Recensie

Zinderende opening van de Zeister Muziekdagen

Een beeldschoon Beethoven-programma van Quarteto Casals opende de Zeister Muziekdagen.

Foto Josep Molina

Voor veel musici is kamermuziek een zomeravontuur. Ze komen er gedurende het drukke seizoen nauwelijks aan toe, en tijdens festivals als Delft Chamber Music of Orlando in Kerkrade kunnen ze zich met collega’s een paar dagen in relatieve rust wijden aan kleinschalig repertoire.

Er zijn natuurlijk óók musici voor wie kamermuziek juist hun belangrijkste activiteit is. De Zeister Muziekdagen, die zaterdag van start gingen, richten zich op zulke ensembles, met een centrale rol voor het strijkkwartet. De artistieke leiding ligt voor het negende jaar bij Alexander Pavlovsky, primarius van het Jerusalem Quartet, en hij wist een aantal grote namen te strikken. Zoals het Cuarteto Casals uit Barcelona, dat zijn uitstekende openingsconcert geheel aan Beethoven wijdde.

De thuisbasis van de Zeister Muziekdagen is de kerkzaal van de Evangelische Broedergemeente, aan de oprijlaan van Slot Zeist. De witte zaal, met witte banken en een wit podium, zorgt voor een mooie, nogal plechtige entourage, waardoor de sfeer onder de Zeister kroonluchters verschilt van die bij andere festivals. Komende weken volgen nog avondconcerten van onder meer het befaamde Artemis Kwartet, Pavlovsky zelf en de pianobroers Jussen. Op andere locaties zijn er masterclasses en live filmmuziek en er wordt een muzikale stadswandeling door Zeist gegeven.

Het Cuarteto Casals speelde het allereerste én het allerlaatste kwartet dat Beethoven componeerde, aangevuld met een werk uit zijn ‘middenperiode’ (opus 59, nr. 2). Donderdag herhalen ze die vroeg-midden-laat-formule met drie andere kwartetten. Pavlovsky initieert hiermee een Zeister cyclus van alle Beethoven-kwartetten, die zullen worden uitgevoerd in de aanloop naar jubeljaar 2020, als het 250 jaar geleden is dat de componist in Bonn werd geboren.

Het Cuarteto Casals tijdens een uitvoering van een ander strijkkwartet van Beethoven.

Voor Casals was het vooral warmdraaien voor hun eigen Beethoven-cyclus: later deze maand spelen ze in Catalonië voor het eerst álle kwartetten. De uitvoeringen waren niet vrij van smetjes. Maar Casals is een geweldig kwartet, met een rijke, levendige klank, grote technische beheersing en – vooral – nagenoeg volmaakte eenheid van intentie, overigens zonder dat die telepathische magie de individuele stemmen inperkt.

Beethovens eerste strijkkwartet is een voldragen werk, maar rug aan rug met zijn laatste, opus 135, stak het toch bleekjes af. De sprong van een kwarteeuw kwam aan als een mokerslag, niet in de laatste plaats door de bevlogen uitvoering. Het Lento assai was beeldschoon en buitengewoon intens, losgezongen van de tijd. En het ‘Es muss sein!’ van de finale zinderde van dadendrang.