Column

Evolutie als excuus

De evolutie van de mens wordt te pas en te onpas uit de kast getrokken om allerlei gedrag goed te praten. Als mannen vrouwen online of in het echt seksueel intimideren bijvoorbeeld.

Of als ze de zorg voor kinderen aan de vrouw overlaten. Zodra er dan iets anti-evolutionairs gebeurt - als de zogenaamd egoïstische genen van homoseksuelen of ambitieuze kinderloze carrièrevrouwen zich even niet volgens evolutionaire theorie gedragen - wordt hij ook net zo makkelijk weer in de kast gepropt.

In werkelijkheid is de menselijke evolutie in onze tijd hartstikke in de war. Onze cultuur is zo’n sterke invloed dat het moeilijk is om gedrag evolutionair te verklaren, laat staan te voorspellen. Wie gaat er nou erfelijke factoren aanpassen aan een omgeving die elke tien jaar ingrijpend en onvoorspelbaar verandert?

Afgelopen maand verscheen een driedelige serie van het prestigieuze geneeskundetijdschrift The Lancet over de zogenaamde evolutiegeneeskunde en de ‘levensgeschiedenis-theorie’. In het kort betekent het dat elk organisme maar een beperkte hoeveelheid energie tot zijn beschikking heeft en moet kiezen waaraan hij die besteedt: groeien, voortplanting, onderhoud, verdediging. Wij zijn van nature flexibel en kunnen onze energie herverdelen als dat nodig is. Het voorbeeld dat wordt gegeven is dat van het Ethiopische dorp waar een waterput werd geïnstalleerd. De vrouwen hoefden minder energie te besteden aan het halen van water en dus ging hun vruchtbaarheid omhoog. Het gevolg was: meer kinderen te voeden en netto geen gezondheidswinst.

Evolutionair denken over geneeskunde levert boeiend leesvoer op, maar de beperkingen worden ook direct duidelijk. Evolutie verheldert vooral waarom we ziek worden, maar er komen maar weinig oplossingen uit voort. Onze lichamen worden maar zelden uit zichzelf ziek. Het is onze cultuur van schermpjes, snoepjes, sigaretjes, roltrappen en antibiotica die ziekmakend is, en die cultuur hebben we nota bene zelf gecreëerd. Als we iets terug kunnen brengen van de omgeving van onze voorouders, bijvoorbeeld viezigheid om ons immuunsysteem te prikkelen en te oefenen, om zo auto-immuunziekte terug te dringen, zou dat prachtig zijn. Het klinkt veelbelovend, maar de evolutiegeneeskunde is nog vooral speculatiegeneeskunde.

Een andere beperking is dat de evolutietheorie weinig te bieden heeft voor minder ‘fitte’ mensen, ouderen bijvoorbeeld. Aangezien evolutie vooral op nageslacht gericht is, zijn onze levens evolutionair gezien eigenlijk voltooid zodra het nestje leeg is en het kroost gevlogen. Ouderen vormen voorplantingstechnisch gezien vooral een blok aan het been. Evolutionair gezien heeft gezond oud worden geen enkele zin, misschien zijn we er daarom zo slecht in.

Op het online magazine Foodlog greep hoogleraar pathofysiologie Frits Muskiet de Lancet-serie aan om nog maar eens te pleiten voor een meer systematische benadering in de geneeskunde. Eetpatronen in plaats van voedingsstoffen. Het lichaam als systeem, in plaats van als verzamelhok van eiwitten, hormonen, weefsels en organen. Holisme in plaats van reductionisme. Klinkt aantrekkelijk. En in tegenstelling tot de Lancet-serie biedt de evolutiegeneeskunde voor Muskiet wel directe oplossingen. Hij was mede-auteur van een onderzoek naar het ‘Paleolithische’ dieet. (Dat ‘Paleolithisch’ is gewoon het paleodieet, maar dan met een iets deftiger en wetenschappelijker naam). Wat houdt het in? Je eet onder andere geen suiker, geen brood en geen kaas, weinig zout, en dan verbetert je gezondheid aanmerkelijk, zelfs als je het vergelijkt met een “gewoon” dieet. Je buik wordt minder dik, het vetgehalte in je bloed vermindert en je bloeddruk ook. Drie andere studies die het paleodieet adviseerden lieten vergelijkbare resultaten zien.

Is het paleodieet ook een voorbeeld van ‘evolutionair ingrijpen’ en weer terugbrengen van onze oude vertrouwde oeromgeving? Vast. Maar de afgelopen twintig jaar heeft elk dieet dat het voor elkaar krijgt om Nederlanders te bewegen minder van hun standaardvoer te eten (brood en kaas) positieve effecten op de gezondheid. Dat kun je op twee manieren opschrijven. Je kunt zeggen: we eten te veel en te ongezond en dat maakt ons dik en ziek. Óf je kunt beweren: dit is ons evolutionaire oervoedsel. Het maakt weinig verschil. Of je onze obesitasepidemie nu holistisch of reductionistisch benadert en behandelt, zo’n dieet werkt als een trein.

Van alle wetenschap wordt de evolutietheorie misschien wel het meest uit zijn verband getrokken. Ik krijg sterk de indruk dat dat bij het Paleo, pardon, Paleolithisch eetpatroon ook het geval is. Ik heb er echter geen enkel probleem mee. Als je als arts of diëtist een verhaaltje nodig hebt om je patiënten te motiveren zo’n eetpatroon te volgen en gezondheidswinst te boeken, waarom niet? Als ik veel te dik zou zijn, zou ik er ook graag in willen geloven.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.