Trump vs. Mexico. Politiek of ordinaire wraak?

Handel Mexico-VS

Een mislukt bouwproject en electoraal gewin maken dat Trump zich hard opstelt tegen Mexico. Bewoners van de grensstreek vrezen het meest voor het sneuvelen van handelsverdrag NAFTA.

De bouwput die is overgebleven aan de Mexicaanse kust nadat een bouwproject van Donald Trump flopte. Foto’s Omar Martínez

Ook op deze mistige, druilerige ochtend is nog te zien waarom Donald Trump juist deze plek uitkoos. Terwijl de golven van de Stille Oceaan op de rotsachtige Mexicaanse kust slaan, vliegt op ooghoogte een troep pelikanen voorbij. Een paar kilometer verderop in zee schitteren de Coronado-eilanden. Hieromheen zwemmen dolfijnen en – in de wintermaanden – ook walvissen.

Donald Trump trapte zijn presidentscampagne in 2015 af met de kritiek dat Mexico „ons vermoordt aan de grens, met banen en met handel”. Een van zijn centrale programmapunten was een „ondoordringbare muur” te bouwen aan de zuidgrens. En hij beloofde een eind te maken aan „het verschrikkelijke handelsverdrag” NAFTA, gesloten met het armere en kleinere buurland (en Canada).

Er was echter een tijd dat de huidige Amerikaanse president helemaal niet zo negatief was over Mexico. Toen keek de vastgoedmiljardair nog zwoel in een camera en zei op zijn meest betrouwbare toon: „Een van de dingen die ik het mooiste vind aan dit project, is dat het in Baja, Mexico is. Een van de beste plekken op aarde.”

Trump zei dit in 2006, in een promotiefilmpje voor zijn Trump Ocean Resort Baja Mexico. Dit complex van drie appartementtorens met elk 25 verdiepingen had moeten verrijzen nabij Rosarito, een ook bij Amerikanen populaire badplaats in het noorden van de Mexicaanse westkust, een half uur rijden van San Diego.

Het kwam er nooit: in 2007 brak de kredietcrisis uit. De bouwers kregen de financiering niet rond. Trump trok zijn handen van het project af: hij had slechts zijn merknaam in bruikleen gegeven. Honderden kopers, die al 30 procent hadden aanbetaald, moesten procederen om nog iets van hun gezamenlijk ingelegde 32 miljoen dollar terug te zien.

Nu de VS, Canada en Mexico woensdag voor het eerst om de tafel gaan zitten om – op Washingtons aandringen – over het onderlinge vrijhandelsverdrag NAFTA te gaan heronderhandelen, is het interessant terug te blikken op deze minder bekende episode uit Trumps loopbaan. Want, stelde Latijns-Amerika-specialist Andrés Oppenheimer in de Miami Herald bijvoorbeeld: „De grote vraag is of Trumps tirades tegen Mexico deel uitmaken van een berekende populistische campagne om te appelleren aan de xenofobe gevoelens van boze kiezers, of dat hij persoonlijke wrok koestert tegen Mexico vanwege zijn slechte zakenervaring met een gesneefd luxueus appartementencomplex nabij Tijuana. Het is waarschijnlijk beide, maar het laatste vormt zeker een onderdeel.”

Beverly Hills van Baja

Mike Rodriguez en Silvia Villavicencio twijfelden niet lang toen ze in 2006 hoorden dat Donald Trump naar Mexico zou komen. De twee Californische gepensioneerden zochten al langer een tweede huisje in het buurland, waar ze beide familiewortels hebben. De Amerikaanse vastgoedmarkt beleefde hoogtijdagen: een hausse die ook de Mexicaanse deelstaat Baja California besmette. „Trump zei dat hij van dit gebied het Beverly Hills van Baja wilde maken”, vertelt Rodriguez. „Het was alsof de Kerstman langskwam.”

