Spiermassa het fundament voor nieuw meesterwerk Schippers

WK atletiek

Tweede wereldtitel van Dafne Schippers op de 200 meter vormt het bewijs dat haar trainingsregime gericht op kracht juist is.

V.l.n.r., de finish op de 200 meter: Deajah Stevens werd vijfde, Dafne Schippers eerste, Shaunae Miller-Uibo derde, Marie-Josée Ta Lou tweede. Foto Jewel SAMAD

De vergelijking met twee jaar geleden dringt zich op als Dafne Schippers in de WK-finale van de 200 meter de Jamaicaanse Elaine Thompson met een neuslengte voorblijft. Vrijdagavond voltrekt zich op de WK in Londen een vergelijkbaar scenario met een andere tegenstander, Marie-Josée Ta Lou uit Ivoorkust, maar met hetzelfde resultaat.

Opnieuw wint Dafne Schippers en prolongeert zij haar wereldtitel op de 200 meter. Dat is weinigen gegeven. De tijd is met 22,05 seconden een niveautje minder dan destijds de bijna onwaarschijnlijke 21,63 in Beijing, maar dat is Schippers een zalige zorg. Op kampioenschappen worden medailles verdeeld, tijden zijn bijzaak. De wereldtitel is binnen en dat telt. Ta Lou wordt tweede in 22,08 en het brons is voor Shaunae Miller-Uibo van de Bahama’s in 22,15.

‘Dafne Schippers, wereldkampioen 200 meter in 2017’, zo gaat het de boeken in. Later is iedereen vergeten dat haar grootse rivalen in Londen ontbraken. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de absentie van zowel olympisch kampioene Thompson als de snelste van dit jaar, de Amerikaanse Tori Bowie, in Schippers’ voordeel is. Thompson had zich niet ingeschreven en alles op de 100 meter gezet. Bowie trok zich terug nadat ze bij haar veroverde wereldtitel op de 100 meter ten val was gekomen.

De wereldtitel is het existentiële bewijs dat de aanpak van Rana Reider effectief is voor Schippers, die met twee titels op de 200 meter kwantitatief op gelijke hoogte is gekomen met de Jamaicaanse Merlene Ottey. Volgende ijkpunt: evenaring van het record van drie wereldtitels van de Amerikaanse Allyson Felix, die in Londen voor de 400 meter koos en brons won.

Ze moet significant sterker worden

Reiders trainingsfilosofie was na acht jaar Bart Bennema flink wennen voor Schippers. Na een golvende methodiek van intensiteit en rust moest de sprintster overschakelen op een werkwijze van structureel hard werken op de baan in combinatie met aanzienlijk zwaardere krachttraining. Ze moest naar Reiders opvatting significant sterker worden om een seizoen lang veertig trainingsweken in combinatie met een dertigtal wedstrijden te kunnen volhouden.

Die kracht heeft Schippers bovendien nodig om in de korte tijdspanne van de WK het beste uit zichzelf te halen. In Londen komt ze bijna dagelijks in actie. De finale 200 meter is Schippers’ zesde wedstrijd in zes dagen. En mits de finale wordt gehaald volgen zaterdag ook nog twee estafettelopen. Om die reden houdt de sprintster tussen de wedstrijden de mediaverplichtingen zo kort mogelijk en neemt ze veel rust.

De opgevoerde inspanningen in de gym hebben Schippers ontegenzeglijk sterker gemaakt. Dat is vooral te zien aan haar uiterlijk, waar de geblokte torso haar toegenomen spiermassa weerspiegelt. Haar robuuste verschijning verleidt in een supermarkt een haar onbekende vrouw tot de vraag of Schippers een bodybuilder is. Ze is niet gegeneerd, maar twittert het voorval met een knipoog.

Haar hoekige postuur hindert Schippers niet, zegt ze. De sprintster weet waarvoor ze het doet en dan neemt ze een stevig voorkomen en een hoger gewicht voor lief. Hoeveel Schippers extra weegt, houdt ze voor zichzelf. „Iets meer dan 70 kilo”, is alles wat ze daarover kwijt wil. Die extra spiermassa is om de effecten van het hardlopen op te vangen. Er is berekend dat Schippers per pas vijfmaal haar lichaamsgewicht moet verwerken, met zelfs pieken van acht- tot elfmaal het lichaamsgewicht, zoals volgens Reider uit Aziatische onderzoeken zou blijken.

