Cultuur

Interview

Catrinus van der Veen

Zeehondenpups zijn minder zielig dan ze lijken

Dierenwelzijn

Wanneer heeft een zeehondenpup hulp nodig? Die vraag is inzet van een fel debat. Twee Spaanse biologen deden onderzoek bij Zeehondencentrum Pieterburen. Hun conclusie: de dieren zijn minder zielig dan ze lijken.

Op een strandje aan een Groningse dijk voor de Dollard in Termunten rusten zo’n zestig zeehonden met pups. Het is de enige zanderige plek in de buurt waar ze bij hoogwater nog kunnen liggen. Door gaten in een houten schutting kunnen natuurliefhebbers kijken hoe de aandoenlijke vetzakken over het zand schuiven.

Drie jaar lang hebben de Spaanse biologen Beatriz Rapado Tamarit en Margarita Méndez Aróstegui van Zeehondencentrum Pieterburen de dieren hier geobserveerd en gefotografeerd. Ze werken nu aan een internationale wetenschappelijke publicatie.

Voor een leek vallen de zeehonden met hun vlekkerige vachten niet van elkaar te onderscheiden. Maar Rapado en Méndez kennen inmiddels meer dan 230 pups of de deels daaruit gegroeide 187 volwassen dieren persoonlijk. Vorig jaar volgden ze tien vrouwtjes die pups kregen – ze kregen Spaanse namen.

Moeder Skull heeft volgens tellingen wel 33 pups gevoed naast die van haarzelf. Zij was agressief na de geboorte van haar dochter Farruquita (dappere), die was aangewezen op andere moeders omdat ze door Skull niet als dochter werd herkend. Pup Manchuron, van een andere moeder, dronk daarentegen veel bij Skull.

Niet alleen Skull was gul met haar melk. Caperucita (Roodkapje) voedde 17 pups naast die van haar zelf. Gemiddeld voedden tien onderzochte moeders veertien pups van andere moeders. Staatjes op het beeldscherm van Rapado’s computer geven aan wie bij wie dronk.

De zeehondenpups zijn niet zo zielig als ze lijken. Volgens de onderzoekers onder leiding van Ton Groothuis, hoogleraar gedragsbiologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen, moeten mensen huilende zeehondenpups langer laten liggen dan de twee uur in het oorspronkelijke protocol. Ze kunnen wel acht uur zonder voeding. Ook andere moeders geven melk. Als de pup is afgespeend, moet hij zelf vissen. Hij blijft dan misschien een tijdje stil liggen en huilen om te wennen. Opvang schaadt ook pups. Ze krijgen stress en het vertraagt de socialisatie bij terugkeer.

De kwetsbare kopjes met grote ogen van pups roepen volgens Groothuis bij mensen gevoelens op van „broedzorg”. „Volgens onderzoek vallen mensen voor een kop die aan een babygezichtje doen denken. Zeehondenpups zien er hulpeloos uit, kunnen zich niet goed voortbewegen en hun geluid lijkt een beetje op huilen”, zegt hij. Een foto van een pup in een krant beroert honderdduizenden.

Dat de natuur ook overdreven kan worden beschermd ervoer Groothuis al als kind, toen musjes uit het nest waren gevallen. Hij nam de diertjes mee naar huis, deed ze in een doos en spande er gaas voor. Maar de moedermus bleef de jonge mussen gewoon voeden door het gaas heen. Opvang was helemaal niet nodig.

Foto Catrinus van der Veen

Sommige dierenliefhebbers denken daar anders over. In zeehondenkringen heerst onenigheid over de vraag wanneer een zeehondenpup hulp nodig heeft, of hij antibiotica moet krijgen en wanneer hij weer gezond is en terug de zee in kan.

Tot 1954 werd de zeehond nog als „schadelijk wild” beschouwd, voor de Tweede Wereldoorlog stonden er zelfs premies op het doden van zeehonden, die zouden concurreren met vissers. Hoewel de eerste zeehondenopvang al in 1952 op Texel werd opgericht, werd pas in 1962 de jacht verboden en in 1964 de zeehond tot beschermd dier verklaard. Toen Lenie ’t Hart het in 1971voor de dieren begon op te nemen, waren er nog maar 800 zeehonden. Nu is er een wettelijke plicht om dieren in nood te helpen, maar mensen zijn daar selectief in. Ratten niet, zeehonden wel.

Boze brief

De zeehondenopvang Pieterburen – met laboratorium, quarantaineruimtes en röntgenapparatuur – is al enige tijd terughoudend met de opvang. Dat begon met het vertrek van oprichter ’t Hart in 2012. Daarna daalden de aantallen zeehonden in Pieterburen. Waren er in topjaar 2001 nog 299 gehuisvest, nu zijn dat er nog maar 90. Zieke dieren wil directeur Niek Kuizenga blijven opvangen. De pups krijgen minder vaak antibiotica en ze mogen eerder vertrekken. Echte ziekten of verwondingen, zoals longworm, een ontstoken navelstreng of een gezwollen vin zijn wél aanleiding tot opvang.

Voormalige medewerkers van Lenie ’t Hart schreven een boze brief over de terughoudende koers van de nieuwe directeur in Pieterburen. Het zou volgens hen gaan om een „ordinaire bezuinigingsmaatregel”. Er kwamen twee nieuwe opvangcentra, legaal of illegaal met steun van ’t Hart.

