De Engelsen kunnen het nu eenmaal betalen

Premier League

De rijkste voetbalcompetitie van Europa, de Premier League, is weer begonnen. Ook kleine clubs uit de regio geven deze zomer tientallen miljoenen uit aan nieuwe spelers.

Twee Nederlanders die vele miljoenen kostten in Engeland: Davy Pröpper (boven) van Brighton en Nathan Aké van Bournemouth. Foto’s Brighton en Bournemouth

Nathan Aké zal als kind vermoedelijk nooit van AFC Bournemouth hebben gehoord, terwijl Davy Pröpper als tiener niet zal hebben gedacht dat hij later zou neerstrijken bij Brighton & Hove Albion. De Engelse zuidkust en voetbaldromen: totaal verschillende werelden.

Bournemouth grenst aan een van de duurste stukjes grond ter wereld, een landtong in Dorset waar de bekende Engelse trainer Harry Redknapp een villa met uitzicht op Het Kanaal bewoont, maar sportieve rijkdom kende de stad nauwelijks. Spelend in de vierde divisie ontsnapte Bournemouth in 2009 net aan degradatie uit de laagste rangen van het Britse profvoetbal.

Brighton verging het niet veel beter. Niet alleen bungelde de club onderaan in de vierde divisie, de Seagulls hadden zulke financiële problemen dat ze hun stadion moesten verkopen. Terwijl daar een winkelcentrum verrees, verhuisden ze naar het atletiekstadion Withdean, dat maar één overdekte tribune had. De sintelbaan rond het veld stak treurig af bij de charme van de badplaats zelf. Brighton: hippie-chique stad van vakantie, surfers en lange pieren. Withdean: sjofel, winderig.

Hoogvliegers waren ze dus nooit, Bournemouth en Brighton. Tót ze achter elkaar bleven winnen, promotie op promotie stapelden en toetraden tot de rijkste competitie ter wereld: de Premier League. Een elitepodium waar de tv-gelden zo hoog zijn dat de transferrecords haast elke zomer worden doorbroken. Het is als met de bouw van nieuwe wolkenkrabbers: de piek is nog altijd niet in zicht. The sky is the limit.

Europese verhoudingen veranderd

De Premier League, die vrijdagavond is begonnen, heeft de verhoudingen in het Europese voetbal veranderd. Manchester United en Chelsea roeren zich altijd al in het hoogste transfersegment, inmiddels laten ook clubs als Bournemouth en Brighton de miljoenen rollen. In de jaarlijkse Money League van Deloitte, een lijst van de twintig rijkste clubs van Europa, staan nu acht Engelse clubs en de financiële dienstverlener verwacht dat dit aantal de komende jaren alleen maar toeneemt. De lelijke eendjes van weleer zijn de nieuwe rijken van nu.

„Alleen al het trainingscomplex van Brighton is geweldig”, zegt Louis Laros, de zaakwaarnemer die Pröpper bijstond bij het afsluiten van zijn contract. „PSV heeft met de Herdgang een uitstekend trainingscomplex, maar dat van Brighton bestaat uit dertien velden. Met zwembaden, een welnesscentre, fitnessruimtes en een indoorhal bijna zo groot als een echt veld. In de Premier League speel je op drie soorten gras. Brighton heeft alle drie die soorten liggen.”

Met de komst van Pröpper vestigde de club maandag een clubrecord, hoewel die grens donderdag weer werd doorbroken met de aankoop van een spits. Pröpper bracht met zijn transfersom van tien miljoen pond (zo’n dertien miljoen euro) de handelsbalans van PSV weer in evenwicht. Zoals PSV-directeur Toon Gerbrands altijd zegt: „Als het boven regent, druppelt het beneden.”

„Het record lag op zes miljoen pond, dus ze hebben hun nek uitgestoken voor Davy”, zegt Laros. „Voor hem was het een mooie kans om te spelen in de competitie waar elk jongetje van droomt. Want je kiest niet alleen voor een club, maar ook voor de Premier League. Voor de uitdaging om je staande te houden tussen de beste spelers ter wereld. Als dat lukt, is Davy’s kostje gekocht. Mocht Brighton onverhoopt degraderen, dan pikt een andere club hem wel op.”

Zo fier als de komst van Pröpper werd aangekondigd in stadskrant The Argus – ‘Albion complete Propper signing’ – zo groot was het nieuws verderop toen Bournemouth in juni een clubrecord vestigde met de transfer van Nathan Aké: zo’n 20 miljoen pond (ruim 22 miljoen euro). De Hagenaar werd begin vorig seizoen al een halfjaar gehuurd van Chelsea en is nu definitief overgenomen. „Mensen zien Bournemouth groeien”, zei hij bij zijn presentatie. „De club krijgt steeds meer credits in de pers.”

Trainer Eddie Howe zei naderhand dat zo’n transfer nog altijd oncomfortabel voelt, wetende waar Bournemouth vandaan komt. In zijn eerdere periode bij de Cherries, tussen 2009 en 2011, was de club bijna bankroet. De bond bracht zeventien punten in mindering en legde een transferverbod op. Spelers trainden zelfs in witte T-shirts die op de markt waren gekocht: die waren goedkoper dan de shirts van de officiële kledingsponsor van de club.

