Laatste circus in vrijhaven ADM

Haventerrein

Voor het ADM-terrein in Amsterdam is een huurder gevonden. De kunstenaars die de plek twintig jaar terug kraakten, moeten weg.

Zo’n 125 mensen bewonen het ADM-terrein in Amsterdam. Foto's Joris van Gennip

Het is zondagochtend, en het gekraakte ADM-terrein in het Amsterdamse Westelijk Havengebied is vol bedrijvigheid. Mensen lopen af en aan met kruiwagens en gereedschap. Op het open veld voor de loods timmeren twee jongens een houten podium in elkaar, in de gezamenlijke keuken worden ontbijtjes klaargemaakt. Twee meisjes lopen voorbij met een bordje avocado en toast.

Op het terrein van de voormalige Amsterdamse Droogdok Maatschappij (ADM) is de opbouw van het Jetlag-circusfestival in volle gang. Jente Eenkhoorn, gekleed in vrolijke zebrabroek en met zeemanspet op, leidt rond langs houten stellages, metalen kunstwerken en de op z’n kop gekeerde, tot disco omgebouwde viskotter Papillon. Ooit werd vanaf dit schip het terrein gekraakt. „We verwachten zo’n 750 mensen”, vertelt Eenkhoorn. „Tenminste, voor zo veel mensen hebben we een vergunning gekregen, dus laten we hopen dat het er niet meer worden.”

Het driedaagse, internationale festival, dat volgende week op het ADM-terrein zijn tweede editie beleeft, is misschien wel het laatste grote evenement dat de krakers organiseren. Na jaren juridisch touwtrekken besloot de rechtbank van Amsterdam onlangs tot ontruiming van de kunstenaarskolonie. Terreineigenaar Chidda heeft namelijk een huurder gevonden. Een half jaar hebben de 125 vaste bewoners gekregen om hun spullen te pakken. Volgend jaar februari moeten ze weg zijn.

Daarmee lijkt na twintig jaar een einde te komen aan deze vrijhaven aan het Noordzeekanaal. De Wet kraken en leegstand heeft optreden tegen kraken, een roemruchte Nederlandse traditie, sinds 2010 een stuk makkelijker gemaakt. Sindsdien zijn honderden panden ontruimd, plekken waar krakers, kunstenaars, stadsvernieuwers en een enkele toerist of zwerver hun intrek namen.

Bewoners van het ADM-terrein: Jet op haar trekker met woonwagen, op de bank (van links naar rechts) Padmina, Berk en Jente.
Zo’n 125 mensen bewonen het ADM-terrein. Links op de foto ligt, op z’n kop, de Papillon, het schip dat in 1997 krakers aanvoerde die de basis legden voor de huidige kunstenaarskolonie.

Foto’s Joris van Gennip

Kraakscene

De kraakactie in 1997 was een spannende onderneming, vertelt Hay Schoolmeesters in zijn zelfgebouwde woning in de loods op het terrein. „We waren met zo’n honderd man, een aantal kwam per vissersboot, de Papillon.” Van binnenuit maakten ze de hekken open, met een paar meubels was het daarna snel voor elkaar. „Een plan hadden we eigenlijk niet”, vertelt de in het zwart geklede vijftiger, terwijl hij appeltaart en koffie serveert. In de keuken achter hem snoept een muis van een bakje kattenvoer.

Na de actie organiseerden ze een benefiet om het terrein op te knappen. De in die tijd in de kraakscene beroemde punkband The Ex kwam optreden en in plaats van entree namen bezoekers meubels, waterleidingen en andere bouwmaterialen mee. In twee decennia groeide ADM uit tot een levendig dorp van kunstenaars, creatieven en vrijdenkers, die de scheepswerf omdoopten tot Amsterdamse Doe-Het-Zelf Maatschappij.

Vanaf het eerste begin vonden de krakers het ‘grootkapitaal’ tegenover zich, in de persoon van de Amsterdamse vastgoedmagnaat Bertus Lüske, die in 2003 werd geliquideerd. Lüske kocht het terrein in 1997 met zijn vastgoedbedrijf Chidda BV voor 27 miljoen gulden, omgerekend zo’n 13 miljoen euro. Hoe de verkoop precies tot stand kwam, is onduidelijk. Volgens de krakers zou het gemeentelijk havenbedrijf aan ADM, zonder medeweten van de gemeente, toestemming hebben gegeven voor de verkoop aan Chidda. Ze hebben heel wat te stellen gehad met Luske, wiens bijnaam ‘Bulldozer Bertus’ luidde, een naam die hij verwierf nadat hij de krakers in 1998 met een knokploeg en bulldozer te lijf was gegaan.

Bijna honderd jaar lang knapte ADM schepen op in de Amsterdamse havens tot het bedrijf, zoals meer scheepswerven, eind jaren zeventig het gevecht tegen opkomende Aziatische werven verloor en failliet ging.

