaafd aan de lange avonduitzendingen. Vermoedelijk is vooral Gregory Sedoc daarvoor verantwoordelijk.

Terwijl Dafne Schippers wereldkampioen 200 meter werd, groeide Sedoc uit tot wereldkampioen atletiekcommentaar op tv. Bevlogen, aanstekelijk, welsprekend, goed geïnformeerd – Sedoc, die zelf ook een uitstekende atleet is geweest, bleek alles in huis te hebben. In het dagelijks leven is hij politieagent in de Haagse Schilderswijk, een nuttige baan, maar wat mij betreft mag hij meer tv-programma’s presenteren. Hij was me al bij eerdere toernooien opgevallen; door de goede samenwerking met Dione de Graaff in de tv-studio kwam hij nu nog beter tot zijn recht.

Sedoc veinsde geen emoties, je zag hem méélijden met teleurgestelde atleten en méé genieten bij hun overwinningen. „Je wilt niet weten hoe trots ik ben”, zei hij ontroerd, nadat Schippers goud had gewonnen. De dramatische ondergang van Usain Bolt deed Sedoc zichtbaar pijn. Hij had ooit tegen hem in een estafette gelopen, „dat wil zeggen: ik heb zijn startnummer gezien”. Als Bolt had plaatsgenomen in de rolstoel die hem na afloop van zijn mislukte race werd aangeboden, zou Sedoc in snikken zijn uitgebarsten, vermoed ik.

„Zelfs voor de grootste kampioenen komt er ooit een eind aan”, hoorde ik een Britse tv-commentator na de onverwachte nederlaag van Mo Farah op de 5 km zeggen. Ware woorden. Een dag eerder zag ik op videobeelden Rafael Nadal in Montreal verliezen van een fantastisch spelende Denis Shapovalov, een 18-jarige Canadees. Shapovalov toonde veel durf, agressie en techniek, zelfs in de tiebreak van de beslissende derde set.

Ik heb in het tennis ooit de onstuitbare opkomst van de tieners Björn Borg en Boris Becker gezien en kreeg nu bij Shapovalov dezelfde gewaarwording: hier klopt een nieuwe generatie op de deur. In de volgende ronde verloor hij van de twee jaar oudere Duitser Alexander Zverev, ook al zo’n groot talent. Sportliefhebbers, onthoud deze namen – net als die van Gregory Sedoc.