Het echtpaar zag Trump als een handige, succesvolle zakenman. „Een slimme, erg rijke kerel. Betrouwbaar. Onberekenbaar kwam niet in me op. Als dit allemaal niet gebeurd was, had ik serieus overwogen op hem te stemmen”, zegt Rodriguez in een ander Mexicaans appartement, dat hij uiteindelijk kocht op enkele kilometers van de plek waar Trumps project had moeten komen te staan.

Brochure van het resort

Op die bouwplaats is tien jaar later nog altijd een diepe put te zien. De grond is inmiddels al een paar keer van eigenaar gewisseld. Sinds enkele maanden worden de eerste aanstalten gemaakt om er een nieuw project te beginnen, vertelt de bewaker die aan de poort bivakkeert in een klein hokje. Een eerste proefwoning is net opgeleverd.

Ook al was Trumps bouwproject op papier ondergebracht in een Mexicaanse bv, de woningen werden aan de man gebracht tijdens verkoopbijeenkomsten op Amerikaanse bodem. Het echtpaar Rodriguez en Villavicencio was bij een van de eerste van zulke ‘pitches’, in een sterrenhotel in San Diego. Trumps dochter Ivanka vertelde hier dat ze zelf ook een wooneenheid had gekocht, herinneren ze zich. „Het was allemaal heel gelikt. Er was parkeerservice en toen we onze auto ophaalden, lagen er achterin twee lederen tassen met het Trump-logo en daarin twee badjassen, ook weer met het Trump-logo. En een fles tequila in een houten kistje.”

Mike Rodriguez, een investeerder in het resort, toont een pasje van het Trump Ocean Resort Baja Mexico.
Foto Omar Martínez
Mike Rodriguez toont een pasje van het Trump Ocean Resort Baja Mexico. Silvia Villavicencio laat het kistje met tequila zien.
Foto’s Omar Martínez

Ze tekenden die avond in op twee appartementen. Hun idee was één daarvan weer door te verkopen zodra de bouw voltooid was, en met de winst het andere appartement goeddeels af te betalen. Met de prijzengekte van destijds een gebruikelijke gok. Door de kredietcrisis liep alles anders. Pas na een lange rechtszaak kreeg het stel een deel van het geld terug. Dit in tegenstelling tot veel Mexicaanse investeerders, die geen rechtszaak konden aanspannen in de VS.

Over de details van de schikking mogen ze weinig zeggen: ze hebben een geheimhoudingsverklaring moeten tekenen. Rodriguez kan wel een ‘voorbeeld’ geven: „Stel dat ik een retourtje naar de maan zou hebben gekocht bij Richard Branson voor 50 cent per mijl. Maar onderweg kregen we pech, dus we bereikten nooit de maan. Terug op aarde kreeg ik 80 procent van mijn ticketprijs terug.”

Hun bewondering voor Trump is danig bekoeld. Op Silvia’s 65ste verjaardag sloeg ze een piñata-pop van Trump aan stukken, vertelt ze lachend. In Trumps winnende campagne voor het presidentschap zagen ze overeenkomsten met zijn Mexico-project. Rodriguez: „De opwinding die hij creëert. Het is 100 procent onzin, maar hij heeft de gave van een tweedehands-autoverkoper. Die muur gaat er ook niet komen. Het is alleen te hopen dat-ie ondertussen niet te veel schade aan onze landen aanricht.”

Sinds Trumps aantreden is de groei van de onderlinge handel tussen de VS en Mexico gewoon doorgegaan. In de eerste zes maanden van 2017 exporteerden de VS voor 118 miljard dollar aan goederen naar Mexico en de import bedroeg ruim 155 miljard: een groei van bijna 6 procent.

Kiezers uit industriestaten

Bedrijven, burgers en bestuurders in de grensstreek zijn er echter niet gerust op dat dit zo blijft. Trumps uithalen naar Mexico zijn namelijk niet alleen ingegeven door wrok over zijn mislukte bouwavontuur in ‘Baja’. Hij dankte zijn verkiezingswinst voor een belangrijk deel aan kiezers uit industriestaten. De afgelopen decennia sloten hier veel fabrieken, meestal door automatisering, maar ook omdat banen naar landen als Mexico werden overgeheveld.

