De kaalhoofdigen wonnen

Aan het begin van het Sinquefield Cup toernooi in St. Louis werd aan de tien deelnemers gevraagd wie de underdog was. De meesten zeiden beleefd dat niemand van hen zo kon worden genoemd, maar de Fransman Maxime Vachier-Lagrave stelde een tegenvraag: „Wie heeft er dit jaar nog geen enkel klassiek toernooi gewonnen?”

Het was een grapje, maar ook ernst. Iedereen wist dat het om wereldkampioen Magnus Carlsen ging, en die had zelf ook laten weten dat het anders moest. En inderdaad, in de tweede ronde won hij tegen Sergei Karjakin een echte Carlsenpartij. Lang leek er weinig aan de hand, maar opeens had Carlsen een winnende aanval.

Een paar dagen later leek het tegen Vachier-Lagrave net zo te gaan, maar daar ging het mis. Eerst gaf Carlsen de winst uit handen en vervolgens ook nog de remise. Later liet hij tegen Hikaru Nakamura een gewonnen pionneneindspel remise worden.

„Extreme slordigheid”, zei hij daarover. En over de zet waarmee hij de winst definitief uit handen gaf: „Ik wist dat het fout was, maar om de een of andere reden deed ik het toch.”

Een ronde voor het eind stond hij een half punt achter op de leiders Aronian, Anand en Vachier-Lagrave.

Een dag eerder wees iemand er op dat de vijf brildragers op de eerste vijf plaatsen stonden en de spelers zonder bril op de laatste vijf. Ik moest denken aan een wedstrijd in 1891 tussen de kaalhoofdige leden van de Manhattan Chess Club en de leden die hun haar nog hadden. De kalen wonnen met 14-11.

Toen de kalen, nu de brildragers. Een klein lichamelijk defect wordt met geestelijke prestaties gecompenseerd.

Overigens, na de Sinquefield Cup doet Garry Kasparov in Saint Louis vanaf maandag 14 augustus mee aan een ijzersterk vijfdaags toernooi van rapid- en blitzpartijen.

Magnus Carlsen - Sergei Karjakin, Sinquefield Cup St. Louis 2017

1. Pf3 Pf6 2. g3 c5 3. Lg2 Pc6 4. 0-0 e5 5. e4 d6 6. d3 g6 7. a3 Lg7 8. c3 0-0 9. b4 a6 10. Pbd2 b5 11. Tb1 Pd7 12. Pb3 cxb4 13. axb4 Pb6 14. Le3 Le6 15. Dd2 Tc8 16. Tfc1 Te8 17. h4 Als je geen duidelijk plan hebt, doe dan een zet met een randpion, adviseerde Bent Larsen. 17…Pa4 Dit was de verre bestemming van het paard, maar het geeft wit gelegenheid tot actie op de damevleugel. 18. c4 h5 19. Kh2 Lg4 20. cxb5 axb5 21. Pa5 Pd4 22. Txc8 Dxc8 23. Tc1 Dd7 24. Pxd4 exd4 25. Lh6 Lh8 Hij kan zijn loper niet missen, omdat dan pion d4 te zwak wordt. 26. Tc6 Wit is actief, maar met 26…Ta8 of 26…Tc8 zou zwart zich goed kunnen verdedigen. 26…Pc3 27. f3 Le6 28. Lf4 Le5 29. Lxe5 dxe5 30. f4 De7 31. Tc5 Tc8 32. Txc8+ Lxc8 33. Pc6 Dd6 34. Pxe5 Dxb4 35. f5 Nu heeft wit een sterke aanval. 35…Dd6 36. Pf3

Zie diagram

36…gxf5 Hoe sterk wits aanval is, blijkt als zwart zich er niets van aantrekt en zijn eigen tegenkans wil waarnemen: 36…b4 37. Dg5 b3 38. fxg6 fxg6 39. e5 en wit wint. 37. Dg5+ Kh7 38. e5 Dg6 39. Dd8 Le6 40. Pg5+ Kg7 41. Dxd4 Pa4 42. Ph3 Na een lange reis gaat wits paard met 43. Pf4 de beslissende klap uitdelen. Zwart gaf op.