Tijden in de krant: je bent erbij terwijl het gisteren gebeurt!

In welke tijd leeft de krant? En dan bedoel ik niet ‘in welke tijden’, in de zin van o tempora o mores, de Ondergang van het Avondland, of de Eindtijd. Maar gewoon, in de onvoltooid verleden tijd, of de tegenwoordige tijd?

Een recent stuk over advocaat Bart V., opgepakt op verdenking van handel in vuurwapens en drugs, begon met de beschrijving, in de verleden tijd, van een cabaretavondje voor Brabantse juristen. Er „werd” een sketch opgevoerd, die naar hem verwees. Maar in de derde alinea schakelde de journalist plotseling in een hogere versnelling: „Dinsdagavond doorzoeken rechercheurs het bedrijfspand van de 43-jarige advocaat.” En jawel: „Een arrestatieteam pakt Bart V. op.”

Terwijl u dit leest, beste lezer!

Dat stond op een donderdag in de krant (het stáát nog op nrc.nl), maar, vroeg een lezer uit Gorinchem zich af: was dat doorzoeken toen dus al twee dagen eerder gebeurd, of moest het komende dinsdag nog gebeuren? Dat was uit de tekst niet duidelijk. Tikje sarcastische fantasie van de lezer over deze ‘eeuwig tegenwoordige tijd’: „verloopt” de formatie van 1988 volgens NRC zeker ook nog altijd moeizaam, en „bombarderen” de Duitsers nog steeds Rotterdam? Interessant taalgebruik voor literatuur, maar „nogal vermoeiend voor een krant”, vond hij. De rest van het stuk schakelde het artikel snel terug in de onvoltooid verleden tijd (o.v.t.).

Reden voor de sprong, zegt de auteur desgevraagd: nou ja, de tegenwoordige tijd geeft meer urgentie en onmiddellijkheid aan een handeling, en betrekt de lezer er meer bij. Kwestie van spanning verhogen, dus. Achteraf gezien een beetje ongelukkig, vindt hij ook, want zoiets kan wel nuttig zijn in een reportage, met lange beschrijvingen van een handeling of toestand, maar dit was een feitelijk nieuwsverhaal, met één alinea die in een andere tijdsvorm was gesteld. Dan werkt het inderdaad verwarrend, hoewel geen lezer echt zal hebben gedacht dat die inval nog moest gebeuren.

Niettemin, is er gaandeweg iets veranderd aan de tijden in de krant? Media willen immers steeds urgenter zijn, als leeuwen door hoepels over het nieuws van gisteren springen en vooral naar de dag van morgen kijken.

In journalistiek proza wordt van oudsher de onvoltooid tegenwoordige tijd gebruikt in koppen boven artikelen (Trump botst met China over N-Korea; NVWA schept verwarring over ei, et cetera). Ook al was die botsing gisteren en werd ook de verwarring al een dag eerder gezaaid. Het geeft urgentie en maakt duidelijk dat de handeling nog niet is afgerond, dus dat de botsing en de verwarring nu, terwijl u erover leest, nog voortduren. Amerikaanse kranten zijn daar vrij consequent in, zodat in de kop van een overlijdensbericht dies staat, al is de betrokkene toch echt gisteren volledig overleden.

In reportages, waarin de journalist ter plaatse verslag doet van een gebeurtenis of toestand, wordt ook de o.t.t. gebruikt, als narratieve techniek. Al is duidelijk dat het artikel gisteren, of al dagen eerder, is geschreven. Ook in Duitse kranten, waar de directe reportage wat minder omnipresent is, wordt die tijd dan gehanteerd.

Anders is het in berichten of andere meer zakelijke artikelen waarin een actie zich niet voor de ogen van de lezer ontrolt, maar feitelijk en bondig wordt weergegeven of gereconstrueerd. Dan is eerder de o.v.t. heer en meester en „zegt” iemand iets niet, maar „zei” hij het. Liefst met tijdsaanduiding erbij natuurlijk, en met de bron waarin betrokkene de bewering deed.

In die tijdzones is wel iets aan het verschuiven, stelt een ervaren eindredacteur vast. In berichten heeft de o.v.t. gaandeweg de overhand gekregen boven de, toch ook mooie, voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.). Hij leerde nog te schrijven, zegt hij (en ik kan het beamen) dat een kabinet gisteren nieuwe plannen „heeft bekendgemaakt” en niet „maakte”. Maar het laatste is nu veel vaker aan te treffen – ongetwijfeld onder invloed van Engelstalige media, waar de onvoltooid verleden tijd standaard is voor handelingen uit het recente verleden en de voltooid tegenwoordige tijd wordt gebruikt voor afgeronde handelingen van langer geleden, zonder nadere tijdsbepaling zoals ‘gisteren’.

De eindredacteur ziet dat onderscheid tussen v.t.t. en o.v.t. in de artikelen vervagen, zegt hij. Met andere woorden, het verhalende taalgebruik waar de onvoltooid verleden tijd zich beter bij voelt dan de voltooid tegenwoordige, begint de overhand te krijgen. Geen wonder, want alles is tegenwoordig tenslotte een verhaal en iedereen maakt van alles mee.

Complicerende factor is wel, dat de woorden ‘gisteren’ en ‘morgen’ al bijna twee jaar zo goed als verdwenen zijn uit NRC-kopij, net als sommige persbureaus ze mijden (omdat die niet weten in welke editie van een krant hun kopij terecht zal komen). Voor NRC is de reden dat artikelen steeds meer los via sociale media worden verspreid en op wisselende tijden gelezen, in plaats van gebundeld in een krant. Dat betekent dat contextgevoelige tijdsaanduidingen verwarrend kunnen zijn. Ze zijn daarom inmiddels vrijwel vervangen door namen van weekdagen.

Vandaar ook dat die verdachte advocaat uit Brabant niet ‘eergisteren’ was opgepakt, maar ‘dinsdag’. Alternatief was geweest: ‘afgelopen dinsdag’. Op die dag, toen eergisteren dus, was er ook niks meer te ‘doorzoeken’ geweest en was het pand al ‘doorzocht’. Goed, nu maar afwachten wat het onderzoek morgen oplevert – pardon, ooit.