Bournemouths stadion is met tienduizend plekken het kleinste waar ooit Premier League-voetbal is gespeeld. Dat heeft beperkingen. Met name rond de regels omtrent financial fair play, die voorschrijven dat de club niet (veel) meer mag uitgeven dan er binnenkomt. Hoe groter een stadion, des te meer omzet, des te meer geld beschikbaar voor transfers. Dat de club sinds 2011 een rijke Russische eigenaar heeft doet daar niets aan af, want hij mag niet onbeperkt verliezen afdekken.

Vanwege te hoge uitgaven aan spelers kreeg de club in 2016 al een boete van 7,6 miljoen pond (8,4 miljoen euro). „Maar zonder die spelers hadden we het niet gered”, zei manager Howe in de Bournemouth Echo. De Premier League – dat doel heiligt de middelen.

Lucratieve tv-deal

Bij de promotie in 2015, de derde in vijf jaar, schatte Deloitte dat dit Bournemouth 130 miljoen pond (143 miljoen euro) opleverde. Toen Brighton twee jaar later promoveerde was dat bedrag opgelopen tot 190 miljoen (210 miljoen euro), vanwege de lucratievere tv-deal die in 2016 was ingegaan. Wanneer clubs zich handhaven kan daar nog eens honderd miljoen pond (110 miljoen euro) bij worden opgeteld. Hoe hoger de eindklassering, hoe meer tv-geld.

Overlevingskans van een nieuwkomer? 55 procent. Sinds de introductie van de Premier League in 1992 promoveerden er 71 clubs, waarvan er 32 meteen weer afdaalden. Laatste voorbeeld is Hull City, dat vorig seizoen even snel verscheen als verdween. Negen van de 39 gehandhaafde clubs degradeerden het jaar erop alsnog. De angst voor dat scenario heeft er volgens Deloitte toe geleid dat gepromoveerde clubs het gros van de tv-gelden meteen investeren in nieuwe spelers.

Miljardair Tony Bloom zag het anders voor zich toen hij in 2009 de aandelen van Brighton kocht. Hij, Brighton-supporter, succesvol pokeraar en eigenaar van een goksyndicaat, wilde zijn vermogen niet lukraak in de selectie pompen. In plaats daarvan besteedde hij volgens The Times 32 miljoen pond aan een nieuw trainingscomplex en investeerde hij 120 miljoen pond in de bouw van het nieuwe Amex Stadion, waar 27.000 mensen in passen, 19.000 meer dan in Withdean.

„Hij wilde een fundament bouwen”, zegt Louis Laros. De oud-speler van Vitesse toog in 2011 al naar Brighton vanwege een transfer van een andere speler, Roland Bergkamp. „Hoewel de club toen nog niet zo ver was, vertelde Bloom destijds al wel over zijn project om alles stap voor stap op te bouwen. Zulke verhalen hoor ik vaker, soms zijn het gewoon broodje-aapverhalen. Maar hij heeft het toch waargemaakt.”

Hoewel er geregeld grote sommen geld door de handen van de pokeraar en gokondernemer gaan, moest hij slikken toen er deze week voor het eerst een bedrag van acht cijfers uit de clubkas stroomde. Zo veel geld, voor één speler.

„Ik ben verbaasd hoeveel clubs voor spelers vragen”, zei Bloom tegen The Argus. „Enige inflatie op de spelersmarkt had ik verwacht, maar ik had niet gedacht dat het zover zou gaan. Je wil bij elke aankoop waar voor je geld, maar vanwege de sensationele inflatie is dat niet makkelijk. En wie zegt dat de inflatie niet alleen maar groter wordt de komende jaren?”

Daar schuilt de ironie achter de gigantische tv-gelden: nieuwe spelers worden duurder, omdat buitenlandse clubs de situatie van de Engelsen kennen en bewust de hoofdprijs vragen. „Je weet dat ze meer te besteden hebben, dus kun je hogere prijzen bedingen”, zegt Laros. „Daarom vroeg AZ vorig jaar de hoofdprijs voor Vincent Janssen. Ze wisten dat Tottenham dat kon betalen. Belt een Chinese club, dan ligt de prijs nog hoger. Anderzijds moet je oppassen. Juist doordat ze geld hebben, kunnen ze makkelijk overschakelen op een alternatief. Je moet je hand niet overspelen.”

Gokkers en bookmakers

Van dat laatste weet Bloom alles. Aan de pokertafel noemen ze hem vanwege zijn koelbloedige handelen ook wel ‘De Hagedis’. Hij verdiende er meer dan twee miljoen pond mee, maar volgens Engelse media werd hij echt rijk toen hij een bedrijf oprichtte dat gokkers en bookmakers van tips en informatie voorziet. Weddenschappen zijn er niet af te sluiten.

Ondanks zijn onwennige houding tegenover dure transfers heeft het record van Pröpper niet lang standgehouden. Donderdag trok de club van Bloom een speler aan die nog meer kostte: de Colombiaanse spits Jose Izquierdo, voor zeventien miljoen pond (18,7 miljoen euro). En de kans is klein dat het daarbij blijft.