Arbeidsmigrant is onmisbaar – maar niet altijd welkom

Migratie

Het aantal arbeidsmigranten stijgt wereldwijd. Ondanks hun bijdrage aan groei komen er steeds meer regels.

Tadzjiekse seizoensarbeiders in Rusland. Foto Hollands Hoogte

In Koeweit lopen de bouw en de ICT vast zonder Indiërs en Egyptenaren. Rusland is een migrantenmagneet geworden. Zonder het dienstmeisje uit de Filippijnen of Indonesië wordt het een chaos in de huishoudens in Singapore. En als je in Zuid-Afrika je tuin mooi wilt houden, dan huur je een tuinman uit Malawi in.

Wereldwijd is het aantal arbeidsmigranten sterk gestegen in de afgelopen 25 jaar. Volgens het ‘International Migration Report’ van de Verenigde Naties waren er in 1990 152 miljoen internationale migranten. In 2015 was hun aantal met 60 procent gestegen, naar 244 miljoen. Van hen zijn er ongeveer 150 miljoen te beschouwen als arbeidsmigrant.

Bijna de helft van de arbeidsmigranten gaat naar Noord-Amerika en naar West-, Noord- en Zuid-Europa, becijferde de Internationale Arbeidsorganisatie ILO. Het is een bevestiging van al decennia bestaande patronen. Maar de stromen verschuiven wel.

Ongeveer 10 procent van de arbeidsmigranten werkt tegenwoordig in een van de Golfstaten. Spanje en Italië waren tussen 2000 en 2010 belangrijke bestemmingen voor arbeidsmigranten uit Oost-Europa, vooral uit Roemenië. En als je naar migratie in brede zin kijkt, dan wordt Azië steeds belangrijker. In 2015 vond de meeste migratie plaats binnen Azië: ongeveer 59 miljoen mensen vertrokken van het ene naar het andere Aziatische land.

Vrouwen vaker zelf arbeidsmigrant

Uit de rapporten van organisaties als de ILO, de VN en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) is er een aantal tendensen te destilleren. Vrouwen spelen een steeds grotere rol in de internationale arbeidsmigratie en zijn van ‘volgmigrant’ steeds vaker zelf arbeidsmigrant. Alleen de Golfstaten vormen hierop een uitzondering, daar vind je overwegend mannelijke arbeidsmigranten.

Azië is in 2015 Europa voorbijgestreefd als het continent met de meeste arbeidsmigratie. Het percentage arbeidsmigranten op het totale aantal werkenden is het hoogst in de Golfstaten: ruim 35 procent. Onder arbeidsmigranten is de arbeidsparticipatie hoger dan onder de lokale bevolking – en dat geldt zeker voor vrouwen. En dat de VS in de topvijf van immigratielanden bovenaan staan, zal weinig mensen verbazen. Maar een deel van de rest van het rijtje is minder vertrouwd: Duitsland, Rusland, Saoedi-Arabië en het Verenigd Koninkrijk.

NRC publiceert de komende dagen verhalen van arbeidsmigranten uit Koeweit, Singapore, Rusland en Zuid-Afrika. In de bezochte landen zorgt hun aanwezigheid voor economische groei. Het verklaart volgens migratieonderzoeker Jeroen Doomernik aan de Universiteit van Amsterdam waarom een land als Australië, dat wordt bekritiseerd wegens zijn strenge vluchtelingenbeleid, een ruimhartig beleid heeft als het gaat om arbeidsmigratie. En daarom staat een rijk land als Japan vrijwel alleen met zijn zeer restrictieve toelatingsbeleid voor arbeidsmigranten. Doomernik:

„Dat is ingegeven door de wens om de etnisch gedefinieerde identiteit niet in gevaar te brengen, en dat kopen de Japanners af door heel veel geld te geven aan de (VN-vluchtelingenorganisatie) UNHCR.”

Natuurlijke ademhaling

Hoe die arbeidsmigratie het beste in goede banen te leiden, daarin verschilt de aanpak per land. Doomernik is ervan overtuigd dat het beste beleid is: niets doen. „Dan reguleert het natuurlijke absorptievermogen van een land het proces.” Als voorbeeld geeft hij de strengere migratieregels die in de jaren negentig in de VS zijn ingevoerd. „In de jaren daarvoor kwamen mensen als seizoensarbeiders. Ze werkten een paar maanden en gingen weer terug. Dat heen en weer migreren is veel moeilijker geworden, en daardoor is het aantal illegalen dramatisch gegroeid. De natuurlijke ademhaling van de samenleving is verstoord. Ik ben voor spontane migratie.”

Doomerniks theorie wordt gesterkt door voorbeelden uit de geschiedenis. „Het VK, Rusland, het Ottomaanse Rijk; dat waren allemaal inclusieve samenlevingen. Daar werd niet gekeken naar cultuur of religie. Vanuit een andere invalshoek geldt hetzelfde in landen als de VS en Frankrijk, waar het republikeinse model van burgerschap bestaat. Voor migranten die daar kinderen krijgen, geldt het ius soli: het recht op een paspoort van het land waar je bent geboren. In een land als Japan is het ius sanguinis juist veel belangrijker: welk bloed stroomt er door je aderen.”

Uit de verzamelde verhalen zal de komende dagen ook blijken dat de verwachtingen ten aanzien van de integratie van arbeidsmigranten per land enorm uiteenlopen. „Voor Amerikanen en Canadezen betekent integreren dat je je eigen broek moet ophouden, dat je werk vindt en dan voor jezelf kunt zorgen”, zegt Doomernik. „In Nederland gaat we verder moeten mensen meedoen met de rest, en de taal kunnen spreken.” In streng gereguleerde landen als Koeweit en Singapore speelt die vraag helemaal niet. Arbeidsmigranten moeten hun werk doen en zich aan de wet houden, maar het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat ze daar blijven.