Commentaar

Oproep ‘neem vluchtelingen op’ is welkome correctie

Volgens oud-premier Lubbers (CDA), deze week in een opiniestuk met hoogleraar Paul van Seters in NRC, kunnen vluchtelingen „van grote waarde” zijn voor een vergrijzend Nederland. Mits we zorgen voor inburgering en de nieuwe groep ook aan werk kan komen.

Dat is een welkom geluid in het vluchtelingendebat dat geheel in het teken lijkt te staan van tegenhouden en terugdringen. En waar vluchtelingen met arbeidsmigranten als ongewenste gelukzoekers op één hoop dreigen te worden gegooid.

Dat minister van Staat en oud-ondernemer Lubbers een economisch perspectief kiest en migratie pragmatisch, als in beginsel positief arbeidsmarktfenomeen benadert, is op het verhitte, vaak xenofobe debat over ‘buitenlanders’ dan ook een welkome correctie. Ook binnen het CDA lijkt men het ontwend om anders dan in paniekerige termen over migratie en vluchtelingen te spreken, ongetwijfeld onder druk van radicaal rechts in de Kamer.

Lubbers pleidooi vóór vluchtelingen is bovendien een appel op het geweten van zijn partij om zich te ontfermen over erkende vluchtelingen en aldus aan onze internationale verplichtingen te voldoen. En tegelijk ook om vluchtelingen niet langer te laten verkommeren in kampen in Griekenland of Turkije. Of in andere randgebieden van de Europese Unie, waar een nieuw kabinet op voorhand bereid lijkt om ‘deals’ mee te sluiten als er nieuwe stromen op gang komen.

Feitelijk schaart Lubbers zich achter de mislukte inbreng van GroenLinks aan de formatietafel, zoals eerder gereconstrueerd door NRC. Dat de oud-premier het getal van 25.000 gewenste vluchtelingen per jaar noemt, is een provocatie van VVD en CDA. Vooral voor het CDA is deze interventie niet zonder betekenis. Zoals Hirsch Ballin in 2010 aan de vooravond van de gedoogconstructie met de PVV in Rutte I het CDA opriep „doe dit het land niet aan”, spreekt nu Lubbers zich uit. „Neem duizenden vluchtelingen op.”

Overigens profiteert Nederland in het algemeen van arbeidsmigratie – en lijkt ons land in de toekomst ook niet zonder te kunnen. Bij een aantrekkende economie ontstaan al heel snel vacatures, die niet zonder migranten opgelost kunnen worden. Maar of die arbeidskrachten ook uit de groep van vluchtelingen geworven kunnen worden, moet worden betwijfeld. Aan Lubbers’ clausule – geïntegreerd en arbeidsmarktgeschikt – wordt op dit moment bepaald nog niet voldaan. Nederland heeft juist de grootste moeite om tijdig voor taalcursussen te zorgen en huisvesting. Verder ziet Lubbers over het hoofd dat arbeidsmigratie vooral wordt gestuurd door vraag en dus door selectie. Vluchtelingen vormen per definitie een ongedifferentieerd aanbod. En als de vluchtelingen qua cultuur, herkomst en opleidingsniveau lijken op de niet-Westerse migranten die al aanwezig zijn dan komen zij vooralsnog aan de onderkant van de samenleving terecht.

Arbeidsmigratie wordt bovendien nergens beoordeeld als een oplossing voor vergrijzing. Daartegen helpt op de langere termijn alleen meer kinderen. En op de korte termijn langer doorwerken. De ‘grote waarde’ voor Nederland waar Lubbers op doelt slaat dus eerder op arbeidsmigranten dan op vluchtelingen, die hier in beginsel tijdelijk zijn. Ze zijn bovendien sociaal-cultureel ontworteld, mogelijk getraumatiseerd en op zoek naar een bestaansminimum. Daar hebben ze recht op – maar van hun economische waarde voor de Nederlandse samenleving mogen geen hoge verwachtingen worden gekoesterd.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.