Ook Kim kan zijn hand overspelen

Noord-Korea De Noord-Koreaanse cyclus van dreigen en gas terugnemen is bekend. Dat het in dit geval ook bij woorden blijft, lijkt waarschijnlijk, maar is niet zeker.

Mensen kijken naar een monitor waarop nieuws te zien is van Noord-Korea's dreiging aan het adres van Japan. Foto Toru Hanai/Reuters

Misschien wel het voornaamste exportproduct van Noord-Korea vormen dreigementen. Vooral de Verenigde Staten, Japan en de zuiderbuur Zuid-Korea zijn al zo vaak met hel en verdoemenis bedreigd door het bewind in Pyongyang, dat het op het eerste gezicht een wonder mag heten dat er nooit een gewapend conflict is uitgebroken.

De Noord-Koreaanse reactie op het dreigement van president Trump, deze week, om het land van Kim Jong-un met „vuur en razernij” te verzengen, paste in deze traditie. Op zijn beurt dreigde het bewind van Kim Jong-un de Amerikanen „een totale oorlog”, te beginnen met het afvuren van raketten richting het eiland Guam, waar een grote basis van de VS ligt.

Guam is van oudsher een cruciaal strategisch steunpunt voor de VS in Azië. En nu dreigt Kim Jong-un met een aanval.

Door de jaren heen zijn er regelmatig grote internationale crises geweest rond Noord-Korea. Nu eens omdat het van tafel liep bij onderhandelingen over het afbouwen van zijn nucleaire programma’s, dan weer omdat het een nieuwe kernproef hield, ver dragende raketten lanceerde of (op kleinere schaal) Zuid-Koreaanse doelen bestookte. Soms ook begon zo’n crisis door grote militaire oefeningen van de Zuid-Koreanen en de VS samen.

Telkens viel daarbij hetzelfde patroon waar te nemen. In eerste instantie voerde Noord-Korea de druk op zijn tegenstanders tot grote hoogte op met ver gaande dreigementen, om daarna een pauze te laten vallen, waarna de spanning weer wegebde. Grote militaire acties tegen het buitenland volgden nooit. De rust duurde echter nooit lang, waarna zich een zelfde cyclus afspeelde.

Steevast volgen er na kritiek uit het buitenland of nieuwe sancties tegen Noord-Korea woedende tirades en dreigementen uit Pyongyang. In het voorjaar van 2016, toen Noord-Korea naar eigen zeggen net een proef met een waterstofbom had gedaan, liet het regime na een storm van buitenlandse kritiek bijvoorbeeld weten dat het voortaan „Manhattan in de as” kon leggen met zijn nieuw wapen. Iets waartoe het land volgens onafhankelijke militaire deskundigen op dat moment niet in staat was.

Lees ook: Elf vragen over het geopolitieke drama tussen Noord-Korea en de VS. Welke opties zijn er en hoe staat het er nu precies voor?

Zee van vuur

In april dit jaar dreigde een hoge Noord-Koreaanse functionaris na een (mislukte) raketlancering van Pyongyang: „Als we een teken van inbreuk op onze soevereiniteit zien, zal ons leger meedogenloze aanvallen uitvoeren tegen de Amerikaanse aanvallers, waar ze ook maar mogen zitten.” De bewoners van de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul, vlak onder bereik van de Noord-Koreaanse wapens, zijn inmiddels zo gewend aan dreigementen dat hun stad „in een zee van vuur” zal worden herschapen, dat de meesten er allang niet meer van wakker liggen.

Kim Jong-un kan met zijn raketten Alaska bereiken. In Seoul zijn ze niet bang: Noord-Korea is vooral bezig met de VS.

Democratisch gekozen Zuid-Koreaanse leiders worden steevast als lakeien afgeschilderd van het imperialistische Westen. Toen de toenmalige presidenten Obama en Park Geun-hyi Noord-Korea in 2014 hadden gewaarschuwd dat er meer sancties zouden volgen, werd Park in de Noord-Koreaanse media uitgescholden voor een „vuile prostituee” die slechts haar „pooier” Obama diende.

Amerikanen worden dikwijls aangeduid als „imperialistische honden”, net als trouwens de vroegere bezetter Japan. Op school leren Noord-Koreaanse kinderen hun taal met regels als: „Wij doodden Amerikanen, wij doden Amerikanen, wij zullen Amerikanen doden.”

Een veel bezochte plek is het Museum van de Amerikaanse Wreedheden in Sinchon, waar veel Noord-Koreanen omkwamen in de Koreaanse oorlog. In zestien zalen leggen gidsen daar uit hoe monsterlijk de Amerikanen zich gedroegen tegen zwangere vrouwen en andere burgers. Niemand minder dan opperste leider Kim Jong-un verklaarde er in 2014 bij een bezoek: „De massamoorden die door de Amerikaanse imperialistische aanvallers werden gepleegd in Sinchon, tonen duidelijk dat ze kannibalen en moordenaars zijn die er plezier in scheppen om mensen af te slachten.”

Terwijl Noord-Korea grote vorderingen maakt met zijn raketprogramma, heeft Amerika een president die zijn geduld begint te verliezen. De beschikbare geweldscenario’s zijn apocalyptisch.

Uit alle macht probeert het bewind in Pyongyang de Noord-Koreaanse bevolking ervan te doordringen dat de buitenwereld wordt beheerst door kwaadaardige staten die niets liever zouden doen dan Noord-Korea binnen te vallen, om daar dood en verderf te zaaien. Daarom, is de boodschap, hebben we de beste bewapening nodig. Daarbij horen raketten voor de lange afstand en kernwapens. De huidige crisis dient dus deels voor binnenlands gebruik, zoals trouwens ook president Trump graag indruk maakt op zijn achterban met harde taal jegens Noord-Korea.

Intussen gaat de nucleaire bewapening van Noord-Korea in hoog tempo door, waardoor het steeds moeilijker wordt voor de buitenwereld om in te grijpen in Noord-Korea. En daarmee slinken de kansen op regime change, de ultieme nachtmerrie voor het bewind van Kim Jong-un dat in de eerste plaats op het voortbestaan van de eigen traditie is gericht.

Is daarom de conclusie dat het ook in dit geval weer bij woorden blijft? Dat lijkt waarschijnlijk, maar niet zeker. Kim Jong-un heeft zich een kundig en rationeel beoefenaar van zulk ‘brinkmanship’ getoond. Steeds nam hij op het beslissende moment gas terug, zonder echter concessies te doen. Maar ook híj kan zijn hand overspelen. Trump heeft ondanks zijn hogere leeftijd minder ervaring met dit soort crises. Hoe koel hij ermee omgaat, moet nog blijken.

Lees ook het dagboek dat correspondent Oscar Garschagen maakte toen hij in Noord-Korea was: Waarom iedereen dun is in Noord-Korea