De gemeente probeerde ADM nog overeind te houden door het terrein voor slechts 1,5 miljoen gulden over te dragen. Een cruciaal bedrag, zo meent Hay Schoolmeesters. „Dat was een kapitaalinjectie, of noem het een verkapte subsidie. Anderhalf miljoen gulden is nu ongeveer 20 miljoen euro.” Omdat de gemeente indertijd de grond zo goedkoop van de hand deed, zette ze een aantal beperkingen in het contract, een zogeheten ‘kettingbeding’. Dat beding werd voor de krakers na 1997 een belangrijk wapen in hun juridische strijd tegen Chidda.

Foto Joris van Gennip

Schoolmeesters: „Bij een failliet kon het terrein niet zomaar doorverkocht worden. De anderhalf miljoen moest terug naar de gemeente. Ook werd bepaald dat het terrein voor niets anders dan scheepsbouw mocht worden gebruikt.”

En daar zit de crux. Want eigenaar Chidda heeft met Koole Maritiem weliswaar een scheepsbedrijf gevonden, de krakers betwijfelen dat Koole het terrein conform de voorwaarden zal exploiteren. „Kijk maar op hun website, Koole doet niet aan scheepsbouw, maar aan sloop en asbestsanering”, snuift Schoolmeesters. Nu zou Chidda eindelijk het doel bereiken waar het volgens de krakers al twintig jaar op uit is. „Als de gemeente Chidda’s plan laat doorgaan, worden de voorwaarden opgerekt. Dan wordt de grond meer waard, en maakt Chidda van 20 miljoen zo 120 miljoen. Dat verdienen ze dan dankzij gemeenschapsgeld waar Amsterdam voor heeft gespaard. Dat kan toch niet!” Schoolmeesters heeft het verhaal al vele malen verteld, maar windt zich nog steeds op.

Kostbare grond

Sinds het kraakverbod van 2010 is er flink gesnoeid in de Amsterdamse kraakscene. Vorig jaar moesten krakers panden als Villa Friekens, de Valreep en de Slangenpanden in de Spuistraat ontruimen. Nu is ADM aan de beurt. Toch voert Amsterdam een terughoudend beleid; er mag niet worden ontruimd als dat leidt tot leegstand. Ook bij ADM wordt volgens de gemeente zorgvuldig gekeken of de invulling die de nieuwe huurder aan het terrein wil geven met de voorwaarden strookt.

„De kwestie rond ADM is, na jaren op zijn beloop te zijn gelaten, in een stroomversnelling geraakt”, zegt Sebastiaan Meijer, woordvoerder van verantwoordelijk wethouder en locoburgemeester Kajsa Ollongren (D66). Volgens Meijer kan de gemeente niet anders dan de beslissing van de rechter uitvoeren en het bestemmingsplan handhaven. „De gemeente is duidelijk, er moet toegewerkt worden naar een situatie waar niet gewoond wordt. De juridische middelen voor de betrokken partijen raken op.” Volgens hem wordt „met respect voor de bewoners die er allang zitten” gezocht naar een oplossing, maar is het een zaak tussen krakers en eigenaar.

Schoolmeesters vindt het onverstandig dat de gemeente kostbare grond zo gemakkelijk uit handen geeft. „Natuurlijk blijven wij hier liever zitten, maar we weten ook dat deze situatie zal veranderen.” Zijn belangrijkste boodschap is dat de gemeente, door vastgoedbedrijven als Chidda hun gang te laten gaan, de regie dreigt te verliezen over de ontwikkeling van de Amsterdamse haven. Kostbare grond die de stad Amsterdam over een paar jaar dringend nodig gaat hebben, meent hij. „De gemeente heeft het laatste woord, zij kan het slotakkoord bepalen. Maar het is allemaal politiek, dat is het altijd.”

Intussen gaan de krakers doodgemoedereerd door met de organisatie van feesten en festivals. In het trappenhuis zijn twee vrolijke meisjes met papier-maché en kippengaas in de weer. Een verdieping hoger beziet de blonde Berk – glimmende legging, tand in zijn oor – het terrein. „De mensen hier hebben het idee omarmd dat ze ontruimd kunnen worden, maar toch blijven ze. Niemand stopt met bouwen, dat is de mentaliteit.”

AMSTERDAM | 13/8/17 | Sfeerbeelden en portretten van het ADM terrein en enkele bewoners. Foto: Joris van Gennip
AMSTERDAM | 13/8/17 | Sfeerbeelden en portretten van het ADM terrein en enkele bewoners. Hay Schoolmeesters in zijn woning. Foto: Joris van Gennip
AMSTERDAM | 13/8/17 | Sfeerbeelden en portretten van het ADM terrein en enkele bewoners. Portret van Durk. Foto: Joris van Gennip