Hoe dan ook: kracht is de basis van haar hernieuwde succes op de WK. Kracht, die in Reiders perceptie om meerdere redenen essentieel is. Daags voor de finale, als de coach voor het eerst op de WK in Londen de pers te woord staat, is hij helder in zijn uitleg: „Kracht is bij sprinten cruciaal. Hoe sterker je bent, des te harder je de grond kunt raken. En hoe harder je de grond raakt, des te sneller je rent. Om het lichaam een heel seizoen aan al die dreunen te laten wennen moet je veel investeren in krachttrainingen, zo simpel is dat.”

Ander voornaam aspect van Reiders werkwijze is de ondersteunende apparatuur die hij bij baantrainingen gebruikt en waarvoor hij in samenspraak met de Britse biomechanicus Paul Brice conclusies trekt en schema’s ontwikkelt. Met het meetsysteem Optojump analyseert hij alle grondcontacten per been en meet hij de snelheid, om te weten wanneer Schippers haar topsnelheid meet en hoe lang ze dat kan vasthouden.

Sneller lopen dan lichaam aankan

Verder gebruikt Reider de ‘1080 Sprint’, een koord van 90 meter waarmee op weerstand getraind kan worden, maar vooral de natuurlijke snelheid kan worden overtroffen. Met die zogeheten overspeed leert Schippers hoe het voelt om sneller te lopen dan haar lichaam aankan. In de terminologie van Reider: ‘She needs to feel that speed.’

Overigens traint Reider op het nationale sportcentrum Papendal niet exclusief Schippers. Zij behoort, met nog vijf andere Nederlandse atleten, onder wie sprinter Churandy Martina, tot een groep van vijftien internationale sporters. In Londen moet Reider, met inbegrip van de estafetteploeg, dertien atleten begeleiden, wat hem – met voorbereiding en uitvoering – tot een druk baasje maakt.

Schippers heeft als sparringpartner vooral baat bij de sprinters in de groep van Reider, die naast zijn functie als bondscoach van de Atletiekunie (met bondstoestemming) zeven buitenlanders traint, die ook op Papendal verblijven. De sprinters zijn naast Martina: de Amerikaanse Rianna Bartoletta, tevens verspringster, de Britten Desirèe Henry, Anyika Onuon en Adam Gemil. En het achttienjarige Japanse megatalent Abdul Hakim Sani Brown, donderdag de jongste finalist ooit op de 200 meter. Zijn verrassende naam kan verklaard worden uit het feit dat zijn vader van Ghanees, islamitische afkomst is en zijn moeder is Japans.

Geen vragen over doping

Over doping en Schippers wordt in Londen niet meer gerept, althans niet openlijk. Dat was twee jaar geleden wel anders in Beijing, waar de sprintster haar eerste wereldtitel won. Verslaggevers bestookten de atlete en toenmalige coach Bennema met vragen over doping, vanwege haar acne, wat op dopinggebruik kan duiden, maar vooral vanwege haar winnende tijd van 21,63 seconden, de derde ooit gelopen. Alleen Florence Griffith-Joyner (21,34) en Marion Jones (21,62) waren sneller, twee prestaties die onder sterke verdenking van doping staan.

Zowel Schippers als Bennema verweerde zich met het argument dat acne een familiekwaal is en alle suggesties van doping weerlegd kunnen worden met de talrijke, intensieve controles die Schippers ondergaat en waaruit nooit een enig bedrog is gebleken. Bovendien zijn in haar bloedpaspoort nooit verdachte schommelingen aangetoond. Maar Schippers baalde destijds stevig van de aanvallen op haar persoon. Het voelde alsof ze zich moest verantwoorden voor misdragingen van haar voorgangers.

Na afloop is Schippers euforisch en emotioneel als ze coach Rana Reider in de armen sluit. „Hiermee heb ik echt laten zien, dat ik een vechter ben”, zegt ze. „Ik heb commentaar gekregen, veel negativiteit. Ik laat hier zien hoe sterk Rana en ik zijn als team. Hij zegt al het hele jaar dat het goed komt. En dat blijkt. Ik heb de goede keus gemaakt door voor hem te kiezen.”