Inmiddels zijn er vijf legale crèches in Nederland: in Pieterburen, op Texel, in Stellendam, Termunten en op Terschelling. Een wetenschappelijke commissie moet staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken, PvdA) adviseren over de toekomst van de opvang. Die opvang kost de overheid overigens niets. De grote centra op Texel en in Pieterburen zijn populaire bezienswaardigheden en worden betaald uit donaties en bijdragen van bezoekende toeristen.

Pieterburen is mede dankzij de zeehondencrèche een bloeiend dorp met restaurants en winkels. Ook de gemeente Termunten hoopt op termijn toeristen te trekken. De vrijwilligers zijn bevlogen. Ook zonder vergoeding willen ze jaren pups voeren en hokken schoonboenen.

Moeilijke gevallen

De vijf zeehondencentra mogen soms van mening verschillen, ze overleggen wel. „Pieterburen is het academische ziekenhuis voor zeehonden en de andere crèches zijn de streekziekenhuizen”, zegt een medewerker van Termunten. De moeilijke gevallen sturen ze daarheen.

Jeroen Boer, voormalig medewerker in Pieterburen en voorzitter van het zeehondencentrum Eemsdelta in Termunten, maakt onderscheid tussen de natuurbeschermers, die letten op de instandhouding van de soort, en dierenbeschermers, voor wie elk dier telt. „Wij vinden dat een dier dat in de problemen is, moet worden geholpen. Dat is nodig, want negen van de tien keer komen ze door mensen in de problemen, door verstoring, visnetten. Daar zijn legio voorbeelden van”, zegt hij. Boer is tevreden over het nieuwe onderzoek, maar vindt wel dat nog moet worden bekeken of het bij de zeehonden buiten de Dollard ook zo toegaat met het voeden van pups.

Catrinus van der Veen

Getalsmatig staan de dierenbeschermers sterk. Ook in Duitsland winnen ze aan invloed. De twee Duitse crèches in Norddeich en Friedriechskoog – opgericht door jagers – waren aanvankelijk terughoudend. Pas afgelopen jaren ging het roer om, waardoor de aantallen groeiden. „Ik denk dat ze onder druk staan van het publiek”, zegt Pieterburen-bioloog Sander van Dijk.

In Denemarken overheersen de natuurbeschermers. Daar is de zeehondencrèche in 1996 na 36 jaar gesloten. De soort kon zichzelf prima in stand houden, was het oordeel. Van Dijk vindt de tegenstelling tussen natuurbescherming en dierenbescherming schijn. Pieterburen beschermt ook de dieren door alleen echt zieke pups op te nemen.

Volgens de Termuntense zeehondenverpleger en MBO-docente dierenverzorging Rosalie Janac, zegt het niet veel dat pups bij meerdere moeders drinken. „Als je een slokje uit een glas neemt, is dat niet genoeg”, zegt ze.

Maar onderzoekster Rapado uit Pieterburen zegt dat het niet vaststaat dat de door andere moeders gevoede pups niet genoeg melk krijgen. Pups die zich aan vele moeders laven, kunnen ook vet zijn. Viento (wind) dronk bij twee moeders en was mager. Fatty werd daarentegen vet van de melk van drie moeders.

Catrinus van der Veen

Toen ze zes jaar geleden vanuit Barcelona als vrijwilliger in Pieterburen arriveerde, had Rapado al twijfels over de enorme aantallen pups die binnenkwamen. Hoe kon het dat het percentage zieke pups toenam, terwijl de populatie gezonder werd? In Nederland zijn nu 8.000 gewone en 2.500 grijze zeehonden. De populaties in de Waddenzee groeien de laatste paar jaar niet meer. Komt de stagnatie door minder vis en meer plastic? „Ik zou graag meer wetenschappelijk onderzoek en minder onnodige opvang willen”, zegt Rapado.

Toeristen gaan bij een huilende pup op de dijk staan, zodat de moeder niet meer durft terug te komen

Pieterburen krijgt nog steeds veel pups binnen die beter in de natuur hadden kunnen blijven. Zoals de „zielige pup” die door een boer in een trekker werd gezet. ’s Avonds na het maaien van de kwelder zette hij er nog twee bij. Toeristen gaan bij een huilende pup op de dijk staan, zodat de moeder niet meer durft terug te komen. „Allemaal uit goede wil”, zegt bioloog Van Dijk. Het zeehondencentrum kan dan niet anders dan de zeehond opvangen. Het is al gauw te laat om hem terug te zetten. De zandplaat ligt dan onder water, de moeder zal hem niet meer vinden. Directeur Kuizenga kan niet vaak genoeg zeggen dat mensen afstand moeten houden en de opvang moeten bellen als ze een huilende pup vinden. Zijn medewerkers kunnen de toestand van de pup het beste beoordelen. In Pieterburen staan verscheidene bestelauto’s klaar om over het land uit te zwermen. „Maar we krijgen er te veel die niet ziek zijn”, zegt Van Dijk. „Ik wou dat zeehonden lelijker waren”, verzucht Rapado.

Met medewerking van de auteur Ali Amghar.