Test met immuuntherapie voor diabetes 1 is succesvol

Dit onderzoek is een eerste stap, waarin de veiligheid en de juiste dosering van het middel getest werd. Nu moet de proef herhaald worden bij grotere groepen patiënten om te beoordelen hoe effectief het is tegen diabetes type 1.

Bloed prikken om het bloedglucosegehalte te meten, waarmee de insulinedosering kan worden bepaald. iStock

Een immuuntherapie kan de achteruitgang bij diabetes type 1 tot staan brengen, zonder merkbare negatieve bijwerkingen. Dat blijkt uit de resultaten van een eerste Britse studie met het middel bij ‘nieuwe patiënten’: mensen bij wie de ziekte nog maar pas ontdekt was (Science Translational Medicine, 9 augustus).

Diabetes type 1 is in feite een auto-immuunziekte, waarbij de eigen afweer de insulineproducerende bèta-cellen in de alvleesklier aanvalt en vernietigt. Naarmate er meer van deze cellen verdwijnen krijgt het lichaam steeds meer moeite het bloedsuikergehalte te reguleren en moet de patiënt steeds hogere doseringen insuline bijspuiten om die kunstmatig in bedwang te houden. Een goede behandeling is er eigenlijk niet. De auteurs van de nieuwe studie onder leiding van Colin Dayan van de Cardiff University School of Medicine spreken van een „farmaceutische armoede”. Voor veel andere auto-immuunziekten zijn er al immuuntherapieën, maar tot nu toe zijn onderzoekers met deze aanpak bij diabetes type 1 terughoudend geweest, uit vrees een immuunreactie te veroorzaken die het verlies aan bèta-cellen alleen maar groter zou maken.

Eiwitfragment

onderzoekers in Cardiff werkten met een fragment van het pro-insuline-eiwit, dat onderhuids werd ingespoten om de ontspoorde witte bloedcellen in het lichaam van de patiënt weer ‘tolerant’ te maken voor dit eiwit. De 27 deelnemers werden blind en willekeurig ingedeeld in drie groepen, 8 kregen placebo, 10 om de vier weken een injectie en 9 om de twee weken een prik. Na een half jaar stopte de behandeling.

De patiënten in de placebo-groep bleken gemiddeld dagelijks een verhoging van 50 procent van de insulinedosis nodig te hebben, terwijl de insulinebehoefte van deelnemers die het eiwitfragment kregen ingespoten stabiel bleef. Dat is een aanwijzing dat hiermee de afbraak van hun bèta-cellen tot staan is gebracht. Er werden tegelijkertijd geen bijwerkingen gemeld in de immuuntherapiegroep.

Proef herhalen

Dit onderzoek is een eerste stap, waarin de veiligheid en de juiste dosering van het middel getest werd. Nu moet de proef herhaald worden bij grotere groepen patiënten om te beoordelen hoe effectief het is tegen diabetes type 1. De onderzoekers zijn inmiddels begonnen deelnemers voor deze nieuwe studie te werven.

„Dit smaakt naar meer”, reageert de Leidse onderzoeker Bart Roep, die in samenwerking met de Engelsen een variant van deze immuumtherapie onderzoekt. Roep probeert via zogeheten dendritische cellen (de dirigenten van het afweersysteem) tolerantie op te wekken. „We zien reikhalzend uit naar de resultaten van onze Leidse studie”, zegt Roep.

Als de immuuntherapie goed zal blijken te werken, zal die helaas waarschijnlijk geen oplossing bieden voor alle patiënten met diabetes type 1. Voor het onderzoek selecteerden de artsen uit Cardiff een groep patiënten met een bepaalde combinatie van genen (te weten HLA-CRB1*0401). Het is niet te zeggen of deze therapie even veilig en effectief is bij mensen met andere vormen van diabetes type 1.

In Nederland zijn er naar schatting 1,2 miljoen mensen met diabetes, de meesten met diabetes type 2. Een op de tien diabetespatiënten heeft diabetes type 1.

Correctie (13 augustus 2017): In het fotobijschrift werd eerder gezegd dat ‘bloed werd geprikt om het insulinegehalte te meten’. Dat klopt niet: het bloed prikken dient om het glucosegehalte te bepalen, waarmee daarna de dosering van insuline kan worden bepaald.