Opinie

Medisch-ethisch uitruilen doe je zo

Over principiële kwesties sluit je lastig compromissen. Govert den Hartogh legt uit hoe D66 en ChristenUnie tot een uitruil kunnen komen op vier medisch-ethische dossiers.

Foto ANP

Medisch-ethische kwesties vormen één van de voornaamste obstakels in de lopende kabinetsformatie. Alexander Pechtold (D66) opperde vorige week om deze problematiek te benaderen volgens de Rutte-Samsom-formule: door uitruil van standpunten, en niet door vage compromissen. Probleem is natuurlijk dat het over principiële zaken gaat. Daarin wil je niet medeverantwoordelijk zijn voor de invoering van praktijken die je fundamenteel verwerpelijk vindt. Dat is moreel niet te dragen.

Maar laten we eens kijken naar de kwesties zelf. Er is het voorstel van D66 om mensen die een doodswens hebben vanwege een ‘voltooid leven’ de mogelijkheid te geven van een ‘levenseindebegeleider’ dodelijke middelen te krijgen. In de pers standaard omschreven als euthanasie voor gezonde ouderen. Maar vrijwel alle doodswensen van ouderen blijken bij nadere analyse voort te komen uit ouderdomsaandoeningen, en dus onder de euthanasiewet te vallen. Het probleem is alleen dat die wet ook de eis stelt dat er sprake moet zijn van ondraaglijk lijden waaruit geen andere uitweg bestaat. Artsen zijn met dat oordeel begrijpelijk terughoudend. Maar als je om die reden het nieuwe beroep van professionele doodmaker introduceert, ondermijn je wel de bestaande wet. Zou het dan niet meer voor de hand liggen die te wijzigen? Om deze en vele andere redenen heeft de artsenorganisatie KNMG, toch niet bekend als een club van religieuze fanaten, de vloer met zulke plannen aangeveegd. Dit wetsvoorstel is nog onvoldragen.

Dan is er het voorstel van de Gezondheidsraad om toe te staan dat embryo’s gecreëerd worden voor wetenschappelijk onderzoek. Dat is essentieel voor pogingen om vreselijke erfelijke ziekten als Huntington uit te bannen. Natuurlijk kunnen we ook te zijner tijd gewoon meeliften met de resultaten die andere landen bereiken, zoals we bij ivf hebben gedaan, alleen is dat toch wel lichtelijk hypocriet. „Instrumenteel gebruik van menselijk leven” zegt de ChristenUnie over dit voorstel. Maar dat vindt nu ook al plaats. Bij een voorgenomen ivf-behandeling mogen al meer embryo’s worden gecreëerd dan men van plan is terug te plaatsen. Niet omdat daarmee enig belang van die embryo’s zelf gediend is, maar om de kans voor wensouders om een kind te krijgen te vergroten. Instrumenteel gebruik dus – in Duitsland om die reden verboden. De overblijvende embryo’s mogen nu ook al voor onderzoek worden gebruikt. Het enige verschil met het voorstel van de Gezondheidsraad is dat we nu alleen zeker weten dát we embryo’s om louter instrumentele redenen maken, maar van tevoren niet precies weten welke embryo’s dat zijn. Geen principieel verschil, lijkt me.

Van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde is er het voorstel om, in navolging van België, euthanasie mogelijk te maken bij kinderen onder de twaalf jaar, die geacht mogen worden een weloverwogen keus voor de dood te kunnen maken. In vijftien jaar tijd zijn er maar twee gevallen gemeld van euthanasie bij een kind tussen de twaalf en de zestien, dus de vraag om euthanasie bij kinderen onder de twaalf zal zich slechts hoogst zelden voordoen. En dan weet een arts met een beetje lef en goed juridisch advies nu al dat hij weinig risico loopt: hij heeft de juridische mogelijkheid van een beroep op overmacht, zal hoogstwaarschijnlijk niet vervolgd worden, en bij vervolging vrijwel zeker vrijgesproken.

Orgaandonatie

Ten slotte is er nog een plan van D66 voor orgaandonatie. In het voorgestelde systeem krijg je eerst het dringende verzoek om zelf een expliciete keuze te maken om te doneren, donatie te weigeren of de beslissing aan je familie over te laten. Als je niets van je laat horen krijg je de mededeling dat je als donor wordt geregistreerd, maar dat kunt veranderen door in te loggen met DigiD en een vinkje te verplaatsen. De ChristenUnie erkent een belangrijk argument voor dit stelsel: solidariteit met de lijdende medemens. Ze vinden op het ogenblik een tegenargument belangrijker: de mogelijkheid van aantasting van de integriteit van het lichaam. Het dode lichaam welteverstaan, niet het levende, toch wel een belangrijk verschil.

Maar ook nu bestaat de mogelijkheid van zo’n aantasting al: jouw uitdrukkelijke instemming is immers ook nu niet vereist voor donatie. Als je niets hebt beslist, beslist nu je familie en die kan een keuze maken waar jij het absoluut niet mee eens zou zijn geweest. In de meeste gevallen omdat ze jouw voorkeuren niet kennen, maar eventueel ook omdat ze zich daar niets van aantrekken. In elk geval is de afweging tussen de principiële argumenten pro en contra voor de ChristenUnie geen uitgemaakte zaak, want bij een eerdere gelegenheid (2005) hebben ze het argument van de naastenliefde zwaarder laten wegen en voor het nu opnieuw voorgestelde systeem gestemd.

Hoe kunnen de formerende partijen deze kwesties uitruilen? De uitweg uit de impasse lijkt me dat D66 met betrekking tot doodswensen van ouderen eerst eens vlijtig haar huiswerk gaat doen, alvorens met krakkemikkige wetsvoorstellen te komen waarbij het niet eens duidelijk is wat het op te lossen probleem is. Van het plan om euthanasie wettelijk mogelijk te maken bij kinderen onder de twaalf ziet de partij af, omdat het probleem nauwelijks voorkomt en er nu ook al wettelijke mogelijkheden zijn om het op te lossen.

De ChristenUnie accepteert op haar beurt de voorgestelde wijziging van het stelsel van orgaanverwerving, omdat het ook voor haar een kwestie van afwegen van voor- en tegenargumenten is. Zo de partij überhaupt al niet tot het inzicht komt dat het tegenargument simpelweg niet deugt. Ook accepteert ze dat embryo’s voor onderzoeksdoeleinden gecreëerd kunnen worden, omdat dit voor hen met de huidige wetgeving al een gepasseerd station is.

Inderdaad, geen vage compromissen dus maar een uitruil. Maar dan één waarbij niemand zich moreel overvraagd hoeft te voelen.