NRC checkt: ‘Kwart kampeerders in Europa is Nederlands’

Dat schreef NRC bij een fotoserie over kamperen als nationale volkssport.

foto Robin Utrecht / ANP

De aanleiding

Dat Nederland in de zomermaanden massaal de tent tevoorschijn haalt, greep NRC onlangs aan voor een onlineserie met historische kampeerfoto’s. Ooit, schreef de krant, was kamperen een elitehobby, maar inmiddels is het de nationale volkssport. Daarbij stond: één op de vier kampeerders die je tegenkomt in Europa, is Nederlander. Verwezen werd bij dat getal naar de website van de ANWB.

De inmiddels weggehaalde zin op de ANWB-site

Waar is het op gebaseerd?

Degene die bij de ANWB meer kan vertellen, is even met vakantie. Kamperen inderdaad, vertelt verenigingshistoricus Hans Buiter een week later telefonisch. „Het was mijn eigen schatting, gemaakt in 2009.” Vier miljoen Nederlandse kampeerders zette hij af tegen zeventien miljoen in heel Europa, en ja: dat is dus ongeveer één op vier. De papieren bron waarop hij zich baseerde, herinnert hij zich niet meer. Buiter schrikt er wel een beetje van dat het op de site van de vereniging staat en daar blijkbaar een eigen leven is gaan leiden: eerder namen andere media, zoals het dagblad De Telegraaf, het ook al over. „Dat cijfer, dat moet van onze site af.” Maar benieuwd naar het Hollandse kampeerenthousiasme is hij des te meer. „Als ik tijd had zou ik daar graag nog eens een uitgebreide geschiedenis van schrijven.”

En, klopt het?

Eerst maar eens die vier miljoen Nederlandse kampeerders. Het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC) deed vorig jaar onderzoek naar het nationale kampeergedrag en berekende dat 3,5 miljoen Nederlanders in 2016 één of meer kampeervakanties ondernamen. Daarmee was de zogeheten kampeerparticipatie 22 procent: dat is het percentage Nederlanders dat vorig jaar ten minste één keer kampeerde. Met in totaal 5,2 miljoen kampeervakanties was er een lichte stijging van 2 procent ten opzichte van 2015.

Voor een Europese vergelijking nemen we contact op met Eurostat, het Europese statistiekbureau dat cijfers over toerisme van alle lidstaten verzamelt. Daar telt men inderdaad de nachten die zijn doorgebracht in de categorie „campsites, caravan or trailer park”. In 2015, volgens de meest recente beschikbare getallen, werden in heel Europa 345.144.570 nachten doorgebracht op een camping. Nederlanders brachten datzelfde jaar 15.352.598 nachten door op een camping in eigen land, en 31.944.574 kampeernachten in een ander Europees land. Daarmee sliepen Nederlanders in totaal 47.297.172 nachten op een camping. Dat komt erop neer dat ongeveer 1 op de 7 kampeernachten in Europa van Nederlanders is.

Is het dan misschien zo dat op bepaalde plekken in Europa een kwart van de kampeerders die je tegenkomt Nederlands is? In Frankrijk bijvoorbeeld, waar bepaalde campings in de zomermaanden wel een Nederlandse nederzetting lijken? Ook dat blijkt gemiddeld genomen niet zo. De meeste nachten op Franse campings wordt doorgebracht door Fransen zelf. Slechts 32 procent van de campinggasten kwam in 2016 uit het buitenland. De grootste groep van die buitenlandse kampeergasten bestaat weliswaar uit Nederlanders (36 procent), maar in totaal maakt dat toch maar 11,5 procent uit van de kampeernachten in Frankrijk.

Conclusie

Nederlanders houden van kamperen, dat staat vast. Maar 3,5 miljoen Nederlandse kampeerders, van wie een groot deel kampeert in eigen land, kunnen niet op tegen de grote massa Europese kampeerders. Vooral ook omdat Europabreed ongeveer 70 procent van het kamperen in eigen land gebeurt. Met één op de zeven kampeernachten in Europa doet Nederland het weliswaar heel behoorlijk. Maar een kwart van de kampeerders is het niet. We beoordelen de stelling als onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt.