Al weken wachten op niets

Haagse journalistiek Er is zelden iets te melden over de formatie, toch staan de Haagse journalisten dagelijks op het Binnenhof. „Het is de angst om iets te missen.”

Journalisten posten op het Binnenhof. Op de voorgrond: hoofdbeveiliger Cor.

Wat Alexander Pechtold over de formatie kan zeggen? „Niet zoveel.” Sybrand Buma kan „helaas geen inhoudelijke mededelingen doen”. Of de gesprekken voorspoedig verlopen? Mark Rutte vindt het „een hele terechte vraag”. „Maar we hebben afgesproken dat we daar niks over zeggen.”

Er is een hoop gebeurd sinds 29 maart, de eerste dag van de onderhandelingen. GroenLinks werd vervangen door de ChristenUnie. Informateur Edith Schippers werd afgelost door Herman Tjeenk Willink, die het stokje op zijn beurt overdroeg aan Gerrit Zalm. De onderhandelaars verhuisden van de Stadhouderskamer op het Binnenhof naar het Johan de Witthuis aan de Kneuterdijk, en weer terug. Tussendoor werd er ook nog vergaderd in het Catshuis en in de woning van Tjeenk Willink.

Eén ding is in de 151 dagen die sinds het begin van de formatie zijn verstreken hetzelfde gebleven: als de politiek leiders van de onderhandelende partijen het Binnenhof oplopen, worden ze opgewacht door een groep journalisten. Cameramensen en fotografen cirkelen als een zwerm bijen om de politici heen. Radio- en tv-verslaggevers dringen zich met hun microfoons in de aanslag naar voren. In enkele tientallen seconden proberen ze de onderhandelaars antwoorden te ontfutselen. Negen van de tien keer tevergeefs.

De parlementair journalisten weten dat. Toch staan ze er dag in dag uit, soms vier keer op een dag. Wat bezielt deze verslaggevers, die keer op keer dezelfde obligate praatjes van de onderhandelaars moeten aanhoren?

Het is de angst om iets te missen, zeggen veel Binnenhofwatchers. Als er net die ene dag wél iets te melden valt, wil je dat niet uit de tweede hand hebben. Vooral voor radio- en tv-journalisten is dat essentieel. Het allesbepalende shot, de uitspraak die een bom legt onder de formatie: het gebeurt maar één keer, er is geen herkansing.

Maar meestal gebeurt er helemaal niets. De politiek leiders willen de onderhandelingen niet in gevaar brengen, en Kamerleden en fractiemedewerkers willen de onderhandelaars niet voor de voeten lopen. Dus houdt iedereen de kaken stijf op elkaar. „Radicale radiostilte”, noemt NRC-redacteur Mark Kranenburg het.

De Binnenhofwatchers staan er elke dag, want als er wél iets te melden valt, willen ze erbij zijn.

In een poging de stilte te doorbreken spreken veel parlementair verslaggevers bijna dagelijks af met ‘mensen om de formatie heen’ – partijprominenten die door hun partijleider op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen in de formatie. Áls er al iets naar buiten komt, is het meestal via hen. ‘Off the record’, aan de telefoon of bij een kop koffie. In ieder geval niet voor de deur van de Stadhouderskamer.

Wel iedere dag even langs de camera’s

Het posten op het Binnenhof hoort er nu eenmaal bij, zeggen veel journalisten. Frits Wester van RTL Nieuws noemt het folklore. Het stellen – en beantwoorden – van steeds dezelfde vragen mag dan vermoeiend zijn, de rituele dans tussen politici en journalisten dient wel degelijk een doel. Aan de basis staat een stilzwijgende afspraak tussen politici en journalisten. Beide kampen hebben er belang bij. De onderhandelaars kunnen ondanks de radicale radiostilte laten zien dat ze werk maken van de formatie.

Foto Peter de Krom

Ze lopen niet voor niets iedere dag in het zicht van de camera’s over het Binnenhof. Dat hóéven ze niet te doen, benadrukt Kranenburg. „Er zijn diverse andere uitgangen. Ze kunnen bovendien ook binnendoor lopen. Desondanks komen ze iedere dag trouw door dezelfde deur naar buiten. Zodat de mensen zien: we zijn bezig, er wordt gewerkt.” Het bureau ‘woordvoering kabinetsformatie’ stuurt dan ook iedere dag trouw de agenda van de informateur naar de Haagse redacties, zodat de verslaggevers weten wanneer de onderhandelaars op het plein zullen verschijnen.

