Recensie

Opbrouck vertelt vol passie en vuur, Abbring voelt soms ongemak

Zomergasten
De Vlaamse acteur Wim Opbrouck is waarschijnlijk de minst bekende Zomergast. Dat compenseerde hij met zijn eloquente en gepassioneerde manier van vertellen.

Wim Opbrouck in Zomergasten (VPRO)

Er is een moment dat de caravan in een weids meer lijkt te drijven. De studiowaterbak versmelt met het achtergrondbeeld van golvend Hollands water. Dit prachtige shot weerspiegelt de esthetische lading van de afgelopen aflevering van Zomergasten, die een ode aan de kunst bleek.

Terwijl de acteur Wim Opbrouck ‘wereldberoemd in Vlaanderen’ is, zal hij voor de Nederlandse kijkers waarschijnlijk de minst bekende Zomergast van dit seizoen zijn.

Dat hij andersom het programma maar al te goed kent, blijkt al aan het begin van de uitzending. Zijn favoriete televisieavond begint met een hommage aan het programma zelf: een fragment uit het gesprek met Jan Wolkers (1991). Opbrouck houdt van dichters die vuur door weten te geven. Hij is dan ook blij verrast wanneer Abbring hem een krantenrecensie van die aflevering laat zien waarin de recensent zijn hoop uitspreekt dat er ooit uit deze aflevering zal worden geciteerd.

De geringe bekendheid in Nederland compenseert Opbrouck ruimschots met zijn eloquente en gepassioneerde manier van vertellen. Over zijn eigen werk is hij open en af en toe bescheiden. Maar het is vooral zijn liefde voor de kunst die deze uitzending draagt. En die kunst kan veelzijdig zijn. Hij houdt van ‘nutteloze bedevaarten’ waarvan men de afloop niet weet. Van de durf de gebaande paden te verlaten en dat er dan soms helemaal niets lijkt te gebeuren.

Deze liefde voor de kleine dingen komt terug in de fragmenten. Of het nou gaat om de collectieve rouw tijdens het afscheid van een voetballer in een stadion, de mooiste wandeling uit de geschiedenis van de fictiefilm, een wilde polka op een krakkemikkige piano of Francis Ford Coppola’s manier van aantekeningen maken.

Het gaat hem om de essentie van spelplezier, maar ook om het lef je kwetsbaar op te stellen, en de ontroering over wat daaruit kan ontstaan. Het zijn momenten waarop eigenlijk niet zo veel gebeurt en tegelijkertijd heel veel.

Janine Abbring kan ver meegaan in zijn passie. Vooral als het gaat over muziek lijkt de presentatrice hetzelfde te voelen. Net als in de eerdere afleveringen durft zij op sommige momenten persoonlijk te worden en eigen ervaringen te delen.

Zodra echter omstreden politieke of maatschappelijke onderwerpen ter sprake komen, moet zij naar woorden zoeken – „ik begin meteen te stotteren omdat het een heikel onderwerp is.” Op Opbroucks genuanceerde blik op pedofilie, naar aanleiding van een fragment over Ted van Lieshouts persoonlijke ervaringen hiermee, reageert zij ongemakkelijk. Ze is opgelucht wanneer hij seksuele contacten met kinderen expliciet verwerpt.

Naarmate de uitzending vordert durft Opbrouck meer strijdvaardigheid te tonen. Hij ziet zich als kunstenaar ‘in de oppositie gedrukt’ en heeft het gevoel dat hij voor het bestaansrecht van kunst, toneel, poëzie moet vechten. Juist in deze woelige tijden kan kunst een belangrijke maatschappelijke rol vervullen, stelt hij. Met een fragment uit Kubrick’s Paths of Glory (1957) benadrukt hij dat kunst ook een politieke, in dit geval pacifistische, functie kan hebben. Hij weet dat de werkelijkheid weerbarstiger is en men hem naïef zal noemen. Toch wil hij graag geloven in de utopie van een vreedzame, multiculturele samenleving. Dan maar een Gutmensch.

Welk fragment zou hij wensen als over twintig jaar iemand een stuk uit deze uitzending zou willen laten zien, vraagt Abbring ten slotte. „Ik zou willen dat ‘ie die hele Wim Opbrouck eruit knipt en de fragmenten laat zien, zoals dat laatste van Nina Simone. Dat ze gaan kijken naar de ziel van de kunstenaar,” is het bescheiden antwoord. Dat knippen zou zonde zijn. Het is juist de passie, bevlogenheid en ziel van deze kunstenaar die de aflevering zo de moeite waard maakt.