De VS hebben een structureel handelstekort met Mexico: ze importeren meer dan ze exporteren. Trump geeft vrijhandel hiervan de schuld en belooft „een betere deal voor de Amerikaanse bevolking”. Lukt dat niet, dan stappen de VS uit NAFTA, zo dreigt hij.

VS importeren meer dan ze exporteren naar Mexico. Graphic Studio NRC

Toen eind juli Mexicaanse en Amerikaanse burgemeesters bijeenkwamen voor een conferentie, maakten ze weinig woorden vuil aan Trumps grensmuur. Des te meer spraken ze hun zorgen uit over het openbreken van NAFTA. „Het is ongelooflijk belangrijk dat ook ons verhaal verteld wordt, een succesverhaal, want als wij het niet vertellen, doet niemand anders het voor ons”, stelde Kevin Faulconer, burgermeester van San Diego. „Vrijhandel werkt.”

In de grensstreek wil men geen muur, maar juist gemakkelijker van het ene naar het andere land komen. Elk minuut moet 1 miljoen dollar aan goederen de grens over. Dit is goed te zien in Otay, aan de oostkant van Tijuana. Dit is de belangrijkste grensovergang voor vrachtverkeer tussen deze industriële metropool van 3 miljoen inwoners en het zuiden van Californië. Trucks vormen hier elke dag lange files om landbouwproducten en geassembleerde goederen uit Mexico naar de VS te rijden.

Op een doorsnee dag is het een komen en gaan van trailers, veelal met Amerikaanse nummerborden. Ze moeten zich in scherpe bochten scharen op de stoffige weg, langs het grenshek. Ze laten hun wagens controleren door speurhonden van een privaat beveiligingsbedrijf: chauffeurs zijn er zelf verantwoordelijk voor dat er geen drugs of migranten tussen hun vracht verstopt zitten.

Martina Clemente runt een klein truckerscafé nabij deze inspectieplaats. Terwijl ze op haar fornuisje tortilla’s roostert en vlees bakt, vertelt ze dat de verkeersdrukte alsmaar toeneemt. Al jaren is de bedoeling dat rond deze plek ‘Otay Dos’ geopend wordt, een tweede overgang die de druk op de oude moet verlichten. Maar om allerlei redenen komt het er niet van. „We hebben hier geen extra muren nodig, maar meer ruimte voor trailers.”

Op de grens tussen Mexico en Texas heerst topdrukte. Lees ook: ‘Nog snel naar de VS, voordat Trump begint’

Uitgestorven winkelcentrum

Op twee uur rijden naar het oosten ligt aan Amerikaanse zijde van de grens Calexico, een rustig woestijnstadje van 40.000 inwoners. Aan de andere kant van de grens bevindt zich Mexicali, een snel uitdijende Mexicaanse stad. De verwevenheid tussen de steden blijkt niet alleen uit hun plaatsnamen: samentrekkingen van Mexico en California. De grens heet hier La Línea of The Line: een lijn waar je even overheen stapt of rijdt – soms wel meerdere keren per dag. Lokale radiostations melden de actuele wachttijden aan de grens alsof het om een weerbericht gaat.

Internationaal pendelen is voor veel inwoners dagelijkse praktijk en het Mexico-beleid van Trump wordt met buitengewone belangstelling gevolgd. Trumps beloften leidden tijdens zijn opkomst, uitverkiezing, aantreden en eerste maanden als president tot onrust. De Mexicaanse economie vertraagde en de peso nam een duikvlucht. Inmiddels is de rust iets teruggekeerd, de economische vooruitzichten voor Mexico zijn minder somber dan begin dit jaar. Maar de onrust blijft sluimeren.

