Opinie

Het Nederlandse cabaret is alleen nog maar comedy

Nederlands cabaret schuurt niet meer, maar is alleen nog verbale slapstick of kolder in het kwadraat, schrijft Ruud Gortzak.

De Kleine Komedie in Amsterdam. Foto Koen Suyk/ANP

Er komen andere tijden voor het Nederlandse cabaret aan. Dat gelooft Vivienne Ypma, directeur van de Nederlandse cabarettempel De Kleine Komedie in Amsterdam. Onder deze noemer presenteert het theater in september namelijk drie avonden een programma, waarin theatermakers nagaan hoe het zit met de houdbaarheid van geëngageerd entertainment. Het belooft, zo staat te lezen, een knetterende, van idealen zinderende avond te worden voor een publiek dat bereid is mee te denken over wat er gaande is en dat daarna weer eens ouderwets strijdbaar de zaal verlaat om de wereld te gaan veranderen.

Mooie woorden. Noodzakelijk ook. Het Nederlandse cabaret is immers langzaam maar zeker comedy geworden. De huidige generatie cabaretiers staat, zo te zien, voornamelijk op het perron te dringen voor een plaatsje in de comedy train. Verbale slapstick worden hun programma’s genoemd of kolder in het kwadraat. Je kunt, schrijven recensenten, lachen tot je scheel ziet. Zij prijzen de absurd hoge grapdichtheid en de bevrijdende schaterlach die de cabaretprogramma’s kenmerken.

Over voorstellingen die schuren als zand in je badpak of die niet geschikt zijn voor lange tenen, lees je nergens iets. Ze zijn er, op een enkele uitzondering na, dan ook niet meer. Cabaret, werd in een niet zo ver verleden wel gezegd, heeft tot taak alles te signaleren wat er in een samenleving aan de gang is. Het zou ons wakker moeten schudden en bewust moeten maken van het land waarin wij leven. Dat gebeurt niet meer. Het is, zei Freek de Jonge onlangs in een interview, oppervlakkig geworden. Ongelijk heeft hij niet.

Ooit moest de toeschouwer van cabaretprogramma’s dagbladen en opinieweekbladen lezen en op de hoogte zijn van het wereldgebeuren als hij of zij een voorstelling wilde volgen. Nu is cabaret zelden nog actueel. Het is voldoende om leuke praatjes te houden over verstoorde familieverhoudingen en andere particuliere beslommeringen. Er is, om met een theaterredacteur te spreken, in de theaters een totaal gebrek aan politiek bewustzijn. Het is dan ook bijzonder opvallend als een cabaretier tegenwoordig „een ouderwetse voorvechter van de publieke zaak, mensenrechten en internationale solidariteit” wordt genoemd. Het prikkelende cabaret is uit de theaters verdwenen.

Jaren geleden verscheen er een boek over het Nederlandse cabaret met de aansprekende titel: Het wordt tijd om te bepalen waar het allemaal op staat. Het bleef bij wensdenken. Maar nu komen er dus „andere tijden”. Je wenst het de cabaretliefhebber toe. Maar of het zo is? Lees er de programmaboekjes van de schouwburgen in het land eens op na. Ga kijken en luisteren. Lees ook het jaarprogramma van De Kleine Komedie. Directeur Vivienne Ypma schrijft in het voorwoord dat cabaretiers „ons meenemen in hun weerstand tegen wat er gaande is.” Ze biedt graag een podium „aan dat engagement, aan het vrije woord en aan de kunstenaars die reflecteren op veranderende tijden.” Ze heeft er, ondanks haar ongetwijfeld intensieve zoektocht, volgens mij maar weinig kunnen vinden. En dat is meer dan jammer.