Zo bezien is het Binnenhof tijdens de formatie een soort openluchttheater. Iedereen heeft zijn eigen rol. De hoofdrolspelers zijn de onderhandelaars, de verslaggevers zijn hun tegenspelers. Achter de schermen is er één man die alles in goeden banen moet leiden. Cor, de boomlange hoofdbeveiliger van Algemene Zaken, is een begrip op het Binnenhof. Hij houdt de journalisten op voldoende afstand en zorgt dat de politici relatief ongehinderd de deur van de Stadhouderskamer bereiken. Cor kent iedereen, en iedereen kent Cor. De grote vriendelijke reus, wordt hij wel genoemd.

De Binnenhofwatchers vormen een hecht clubje. Er heerst een ons-kent-ons-sfeertje; ze staan er iedere dag met nagenoeg dezelfde mensen. Het lange wachten zorgt voor een nogal melige stemming, zegt Marleen de Rooy van de NOS. Om de tijd te doden sluiten journalisten onderling weddenschappen af. Welke onderhandelaar komt als eerste naar buiten? Heeft Gert-Jan Segers wel of niet een das om? Ook leuk: een groep schoolkinderen vragen het Wilhelmus te zingen, „voor meneer Buma” – een geintje dat het aan het begin van de formatieonderhandelingen goed deed.

Journalisten praten tijdens de formatie vooral veel met elkaar.

Het schouwspel op het Binnenhof trekt veel bekijks. Toeristen informeren bij verslaggevers wat er gaande is. Een Canadees echtpaar verbaast zich hardop over de toegankelijkheid van de Nederlandse politici. Een Belgische bezoeker maakt een praatje met een fotograaf. „Ons record halen jullie nooit”, zegt hij lachend.

Analyseren op basis van speculatie

De humor dient ook een journalistiek doel. Omdat de onderhandelaars op serieuze, inhoudelijke vragen zelden reageren, vallen journalisten terug op een luchtige insteek. Er moet tenslotte toch íéts in het journaal – en als het even kan iets anders dan ‘daar doen we geen mededelingen over’. Dus krijgt informateur Zalm een vraag over de olifantjes op zijn stropdas, en wordt Mark Rutte na de lunch gevraagd of hij nog een eitje heeft gegeten. Populaire rubrieken als het Formatievlog van de NOS en de items van Jaïr Ferwerda bij Jinek zijn volledig gestoeld op deze humoristische toon.

Omdat er over het inhoudelijke proces nagenoeg niets noemenswaardigs naar buiten komt, voeren randzaken nogal eens de boventoon in de berichtgeving. Loopt een van de onderhandelaars sneller dan normaal? Snel uitzoeken wat daarachter zit. ‘Speculyse’, noemen zowel journalisten als politici dit: analyse op basis van speculatie. „Journalisten praten tijdens de formatie vooral veel met elkaar”, zegt Max van Weezel, politiek journalist van Vrij Nederland. „Verhalen gaan gauw een eigen leven leiden.” Zelfs de Chinees-Indische rijsttafel die op een avond naar de Stadhouderskamer werd gebracht, was nieuws.

Journalisten krijgen tijdens de formatie nooit het hele verhaal te horen. Na de formatie overigens ook niet, zegt Kranenburg: „Langs zuiver journalistieke lijnen zou je eigenlijk tot het einde van de formatie moeten wachten, en dan met alle betrokkenen spreken. Maar zelfs dan krijg je maar een versie van de werkelijkheid. Als de partijen onderling afspreken bepaalde dingen écht niet naar buiten te brengen, kom je daar nooit achter.”

De onderhandelingen zijn in alle opzichten hermetisch afgesloten. De ramen van de Stadhouderskamer zijn afgeplakt – een les die de politici hebben geleerd uit het verleden. Een opgeheven hand, een uitgestoken vinger: alles wat zichtbaar is, is stof voor speculyse en dus onwenselijk voor de onderhandelaars. Ook bij warm weer blijven de ramen gesloten. Als het niet meer uit te houden is, wijken de politici uit naar het Johan de Witthuis. Daar is een besloten achtertuin.

Niet alleen de verslaggevers maken gebruik van humor. Politici spelen het spel met verve mee. Ze delen onderling plaagstootjes uit. „De heer Rutte voert vandaag het woord”, roept Buma triomfantelijk als hij als eerste het pand verlaat. De premier zelf kan er ook wat van. „Ik heb nog wel wat nieuws voor u”, zegt Rutte nadat hij tientallen meters is achtervolgd door een horde verslaggevers. „Morgen wordt het nog mooier weer.”