Mexicali geldt als aantrekkelijke vestigingsplaats voor Amerikaanse en Aziatische maquiladoras (assemblagefabrieken), zeker sinds in 1994 NAFTA in werking trad. De stad, die begin 20ste eeuw nog niet eens bestond, is geëxplodeerd tot ruim 1,2 miljoen inwoners.

Het gebied rond Calexico, de Imperial Valley, is een grote moestuin die een deel van de VS van groenten voorziet. Op de hoofdstraat van het stadje verzamelen zich elke dag Mexicanen om opgepikt te worden als dagloner en sla, bloemkool, broccoli, bleekselderij, ui en watermeloen te oogsten. „Het is hard werken. Het is aan het begin van je dienst [die loopt van de namiddag tot midden in de nacht, red.] nog erg heet”, legt Maríbel Rodarte (47) uit. „Maar per uur krijg je tien dollar cash, dus op één dag kan ik verdienen wat ik in Mexico in een week verdien.”

„Onze grote kracht, dat we 1,2 miljoen potentiële consumenten om de hoek hebben wonen, is tegelijkertijd onze grootste zwakte”, legt burgemeester Armando Real van Calexico uit. „We zijn heel kwetsbaar voor schommelingen van de Mexicaanse economie.”

Voorheen, zegt hij, was het veel drukker in zijn stadje. „Tot drie jaar geleden kon je downtown amper parkeren, nu is er overal plek.” In 2015 was de Mexicaanse economie al zwak, waarna in het Amerikaanse verkiezingsjaar 2016 de Mexicaanse peso ook nog eens fors kelderde. Dat heeft de lokale middenstand hard geraakt. „De omzet is in beide jaren met zeker 20 procent gedaald.” In 2017 krabbelde de munteenheid weer iets op, maar niet tot het oude niveau.

Dat is terug te zien in de supermarkten en winkelcentra. In de Imperial Valley Mall van het nabijgelegen El Centro is het op een doordeweekse dag heel rustig. Aan het food court zijn rond lunchtijd negen van de tien tafeltjes nog vrij. Eten ligt te verpieteren.

Grensschooltje

Aan de rand van Calexico ligt een schoolgebouw pal naast het Amerikaanse grenshek. Vanaf het sportveld kan een afgedwaalde voetbal zomaar in Mexico belanden. Op een vroege ochtend werpt de zon nog lange schaduwen als een groepje kinderen in schooluniform al opgewekt de straat komt uitlopen vanaf de grensovergang met Mexico. De kinderen kwetteren in een snel en hoog Spaans om eenmaal op het schoolplein moeiteloos over te schakelen op Engels.

Ongeveer 85 procent van de leerlingen van deze Calexico Mission School, van de kleuterklas tot middelbare school, woont namelijk in Mexicali. Hun ouders zijn Mexicanen uit de gegoede middenklasse die het schoolgeld van 400 tot 600 dollar per maand kunnen ophoesten, omdat ze managementposities bekleden bij een van de maquiladoras in Mexicali.

Het zijn banen die onzeker zouden worden als NAFTA verdwijnt of wordt uitgekleed. En met lonen die worden betaald in de lokale munt. Dus toen de peso rond de Amerikaanse stembusgang verzwakte van 17 naar 22 per dollar, steeg het schoolgeld voor deze ouders in een paar weken met tientallen procenten.

„Ik had ouders aan de lijn die zeiden dat ze niet wisten of hun kind na de kerstvakantie nog zou terugkeren”, vertelt schooldirecteur Oscar Olivarría in zijn kantoortje, dat zo dicht op de grens staat dat mobiele telefoons er zomaar op de Mexicaanse telecomaanbieder Telcell schieten. Mensen maken zich hier niet zo druk om een grensmuur, zegt hij, terwijl hij jamaica, typisch Mexicaanse, ijskoude hibiscusthee, serveert. „Dat we gewoon handel kunnen drijven en onze economie blijft draaien, dat is wat telt.”